Hoe je dat doet, timmeren aan een weg, men mag het mij na de kantooruren altijd komen uitleggen, powerpointgewijs en beladen met semantische kennis - het mág een korte nacht worden. Dan zal ik ook Michael Head inviteren, een zingend en liedjes schrijvend mens uit Liverpool, want hem heeft men in deze kwestie ook altijd in het ongewisse gelaten.
...

Hoe je dat doet, timmeren aan een weg, men mag het mij na de kantooruren altijd komen uitleggen, powerpointgewijs en beladen met semantische kennis - het mág een korte nacht worden. Dan zal ik ook Michael Head inviteren, een zingend en liedjes schrijvend mens uit Liverpool, want hem heeft men in deze kwestie ook altijd in het ongewisse gelaten. Niet dat deze meneer het nooit op eigen - komt ie - houtje geprobeerd heeft. Neen. Maar misschien is The Magical World of The Strands (1997) wel een plaat die zich pas in een artiest naar boven kan wurmen als die keer op keer door pech is achtervolgd, in een hoekje gedrumd en afgerost. Wellicht moet je inderdaad eerst twee groepen hebben versleten withno particular place to go: The Pale Fountains - vier Huckleberry Finns aan de oevers van de Mersey, met hun in de vroege eighties amodieuze voorkeur voor Burt Bacharach en bossanova, salopetten en dwaze petten - en daarna het even kansloze Shack, dat elk rooskleurig vooruitzicht verknald zag door een incompetente producer, een afgebrande studio, en een achtergelaten dat-tape die maandenlang in een Amerikaanse huurauto meedoolde. Waar-schijnlijk ben je er naderhand wel aan toe om je door een Frans labeleigenaartje wat duiten te laten toestoppen in ruil voor een plaat. En mogelijk, ja mogelijk vormt een heroïneverslaving dan het beste wat je in je desastreuze carrière te beurt is gevallen. Want dat is The Magical World of the Strands: een heroïneplaat. Opengebloeid in een vroeg stadium van consumptie weliswaar, wanneer het spul nog de gedaante aanneemt van 'goud dat door de aderen rolt, als duizend treinen', in de woorden van John Prine. Nooit ben je er getuige van hoe Michael Head op de rand van de afgrond balanceert. Integendeel. De stemming is bucolisch en onbekommerd. Nagenoeg elke song hangt er laag en uitnodigend bij - rijp fruit. De muziek is navenant: delicate jazzfolk, doorspekt met orkestrale en psychedelische toetsen. Ze aardt naar Nick Drake, Simon & Garfunkel, The Byrds. En natuurlijk ook Love: de groep van Arthur Lee, de grootste held van Head en zijn gitaarspelende broer John (ook in Shack en ook een Strand). Ondanks de pure schoonheid waarin The Magical World baadt, sijpelen er gevoelens van gemis en spijt uit de kieren. Dat is zo in Queen Matilda, of het hartverscheurend mooie Something Like You, songs met een blijvend vermogen om diep te treffen. De zalige verdwazing waarin Michael Head onder invloed van de smack verkeert, en de spo-ren die ze buiten zijn gebruikerscocon nalaat, benadert hij slechts zijdelings. 'Say, what's happened to all my clothes / What's happened to all my furniture? / You know it can't just disappear / Could've sworn I left it there.' Twee jaar later zullen de Heads met Shack het ijzersterke H.M.S. Fable opnemen, waarbij ze in de hoesnota's 'Eddie and the boys from Cash Converters' bedanken, een pandjeshuis. Grappig, en wrang. Tegenwoordig schuifelt Michael Head enkel nog podia in en om Liverpool op, met zijn Red Elastic Band. Wees er snel bij voor de eerste ep die ze deze maand uitbrengen. Dezelfde onvindbaarheid dreigt die vandaag ook The Magical World of the Strands toedekt - alsook het talent van deze begaafde, maar onfortuinlijke artiest. KURT BLONDEEL