Nick Kent, Faber & Faber, 448 blz., euro18
...

Nick Kent, Faber & Faber, 448 blz., euro18 Het nieuwe album van Iggy Pop and The Stooges? 'Gewoon een bejaarde man die over zijn pik staat te zingen.' Levende legende Lou Reed? 'Een walgelijke man. Ik zou een geweer willen kopen en hem overhoopschieten.' Bohemian Rhapsody? 'Een song die op zijn eentje verantwoordelijk is voor de punk, omdat iedereen die hem hoorde meteen een groepje stichtte om beter te doen.' Nick Kent spaarde enkele weken geleden de grove woorden niet, toen hij in Londen een nieuwe editie voorstelde van zijn klassieker The Dark Stuff. Nochtans was Kent ooit goede maatjes met zijn schietschijven en schreef hij over hen enkele artikels die tot het beste uit de rockjournalis- tiek behoren. Nick Kent was in de jaren 70 een van de vaste redacteurs van het Londense muziekblad New Musical Express, dat toen zijn hoogdagen beleefde. Zoals je wel kunt afleiden uit de cover van het boek, leek Kent minder op een journalist dan op de rocksterren die hij ging interviewen. Hij leidde in ieder geval het leven van een rockster, met wilde party's en veel drugs. Zijn onderwerpen zijn dan ook niet de muzikanten die braaf binnen de lijntjes kleurden, zoals de titel al duidelijk maakt. Kent is niet geïnteresseerd in de succesverhalen, de rijkdom en de roem; als het op rocksterren aankomt, heeft de journalist vooral oog voor de keerzijde van de medaille, de excessen en de waanzin. En dat gaat dan van Lou Reed die zich in vrouwenkleren hult, over Syd Barret die zijn verstand verliest tot Shane MacGowan die mompelt: 'I don't take drugs to torture myself. I've already got life to do that for me.'En van de melancholische Morrissey over de 'duivelse' Sly Stone tot de woedende Eminem. Niet toevallig is een van de beste stukken in The Dark Stuff een hartverscheurend portret van Brian Wilson, het genie van The Beach Boys, die na de release van Pet Sounds compleet ten onder ging aan psychoses en een kluizenaar werd. Kent moet een interview afnemen van Wilson, een halve zombie, en via zijn pen wordt dat een ervaring die niet zou misstaan in een film van David Lynch: een onderhoud met een 150 kilo zware geestesgestoorde, 'lying in a huge bed surrounded by pornography and junk food'. Maar ondanks alle onsmakelijke details over de rockhelden, schrijft Kent met zoveel liefde voor zijn onderwerpen dat de uitkomst van zijn stukken toch altijd is dat je hun oeuvre opnieuw wilt beluisteren. Veel meer kan een boek over muziek niet doen. Stefaan Werbrouck