The Good, The Bad & The Queen Honest Jon's/EMI
...

The Good, The Bad & The Queen Honest Jon's/EMI Waardig ouder worden: het is maar weinig muzikanten gegeven, en van de britpopgeneratie zijn Jarvis Cocker (zie pagina 8 e.v.) en Damon Albarn voorlopig de enigen die het voor elkaar lijken te krijgen. Brett Anderson (Suede), Ian Brown (The Stone Roses) en Justine Fischerman (Elastica) belandden met hun soloprojecten - terecht - in geen tijd in de uitverkoopbakken. Richard Ashcroft mocht na The Verve pas opnieuw op de radio toen Chris Martin hem op Live8 aangekondigd had als 'de beste zanger ter wereld'. De broertjes Gallagher van Oasis maakten na What's The Story (Morning Glory) zulke schaamteloze doorslagjes van hun eigen Beatlesdoorslagjes dat ze zichzelf een proces hadden kunnen aandoen wegens plagiaat. Maar niet zo Damon Albarn van Blur, die zich in navolging van zijn grote held David Bowie ontpopte tot een ware kameleon. Toen hij zijn navel eind jaren 90 moe gestaard was, trok Albarn op zoek naar nieuwe horizonten: eerst met een paar Afrikaanse muzikanten die hij had leren kennen als ambassadeur voor Oxfam ( Mali Music), daarna bij wijze van comeback met Blur ( Think Thank) en met zijn virtuele tekenfilmgroep Gorillaz, die de voorbije jaren tegen alle verwachtingen in meer dan tien miljoen platen verkocht. En blijkbaar konden daar nog wel een paar nieuwe projecten bij, want eind vorig jaar liet Albarn weten dat hij aan een musical werkte voor The National Theatre én stelde hij in één moeite ook zijn eerste supergroep aan de wereld voor: The Good, The Bad & The Queen, met punkicoon Paul Simonon van The Clash op bas, Verve-veteraan Simon Tong op gitaar, Afrobeat-pionier Tony Allen op drums en knoppenwonder Danger Mouse van Gnarls Barkley achter de mengtafel. De voorbije maanden werd het titelloze debuut van The Good, The Bad & The Queen links en rechts aangekondigd als de opvolger van Blurs Parklife, maar die vlag dekt de lading maar half. Achter de apocalyptische hoestekening schuilt wel een nieuwe reeks bespiegelingen over Londen en all things british, maar clevere britpop-anthems à la Girls And Boys en End Of A Century hebben plaatsgeruimd voor diepblauwe soundscapes met veelzeggende titels als Kingdom Of Doom en Behind The Sun. Heel erg mooi allemaal, en bijzonder beklijvend in het geval van Green Fields, The Bunting Song en eerste single Herculean, maar als geheel missen de twaalf songs het reliëf, de spankracht en de popgevoeligheid die Albarns beste platen zo onweerstaanbaar maakten. The Good, The Bad & The Queen is een goede plaat, maar niet het meesterwerk dat de line-up van Albarns nieuwe supergroep deed verhopen. DOWNLOAD NU *Green Fields *The Bunting Song *HerculeanWouter Van Driessche