PASSION
...

PASSION Vanaf 13/2 in de bioscoop.Na cultsuccesjes als Sisters (1973) en Phantom of the Paradise (1974) showt De Palma voor het eerst zijn meesterschap - én zijn obsessie met Hitchcock - met deze psychoseksuele thriller over een rijke weduwnaar (Cliff Robertson) die in de ban raakt van een meisje (Geneviève Bujold) dat sprekend op zijn overleden echtgenote lijkt. Met zijn dubbelgangersmotief en Bernard Hermannsoundtrack is Obsession een onverholen hulde aan Vertigo, al is Hitchcock een naam die je bij De Palma best niet te vaak dropt. BRIAN DE PALMA: Ik heb die vergelijking al honderdduizend keer moeten aanhoren. Natuurlijk probeer ik dat wat ik van Hitchcock heb geleerd over filmtaal op een originele manier toe te passen in mijn werk. Maar daarmee houdt het op. Ik hou ook van andere en nieuwe films. Van Bruno Dumont en Kim Ki-duk bijvoorbeeld. De Palma kroont zichzelf tot master of the macabre met deze horrortrip naar een Stephen King-roman over een telekinetisch begaafd tienermeisje (Sissy Spacek). DE PALMA: Ik ben benieuwd naar de remake die er straks komt. Regisseuse Kimberly Peirce heeft met Boys Don't Cry en Stop-Loss twee uitstekende films gemaakt en hoofdrolspeelster Chloë Grace Moretz is een rastalent. Zelf een van mijn films remaken interesseert me niet, hoewel Hitchcocks latere Amerikaanse versie van The Man Who Knew Too Much beter was dan de originele Britse. Als ik een van mijn films opnieuw zou mogen monteren, zou het Raising Cain (1992) zijn. Deze keer zou ik hem gewoon rechtlijnig vertellen. Dat ik dat indertijd niet gedaan heb, is het enige waar ik spijt van heb. Say hello to my little friend! De Palma's bekendste en beruchtste film is deze woeste, door Oliver Stone neergepende geweldsatire op de Amerikaanse droom, met Al Pacino als Cubaans immigrant Tony Montana, die het al vloekend, snuivend en stuivend tot Miami's cocaïnekoning schopt. DE PALMA: Het is gek. Eigenlijk was Scarface, zoals het origineel uit de jaren dertig, bedoeld als een sarcastisch sprookje met als zedenles: misdaad loont niet. En dertig jaar later is het de favoriete film van elke crimineel ter wereld. Of me dat dwars zit? Helemaal niet. Als regisseur mag je blij zijn dat je zo'n cultklassieker op je naam hebt staan en ik heb er de mensheid toch een wijze les mee geleerd: don't get high on your own supply. De Palma bereikt zijn Hollywoodpiek met dit virtuoze gangsterepos met Kevin Costner als FBI-speurder Elliot Ness, Sean Connery als de Ierse flik Malone en Robert De Niro als übergangster Al Capone. DE PALMA: Of het mijn beste film is, weet ik niet, maar het was wel mijn meest succesvolle. Daarna had ik desnoods een stomme zwart-witfilm kunnen maken, want zo werkt Hollywood: je bent zo machtig als je laatste film. Zo is het ook altijd geweest. Dat mijn generatie in de jaren zeventig meer vrijheid genoot, is geromantiseer achteraf. Het grote publiek was toen gewoon volwassener en kon meer hebben. Nu wil het enkel nog superhelden en tienerkomedies - dingen die me geen fluit interesseren. Ik ben een vent van 72. Geen kind van twaalf. De kans dat de prequel Capone Rising er ooit nog komt, is nihil. Na Scarface slaat De Palma opnieuw de handen in elkaar met Al Pacino, die in dit suspensedrama een New Yorkse druglord speelt die nog één grote klus wil klaren voor zijn pensioen. Inmiddels is bekend geraakt dat er een derde Pacino-De Palmafilm in de maak is: Happy Valley, over het pedofilieschandaal rond wijlen American football-legende Joe Paterno. DE PALMA: In Europa is Paterno minder bekend dan pakweg Lance Armstrong, maar in Amerika was hij een nationale sportheld, tot bekend raakte dat hij jarenlang op de hoogte was van pedofiele misbruiken binnen zijn ploeg. Het wordt geen thriller, ook al bevat het verhaal de nodige suspense. Ik besef dat ik te boek sta als een specialist van de psychologische thriller - een genre waarnaar ik terugkeer met Passion - maar ik heb ook komedies, sciencefiction, boekverfilmingen, detectives en politieke essays gemaakt. Ik ken meer dan één trucje. In deze old-school noir, naar James Ellroy, gaan twee flikken (Josh Hartnett en Aaron Eckhart) in naoorlogs LA op zoek naar de moordenaar van een starlet bijgenaamd The Black Dahlia. DE PALMA: Een filmblad noemde het onlangs nog de laatste grote film noir, maar een succes was het niet. Het deert me niet dat ik nooit zo populair was als Coppola of Scorsese, als ik maar films kan maken. Ik heb nooit voor tv gewerkt. Dat medium interesseert me niet. Tv-series kunnen goed geacteerd en geschreven zijn, maar is er iets saaier dan pratende koppen in een verhaaltje dat eindeloos voortkabbelt? I don't think so. Ik heb altijd geprobeerd te schilderen op film, interessante beelden te creëren die prikkelen, die verder gaan dan tekstillustratie. Dat Scorsese wel voor tv werkt? Goed voor Marty. Net als in het begin van zijn carrière werpt De Palma de barricades op met dit digitaal gedraaide en op feiten gebaseerde pamflet over Amerikaanse GI's die zich aan brutaliteiten vergrijpen in Irak. DE PALMA: Ik was de leugens van de regering-Bush kotsbeu, zoals ik Greetings (1968) en Casualties of War (1989) gemaakt heb uit afschuw over Vietnam. Dat ik een vrouwenhater en voyeurist ben, hoorde ik al dertig jaar. Maar plots was ik ook een landverrader. Het was weer eens wat anders. Wel jammer dat het bij dat ene experiment gebleven is: ik had graag nog een paar digitale en politieke lowbudgetfilms gemaakt. Film blijft veel mooier en rijker dan digitaal - wat Michael Mann ook moge beweren - maar hier paste het perfect bij de thematiek. Twee collega's op het werk (Noomi Rapace en Rachel McAdams) worden rivales totterdood in deze sexy thriller waarin De Palma al zijn stokpaardjes - voyeurisme, obsessie, erotiek en Hitchcock - in volle galop berijdt. DE PALMA: Alain Corneaus Franse origineel vond ik te uitleggerig. Het was ook geen goed idee om al halverwege te onthullen wie de moordenaar is. Mijn versie bevat meer twists en droomsequensen - zo komen mijn films vaak tot stand: ik zie beelden of filmische oplossingen in mijn slaap. Ik heb ook de rol die de moderne media spelen naar voren gehaald, in dit geval iPhones en bewakingscamera's. Als ingenieur van opleiding heeft technologie - en de mate waarin die ons leven beïnvloedt - me altijd gefascineerd. In Blow Out (1981) en Redacted speelde het ook een hoofdrol. Waarom ik José Luis Alcaine, de vaste cameraman van Pedro Almodovar, heb gevraagd? Passion gaat over mooie vrouwen en niemand brengt vrouwen mooier en sensueler in beeld dan hij.DOOR DAVE MESTDACH