THE CHEMICAL BROTHERS – PUSH THE BUTTON

Een vaste waarde in de vluchtige wereld van de dance, én op Werchter, waar ze al voor de achtste keer staan.

Met hun block rockin’ beats hebben The Chemical Brothers het pad geplaveid voor danceacts op grote festivalpodia. Maar zijn ze zelf nog hun plaats op een hoofdpodium waard?

‘Mensen denken bij elk nieuw album dat je passé bent. En dat is ook logisch: ik denk het zelf namelijk ook’, vertelde Ed Simons enkele jaren geleden in dit eigenste blad. Zit er anno 2015 nog iemand te wachten op nieuw werk van Simons en zijn Tom Rowlands, samen The Chemical Brothers? Het antwoord luidt in het beste geval: ‘Mwoa.’

Maar kijk, na drie luisterbeurten zit de donkere baslijn van het nieuwe Go wel knus achter je trommelvlies genesteld. Op die single (met gestileerde video van Michel Gondry), de voorloper van een nieuw album, staat opnieuw Q-Tip – die ook al op hun tien jaar oude hit Galvanize rapte – achter de microfoon. Maar in plaats van opnieuw een pletwals à la Galvanize op u af te sturen, doen de Brothers hier wat Daft Punk deed met Get Lucky: terwijl op Tomorrowlanden allerhande de beats steeds oorverdovender moeten weerklinken, nemen zij even gas terug. Natuurlijk, met hun staat van dienst kunnen de twee Britten het zich ook veroorloven om wat uit de band te springen. Maar eigenlijk hebben ze zich altijd ver gehouden van wat hip is in clubs.

Het verhaal van Simons en Rowlands begint in 1989 aan de universiteit van Manchester. Een gedeelde passie voor de middeleeuwse literatuur van Geoffrey Chaucer en de albums van The Smiths legt er de basis voor een levenslange vriendschap. Dat, en hun fascinatie voor dance. De twee vormen een dj-duo, maar botsen al snel op de limieten van hun platendraaiers en de muziek die voorhanden is. Het is het signaal om zelf de handen uit de mouwen te steken. Met een duidelijk plan voor ogen installeren ze muzieksoftware op hun computers. ‘Dansmuziek heeft gewoon geen ambitie. Het is tijd voor een écht grote plaat’, klinkt het ambitieus bij het verschijnen van hun eerste album, Exit Planet Dust (1995).

‘The brothers gonna work it out’, klinkt het zowel arrogant als bezwerend op openingstrack Leave Home. Het is een mission statement voor wat komen zal. Op debuutplaat Exit Planet Dust geven ze met snerpende beats en volle gitaarsamples de aanzet tot een volledig nieuw geluid, dat ze twee jaar later verder uitdiepen op Dig Your Own Hole.

De twee combineren het zweterige van de clubs met de energie van een rockconcert. ‘Block rockin’ beats’ worden een begrip, en het gelijknamige nummer een klassieker. The Chemical Brothers zijn hard, grootstedelijk en vooral: overrompelend.

In 1999 is er geen ontkomen aan Hey Boy, Hey Girl, een track die zegt wat de massa doet op het moment dat hij gespeeld wordt. Zeer meta allemaal, zeker omdat het duo en passant ook de komst van de superstar-dj voorspelt. ‘Hey girls, hey boys, superstar DJs, here we go’: het klassiek geworden spreekkoor staat in schril contrast met het imago van de twee Brothers zelf, namelijk geen. Simons en Rowlands zijn vriendelijke nerds. Ze spreken met twee woorden, drinken thee en praten in interviews enkel over hun muziek. ‘Absolute vrijheid voor mij, dat betekent op vrijdag in de zetel ploffen’, verklapte Simons in 2002 al aan The Guardian. ‘Ik hoef niet meer zo nodig elke nacht op stap.’ Rock-‘n-roll!

Vorig jaar liet Simons ook weten dat hij niet meer mee op tournee gaat. Niet om in de zetel te ploffen, wel omdat dat niet te combineren valt met zijn academische carrière. Op het podium wordt hij vervangen door Adam Smith, die al jaren verantwoordelijk is voor het visuele aspect van de show. Dat is altijd al heel belangrijk geweest, zeker in de liveshows: er gebéúrt iets op het podium. En door de jaren zijn beeld en geluid daarbij onlosmakelijk verbonden geraakt.

Hun combinatie van harde, soms zweverige beats en psychedelische visuals garandeert – ook voor de niet-gedopeerde festivalganger -een heerlijke trip. ‘Je moet de muziek toelaten, er volledig door geabsorbeerd worden en dansen alsof je bewusteloos bent’, zo omschrijft Rowland het zelf.

Een mooi voorbeeld daarvan was de doortocht van de groep op Werchter 2005. Met groene lasers die tot achter op de wei priemden over de tonen van Under the Influence, vergaten tienduizenden festivalgangers even dat de regen op dat moment met bakken uit de hemel viel. Een muzikale totaalervaring met als resultaat modder tussen je tenen. En waar je dorst van krijgt. Zo doet het verhaal de ronde dat bij hun concert in 2007 in Antwerpen de zaal niet voorzien was op de naar verfrissing snakkende massa, en dat er in allerijl vaten aangerukt moesten worden uit de aanpalende cafés.

De Britten hebben sowieso de verdienste dat ze een van de eerste danceacts waren die je in de muzikaal gesegregeerde jaren 90 ook als rocker goed mocht vinden. Zowel gladgeschoren ravers als grungers vonden elkaar in de mix van intelligente, verkapte beats, exotische melodieën, dreigende slijpschijven en noise. Niet toevallig ook staan ze nu al voor de achtste keer op Rock Werchter, en dat is een record.

Samen met The Chemical Brothers gingen destijds ook groepen als The Prodigy en Underworld de muur tussen rock en dance met sloophamers te lijf. Maar die laatste twee party’en nog steeds like it’s 1999. Het zijn geoliede nostalgieacts geworden: degelijk, maar zonder verrassingen. ‘Een band als Underworld heeft een specifiekere sound dan wij’, verwoordde Rowlands het diplomatisch in Knack Focus. ‘Het is minder makkelijk ons geluid te doorgronden – er zitten meer laagjes in. Ik heb ook het gevoel dat wij bij elke plaat een stap verder gaan. We blijven niet stilstaan.’

DOOR JAN HERREGODS

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content