De mens wordt gejaagder, de samenleving darwinistischer en de natuur wispelturiger. Dat The Call of the Wild, naar de klassieker van Jack London uit 1903 , nu opnieuw een verfilming krijgt, mag dus niet verbazen. Het verhaal over de...

De mens wordt gejaagder, de samenleving darwinistischer en de natuur wispelturiger. Dat The Call of the Wild, naar de klassieker van Jack London uit 1903 , nu opnieuw een verfilming krijgt, mag dus niet verbazen. Het verhaal over de speelse hond Buck die door goudzoekers wordt ontvoerd en in Alaska zijn ware wilde aard ontdekt, had onze overprikkelde tijd perfect kunnen vatten. Maar Chris Sanders, regisseur van How to Train Your Dragon, temt zijn liveactiondebuut liever door op de sentimentele kant van Londons boek in te zoomen en de dierlijke driften van de cgi-hond te vervangen door menselijke gevoelens en gedrag. Deze Call of the Wild is zo mak als een schoothondje, het verhaal zo voorspelbaar als een pavlovreactie en de fotografie zo avontuurlijk als een aangeharkte voortuin. Zelfs de wildernis waar Buck met zijn laatste baasje Thornton (Harrison Ford) belandt, is een steriel droombeeld waarin zelfs wolven na hun behoefte wc-papier lijken te gebruiken. Enkel doorbijters zitten deze London-adaptatie uit, wat van dit tamme avontuur toch nog een survivalfilm maakt.