Onlangs stelde een grote platenfirma voor om mijn tweede plaat uit te brengen,' vertelt Jonathan Vandenbroeck, 'maar dan eisten ze wel dat You Don't Know er nog eens opstond. Toen wist ik genoeg.' En dus brengt hij Coming Of Age, net als voorganger The Bigger Picture, weer in eigen beheer uit. Een risico, weet Vandenbroeck, want het heeft niet veel gescheeld of hij had aan The Bigger Picture serieus zijn broek gescheurd.
...

Onlangs stelde een grote platenfirma voor om mijn tweede plaat uit te brengen,' vertelt Jonathan Vandenbroeck, 'maar dan eisten ze wel dat You Don't Know er nog eens opstond. Toen wist ik genoeg.' En dus brengt hij Coming Of Age, net als voorganger The Bigger Picture, weer in eigen beheer uit. Een risico, weet Vandenbroeck, want het heeft niet veel gescheeld of hij had aan The Bigger Picture serieus zijn broek gescheurd. Jonathan Vandenbroeck: De eerste maanden na de release van The Bigger Picture bleef het pijnlijk stil. Als debuterend muzikant betekent geen persaandacht simpelweg dat je niet bestaat en dat je dus ook niet geboekt wordt. En ik wilde optreden, véél optreden. Na een paar maanden verschenen er dan plots enkele positieve recensies, die op hun beurt weer andere recensies uitlokten. Mijn eerste single, One Of It, werd ook goed onthaald en relatief vaak gedraaid. Maar toen viel het wéér stil. Ik verkocht wel 2500 stuks van mijn plaat, waardoor ik uit de kosten was, maar de twee singles ná One Of It werden door alle radiozenders stuk voor stuk gebouncet. Vandenbroeck: Ja, dat was toch min of meer de bedoeling. You Don't Know is jarenlang een probleemkind geweest. In de tijd dat ik nog met mijn oude band speelde - het nummer heette toen nog Satellites In March - was het zelfs een taboenummer geworden, omdat we het maar niet in de juiste plooi kregen en ik er tot hun ergernis maar bleef op terugkomen. Zelfs over de versie die op mijn plaat is terechtgekomen, was ik niet helemaal tevreden. Maar toen ben ik bij Jo Francken terechtgekomen, die uiteindelijk mijn tweede plaat zou producen: met hem lukte het wél. Ineens zat You Don't Know bij alle radiozenders in high rotation: én bij Studio Brussel én bij Radio 1 én bij de hitradio's. Als je single dáár in high rotation zit, spelen ze 'm zes keer per dag. Zés keer! Toen voelde ik dat succes als een golf opzetten en als een tsunami over me heen rollen. Vandenbroeck: Ja, maar niet ten koste van mijn integriteit. Weet je nog hoe de Fixkes half Vlaanderen over zich heen kregen omdat ze niet in Tien Om Te Zien wilden optreden? Wel, mij hebben ze óók gevraagd en ik heb óók nee gezegd, maar geen haan die ernaar kraaide. Ik mag van geluk spreken dat ik in de luwte van dat ándere, nog veel grotere monstersucces mijn moment de gloire heb beleefd. Net zoals ik eerlijk gezegd heel blij ben dat ze You Don't Know bij de radio's niet hebben uitgemolken zoals Kvraagetaan en ik dus ook niet met een enorme tegenreactie ben geconfronteerd, zoals de Fixkes. Merci, jongens! (lacht)Vandenbroeck: Niet echt, nee. Tijdens de hype heb ik wel mijn e-mailadres van mijn site moeten halen omdat ik die mails toch niet meer allemaal gelezen kreeg, laat staan beantwoord. Eén brief vond ik wel straf: een vrouw schreef me dat haar kindje was verwekt na een van m'n optredens. Negen maanden later heb ik effectief een geboortekaartje van de kleine Jonathan ontvangen (lacht). En Axl Peleman vertelde me dat er in zijn omgeving opvallend veel Milows geboren worden. Voor alle duidelijkheid: ik draag daar geen verantwoordelijkheid voor, hé. Vandenbroeck: Zijn Racing In The Street was inderdaad een van de te kloppen voorbeelden, maar ik heb me evengoed laten beïnvloeden door Hurricane van Bob Dylan of iemand als Sufjan Stevens, die de meest uiteenlopende onderwerpen in zijn songs aansnijdt. In sommige songs op deze plaat, zoals The Priest, is de melodie zelfs ondergeschikt aan de tekst. Ik wilde inderdaad Grote Meeslepende Verhalen vertellen op deze plaat, en dan nog vooral Belgische verhalen. Kijk, ik heb ooit een jaar bij een gastgezin in San Diego gewoond. Aanvankelijk wilde ik daar helemaal assimileren en dat had ook zijn weerslag op de liedjes die ik schreef: die werden op en top Amerikaans. Toen ben ik beginnen te beseffen dat je als Belgische singer-songwriter een unieke troef in handen hebt. Hier vallen zoveel verhalen te sprokkelen die ze in de rest van de wereld niet kennen. Neem nu een song als Herald Of Free Enterprise: die ramp behoort tot ons collectieve geheugen, terwijl dat voor de rest van de wereld hoogstens een voetnoot in de geschiedenis is. Maar eigenlijk schuilt er een ideaal onderwerp voor een liedje in. Vandenbroeck: Sommige mensen denken dat dit nummer over Annick Van Uytsel gaat, maar de aanleiding was wel degelijk de moord op Stefanie De Mulder, een verhaal dat alweer helemaal vergeten lijkt. Mijn eigen stiefzus kende dat meisje persoonlijk, dus dat maakte die moord voor mij veel tastbaarder dan voor de meeste mensen. Met deze song wilde ik dat hele verhaal even in het juiste perspectief plaatsen, want in de pers werd het nogal makkelijk herleid tot een voorval in de marginaliteit van de vierde wereld. Ik vergelijk dit nummer wel eens met Polly van Nirvana. Dat heeft Kurt Cobain geschreven over een ontvoering die zich afspeelde in de buurt van de studio waar ze Nevermind aan het opnemen waren. Vandenbroeck: Het is natuurlijk fragiele materie, vooral omdat ik het nummer bij wijze van contrastwerking een vrolijk deuntje heb meegegeven. Maar eerlijk: als mensen dit soort songs afkeuren, zou ik dat een heel provinciale reflex vinden. Zulke onderwerpen mogen geen taboe zijn, ook al liggen ze heel gevoelig. Iedereen vindt het normaal dat E van Eels de tragische lotgevallen van zijn familie gebruikt in zijn muziek en dus liedjes schrijft over de zelfmoord van zijn zus of zijn terminaal zieke moeder. Maar voor een Belgische singer-songwriter die zulke verhalen brengt, sluiten mensen hier al snel de oren. Misschien wel net omdat België een groot dorp is en iedereen hier altijd wel via-via iemand kent die met iets soortgelijks te maken heeft gehad of er zelf bij betrokken is geweest. Van die provinciale reflex moeten we toch dringend af, denk ik. Vandenbroeck: Da's natuurlijk ook tricky material, maar die gebeurtenis heeft me heel erg aangegrepen. Ze zadelde me op met een vreemd soort schuldgevoel, ook al weet ik dat mijn bezoek niets aan haar lot had kunnen veranderen. Haar vriendinnen vertelden me dat The Bigger Picture zowat de soundtrack bij haar levenseinde was en dus vroegen ze of ik eens bij haar wilde langsgaan. Maar door mijn drukke schema - de hype rond You Don't Know was net op z'n hoogtepunt - ben ik er dus niet meer op tijd geraakt. Ik hoop dat haar vriendinnen in Out Of My Hands een impliciete ode aan dat meisje zullen horen. Ik heb ze in ieder geval uitgenodigd op de cd-voorstelling. Dat is wel het minste wat ik kon doen. Vandenbroeck: Er zijn nog veel onderwerpen waar ik een song over wil schrijven. Ons koloniale verleden in Congo misschien, of de Bende van Nijvel. Als ik maar verhalen kan schrijven met een begin, middenstuk en einde: dan ben ik gelukkig. Vooral het einde vind ik belangrijk. Ik hou van een goeie pointe. Door Vincent Byloo