Azuurblauwe wateren, de vulkaan Vesuvius, Napolitaanse steegjes en familiale tragedies groot en klein: dat is het decor voor de hitsige, mediterraanse nostalgietrip The Hand of God waarin Paolo Sorrentino, de estheet achter Il divo en La grande bellezza, zijn tienerjaren herbeleeft. Hij doet dat via zijn alter ego Fabietto Schisa, ee...

Azuurblauwe wateren, de vulkaan Vesuvius, Napolitaanse steegjes en familiale tragedies groot en klein: dat is het decor voor de hitsige, mediterraanse nostalgietrip The Hand of God waarin Paolo Sorrentino, de estheet achter Il divo en La grande bellezza, zijn tienerjaren herbeleeft. Hij doet dat via zijn alter ego Fabietto Schisa, een verlegen krullenbol van zestien die discreet zijn sexy maar psychisch labiele tante en heel wat minder discreet voetbalgod Diego Maradona aanbidt. Tot een tragisch ongeval met zijn ouders de jonge cinefiel vroeger tot volwassenheid dwingt dan hij had gehoopt. Sorrentino laat zijn gebruikelijke, ironische afstandelijkheid achterwege, en gaat meer dan ooit de Fellini-achtige toer op met kleurrijke karakters, gestileerde satire en goddelijke tragiek. Zijn oog voor weelderige composities en uitgekiend spektakel is gebleven, maar hij loert dit keer ook nadrukkelijk onder de lakens van zijn personages. Soms op het gênante af. Bij momenten mist de film subtiliteit en stabiliteit en zwalpt het van diffuse droom naar intiem naturalisme, van tijdloze tragedie naar familiale farce. Maar net door die schizofrenie en bombast voel je de adolescente passie, twijfels en eerlijkheid razen door frames die baden in een gulden, subjectief gekleurde gloed. Alsof Sorrentino niet alleen zijn jeugd in de jaren tachtig wil reconstrueren, maar ook zijn demonen van zich af wil filmen en daarom af en toe zijn über-ich en eindredacteur uitschakelde. Een familiefresco à la Fellini met flink wat pukkels en acné, maar wel één dat bruist van de jeugdige energie.