WALTER SALLES
...

WALTER SALLES met Gael García Bernal, Rodrigo De la Serna, Mía Maestro, Mercedes Morán, Jorge Chiarella De vroege jaren '50, Buenos Aires, Argentinië. Twee studenten geneeskunde besluiten moederland, Chili, Brazilië, Venezuela, Colombia, Peru en alles wat op 'hun' continent ligt te doorkruisen op een oude Norton-motorfiets. 'Avontuur en meisjes' is de boodschap, een kolonie voor melaatsen hun einddoel. De tocht, een snede tijd waarin hun levens onafscheidelijk parallel lijken te lopen, blijkt een historische 'passage': voor de een naar hogere betekenis, voor de andere naar een gesetteld bestaan. Beiden houden een dagboek bij, dat later zal worden gepubliceerd. Het eerste verschijnt als Notas de viaje, en is getekend Ernesto Guevara, alias Che, met companero Fidel Castro de meest geliefde communistische revolutionair van de 20e eeuw. Het andere verschijnt in de schaduw van het eerste: Con el Che por Latina America van Alberto Granada. Helemaal objectief zijn we deze keer niet - tja, dat revolutionaire vuur! Maar de passie die door dit aan het Latijns-Amerikaanse continent opgedragen liefdesgedicht zou moeten stromen, is afwezig en we krijgen biografisch docudrama-theater zoals het te verwachten en te voorzien was. We moeten het stellen met 'een portret van de revolutionair als een jonge man', dat wil zeggen: van de door Korda tot bourgeoisicoon gefotografeerde sigarenroker-met-baret die we onvermijdelijk, maar ook gewrongen transponeren op Bernals vertolking. De man naar wie zwakzinnige weekbladen worden genoemd en wiens beeltenis nu ook als afleiding dient voor de doodswaarschuwingen op een pakje saffies. Salles, die de laatste jaren meer brokken maakt als producent ( Cidade de Deus, Madame Saata) dan als regisseur (het vreselijke Abril Despedaçada), heeft de zaak natuurlijk wel mooi uitgekiend. Guevara's dagboek werd op die cruciale leeftijd van 23 geschreven, een leeftijd waarvan geen mens zich later ook maar iets herinnert, maar waarop meestal - kom, toch in het geval van Che - de latere levensloop wordt bepaald. Heus, de ogenblikken van confrontatie met een wereld die zich door hem zou laten veranderen zijn aardig getroffen. Net als de meest 'banale' discussies waarin het Latijnse hart klopt dat Salles zoekt. Of de sensuele, maar ook rauwe cameravoering van Eric Gautier, die naast kleuren ook geuren en Che's niet aflatende zeuren weet te grijpen. Maar wat kan deze film toevoegen aan de mythe van een door het kapitalistisch monster opgeslokt - lees: door CIA gefolterd en nadien overhoopgeknald - muuricoon? Er zou een wet tegen die afbeelding moeten komen, maar uiteraard zullen wij er niet voor stemmen. Jo Smets