BOB SPITZ
...

BOB SPITZ NIEUWAMSTERDAM/MANTEAU, 1088 BLZ., euro49,95 Moest er echt nog eentje bij? Dat is de niet onterechte vraag die elke Beatles- en bij uitbreiding elke muziekfan zichzelf haast retorisch stelt wanneer er een zoveelste biografie over de Fab Four op de (kerst)markt wordt gegooid. Er zijn immers al genoeg boeken over The Beatles geschreven om tot diep in uw pensioen niks anders meer te hoeven lezen: van dag-tot-dagreconstructies van waar de Beatles zich in hun achtjarige bestaan zoal ophielden tot ronduit essayistische turven die de socioculturele impact van The Beatles op de moderne maatschappij trachten te verklaren. Het antwoord op de voornoemde vraag luidt niettemin volmondig: Yeah, yeah, yeah!In The Beatles - De Biografie weet Bob Spitz, gewezen manager van Bruce Springsteen en Elton John én de auteur van een zeer degelijke Dylanbiografie, al het voorgaande te combineren tot een hypernauwkeurige, heerlijk gedetailleerde en meeslepende pageturner. Beatlesbiografen hebben zich in het verleden al te vaak een beetje lui gebaseerd op het verhaal dat John, Paul, George en Ringo zélf verkondigden; een eerste keer in 1967 en later in 2000, in het kader van de vuistdikke autobiografie Anthology. Dat de Beatles - niet bepaald vies van drank en drugs - zich de sixties niet altijd even accuraat herinnerden en er ten behoeve van de (ex-)vrouwen de vettigste kantjes weleens afliepen: daar werd gemakkelijkheidshalve aan voorbijgegaan. Toch is Spitz' biografie geen revisionistisch boek en bevat zijn versie van het verhaal weinig nieuws. Maar acht en een half jaar research laten Spitz toe om met een zelden geziene nauwkeurigheid en oog voor detail geschiedenisbepalende gebeurtenissen te reconstrueren en de lezer haast zintuiglijk getuige te maken van cruciale ontmoetingen, waarvan hij de dialogen haast woordelijk weergeeft. Dat maakt van deze biografie een vlot leesbaar boek met ware romankwaliteiten. Spitz permitteert het zich bovendien tientallen pagina's lang de sfeer van het naoorlogse Liverpool te schetsen - 'een verengelst Siberië' - of de tienerkamer van John Lennon te beschrijven, tot en met de kleur van het behang. Maar behalve de grote vertelkracht waarmee Spitz het bekendste verhaal uit de muziekgeschiedenis nieuw leven inblaast, is de belangrijkste verdienste van deze biografie de manier waarop de krachtsverhoudingen binnen de groep worden geanalyseerd. Zonder te demoniseren ontleedt Spitz de complexe relatie tussen Lennon en McCartney en toont hij aan hoe de bijzonder ingewikkelde groepsdynamiek - en vooral het gebrek daaraan - van The Beatles vier gedesillusioneerde individuen maakte. Vincent Byloo