Het is december 2015. Het is winter in New York, en niet elke borough oogt even kleurrijk. De belangrijkste opnamelocatie van The Get Down ligt in Queens, in een buurt die qua verval en troosteloosheid niet voor het Baltimore uit The Wire moet onderdoen. Niets verraadt dat in die bouwvallige loods een ambitieuze, twaalfdelige Netflixreeks van Baz Luhrmann over de geboorte van hiphop in de Bronx wordt opgenomen.
...

Het is december 2015. Het is winter in New York, en niet elke borough oogt even kleurrijk. De belangrijkste opnamelocatie van The Get Down ligt in Queens, in een buurt die qua verval en troosteloosheid niet voor het Baltimore uit The Wire moet onderdoen. Niets verraadt dat in die bouwvallige loods een ambitieuze, twaalfdelige Netflixreeks van Baz Luhrmann over de geboorte van hiphop in de Bronx wordt opgenomen. De scène die vandaag wordt ingeblikt, is een dj-battle tussen The Get Down Boys en The Notorious 3, een rivaliserende bende onder leiding van Kool Herc, een van de pioniers van de hiphopcultuur. Baz Luhrmann regisseert die aflevering niet, al vraagt een mens zich af of hij überhaupt ooit zijn regiestoel verlaat. Hij ís de mc, de master of ceremonies van The Get Down, en hij heeft een legertje scenaristen, producers en muzikanten om zich heen verzameld. Grandmaster Flash, Kool Herc, Kurtis Blow en voormalig bendelid Afrika Bambaataa zijn de hiphoppioniers die Bazzy wist te overhalen om te checken of de serie historisch en muzikaal wel klopt. The Get Down doet het verhaal van enkele tieners uit de South Bronx die zich in de verloederde straten van New York, dat toen aan de rand van een faillissement stond, overeind proberen te houden met muziek, graffiti en dansmoves. De serie begint in 1977. Het is het jaar van de seriemoordenaar David Berkowitz alias Son of Sam, een oliecrisis en de dood van Elvis. Het jaar ook waarin disco het populairste muziekgenre was. Het verhaal eindigt in 1979, wanneer hiphop big business wordt en Rapper's Delight van The Sugarhill Gang als eerste rapnummer de Amerikaanse hitlijsten bereikt. De Australische cineast, bekend van Romeo+ Juliet (1996), Moulin Rouge (2001) en The Great Gatsby (2013), mocht zich van Netflix volledig uitleven. Hij regisseerde de pilootaflevering, een visueel exuberant muzikaal spektakel boordevol kleurrijke personages, schitterende garderobes en een opzwepende soundtrack. Ook de andere afleveringen bevatten minstens één vurig gechoreografeerd dansnummertje. Bij momenten voelt het inderdaad allemaal wat chaotisch aan, maar dat is precies wat de Australiër voor ogen had: 'De seventies en hiphop wáren ook chaotisch', sust hij. 'Hiphop was een mashupkunst, een collage van muziekstijlen. En al mijn films zijn eigenlijk mashups. Toen Grandmaster Flash, onze historisch adviseur, de eerste aflevering van The Get Down bekeek, riep hij: 'Bazzy, man. You are like a deejay.'BAZ LUHRMANN: Het idee is niet nieuw. Minstens tien jaar broedde ik er al op, maar mijn liefde voor New York en de jaren zeventig dateert al van bij mijn geboorte. Ik groeide op in the middle of fucking nowhere, maar ik laafde me wel aan films als Saturday Night Fever (1977) en The French Connection (1971). Die waren alles voor mij. Je linkt Saturday Night Fever nu automatisch aan een dansende John Travolta. Vergeet niet dat er een scène met een groepsverkrachting in zit, waarin Travolta ook nog eens het C-woord (van cunt, ofte 'kut', nvdr.) gebruikt. Dat zou je vandaag niet meer kunnen klaarspelen. Men vergeet soms hoe edgy die films waren. LUHRMANN: The Get Down is absoluut géén hiphopserie. Mijn hart gaat niet in de eerste plaats uit naar de muziek, maar vooral naar de stad, de wijken, de jongeren. New York zat in de seventies economisch in het slop, en de misdaadcijfers waren rampzalig. En toch ontsproten daar zo'n zinderend talent, zulke rauwe, volstrekt pure en originele creaties, die bovendien de wereld zouden veranderen. De muziekwereld in het bijzonder, maar ook politiek en sociaal brachten ze verandering teweeg. De kiem van al die creativiteit, dát vond ik fascinerend. Voor de kids was er niets om zich mee bezig te houden. Ze hadden bijna niets, de stad bespaarde op het muziekonderwijs. Uit de funk- en soulplaten van hun ouders isoleerden ze de beste, meestal percussieve stukken, de Get down-stukken - heb je 'm? Dat werd een taal op zich. Jongeren werden zich bewust van hun identiteit, en de muziek werd een alternatief voor de bendes. Bovendien bleef het niet bij muziek. Als ze hun naam in graffiti op een muur gekliederd zagen staan, dan wáren ze iemand, dan betekenden ze iets. Ook al werd die de volgende dag weer van de muren geveegd. LUHRMANN: De reeks draait om wat ik 'mythologische personages' noem: archetypes die licht geromantiseerd en uitvergroot zijn. Zoals de grote schrijver F. Scott Fitzgerald altijd vertrok vanuit ware gebeurtenissen en die opblies en naar zijn hand zette, neem ook ik een loopje met de werkelijkheid. Dat deden de jongeren destijds trouwens ook. Grandmaster Flash zei niet: 'Mijn naam is Joseph Saddler', zoals hij echt heet. Hij zei: 'Mijn naam is Grandmaster', zoals in de kungfustrips die toen waanzinnig populair waren, en 'Flash', naar Flash Gordon. Hij was een superheld, you know? LUHRMANN: Nee,ik probeer daar zo weinig mogelijk vooroordelen over te hebben, en ik wil altijd de juiste acteur voor de juiste rol. Weet je, een langlopende serie vergt enorm veel toewijding. We zijn ook erg veeleisend. We hebben uitvoerig gecast. Met succes. We hebben Justice Smith, een jonge acteur die net furore heeft gemaakt in Paper Towns. Shameik Moore, de revelatie uit de indiefilm Dope, die vorig jaar op Sundance hoge ogen gooide. Jaden Smith - iederéén kent Jaden Smith. En tot slot: Tremaine Brown Jr., een veertienjarige kerel die we in de metrostellen van New York hebben ontdekt: Ik bedoel maar: het ene moment sta je te rappen in de metro, en het volgende ben je een hoofdrolspeler in een serie. Je kunt je wel inbeelden hoe groot die sprong geweest moet zijn. LUHRMANN: Ik heb het de mensen van Netflix al vaak horen zeggen, en het is eigenlijk waar: The Get Down is géén televisie. Het is géén film. Ik weet niet wat het is. Een nieuw medium, een nieuwe vertelvorm? Geen kabelzender had met dit kostenplaatje en deze cast dit risico durven te nemen. Netflix gaf ons wél een onwaarschijnlijke vrijheid. Dat is enorm aantrekkelijk, zeker voor iemand als ik, die niet per se dingen maakt die in een hokje passen, of zich aan de regels probeert te houden. (lacht)LUHRMANN: Ik heb met veel hiphopgrootheden samengewerkt aan mijn films - van Kanye West tot Jay Z. Het is eigen aan hiphopartiesten dat ze verschillende muziekelementen verweven en samenklutsen, en daaruit een volstrekt unieke, nooit eerder gehoorde sound distilleren. Dat proberen we met The Get Down ook te doen. Zo vloeit een ballad die wordt gezongen door de jonge Mylene, die ervan droomt om een discodiva te worden, ineens samen met de poëtische rapteksten van Ezekiel, een straatdichter die hopeloos op haar verliefd is, en haar probeert te versieren met zijn rhymes. Daarvoor kregen we niet alleen de hulp van onze componist Elliott Wheeler, maar ook van een breed palet aan muzikale artiesten - van de nieuwe generatie, maar ook van veteranen als Rahiem van The Furious Five, die met ons meewerkte aan de rhymes. LUHRMANN: Niet wellicht. Vast en zeker! LUHRMANN: Het is zeker een wake-upcall geweest, ja. We zijn op dit moment nog steeds aan het draaien. De serie is nooit af. Ik heb de pilootaflevering van The Get Down zeker op kortere tijd gedraaid dan eender welke van mijn films, en toch was het ritme sneller, de arbeid intensiever, de opzet gewaagder. Het lijkt alsof ik voor The Get Down harder heb moeten werken dan in heel mijn carrière. Dat gevoel heb ik toch. (lacht)THE GET DOWN Vanaf 12/8 op Netflix. door Andreas Ilegems'The Get Down is geen hiphopserie. Mijn hart gaat niet in de eerste plaats uit naar de muziek, maar vooral naar de stad, de wijken, de jongeren.' Baz Luhrmann