Doorgaans is geluidskunst een aangelegenheid met rare bliepjes en geronk. Het ene of andere voorwerp produceert klank, en dat is het dan zowat. Zo niet met de slimme luidsprekers van Janet Cardiff. De Canadese zette in Brugge veertig kleine boxen op een statief en liet er renaissancegezang uit schallen. Het resultaat klinkt als de hemel op kerstnacht.
...

Doorgaans is geluidskunst een aangelegenheid met rare bliepjes en geronk. Het ene of andere voorwerp produceert klank, en dat is het dan zowat. Zo niet met de slimme luidsprekers van Janet Cardiff. De Canadese zette in Brugge veertig kleine boxen op een statief en liet er renaissancegezang uit schallen. Het resultaat klinkt als de hemel op kerstnacht. Cardiff, die deze zomer ook te gast was in het Haus der Kunst in München, levert samen met haar man George Bures Miller wel vaker gesoigneerde installaties af. Een paar jaar geleden verraste het duo met The Killing Machine, een marteltoestel dat gebaseerd was op een vreselijk verhaal, De strafkolonie, van Franz Kafka. De visuele imput was er groter dan hier, maar het apparaat kwam pas echt tot leven door het verontrustende geluid. Intense ervaringen opwekken is steeds het devies en dat doet Cardiff deze keer met een maar liefst veertigstemmig lied van Thomas Tallis. Vierhonderd jaar geleden schreef de Engelse renaissancecomponist het betoverende motet Spem in alium (Latijn voor 'Vertrouwen in iemand anders'). Zoals dat gaat met polyfonie kreeg elk koorlid een andere zanglijn. Een kakofonie van jewelste zou je denken, maar met een kei als Tallis werd het gezang een toonbeeld van harmonie. Cardiff hernam het principe, maar pakte het technisch anders aan. Ze liet elke zanger afzonderlijk zingen, nam alles op en reserveerde één luidspreker per stem. Vervolgens plaatste ze alle veertig luidsprekers in een kring. Door die opstelling kun je elke bas, tenor of sopraan van dichtbij horen. Of de sierlijke stemmenzwerm over je heen laten stromen in het centrum van de installatie. De ervaring is volstrekt anders dan wanneer je van op een (kerk)stoel naar een koor luistert. In The Forty Part Motet zit je in het hart van de muziek en golven de klanken om je heen als water. De locatie is de dertiende-eeuwse zolder van het Memlingmuseum. De zaal heeft een verbluffend houten dak, al mist de plek dat streepje grandeur nodig om de installatie nog beter tot haar recht te laten komen. Je voelt je een beetje in een klooster of school. En die indruk strookt niet echt goed met de majestueuze klanken van Tallis en met het hedendaagse karakter van Cardiffs installatie. Een toefje ruis dus, maar ook dan nog is dit een haast onvergelijkbare ervaring. Let there be music.GEZIEN OP JANET CARDIFF - THOMAS TALLIS. THE FORTY PART MOTET, SINT-JANSHOSPITAAL / MEMLINGMUSEUM, BRUGGE, TOT 27/1. ELS FIERS