MARTIN SCORSESE
...

MARTIN SCORSESE MET LEONARDO DICAPRIO, CATE BLANCHETT, KATE BECKINSALE, JOHN C. REILLY, ALEC BALDWIN, ALAN ALDA 'You're too crazy for me', zegt Ava Gardner tot Howard Hughes als hij haar ten huwelijk vraagt. Dat kan moeilijk worden gezegd van deze biopic over de vroege jaren van de befaamde en beruchte luchtvaarttycoon. Aan het leven van Hughes zal het niet liggen: de multimiljonair leed aan smetvrees en had een zwak voor Hollywood-starlets, morfine en eigen urine. Maar het script van John Logan (die ons prefab-actie-spektakels als Gladiator en The Last Samurai, maar ook RKO 281 - het verhaal van Orson Welles, Citizen Kane en studio RKO - voorschotelde) is te braaf en episodisch op maat van een oscar geschreven. Hoewel Logan nadrukkelijk de oorsprong van Hughes' neurose situeert en er bepaald onappetijtelijke taferelen met de hamer inbeukt (Hughes bekijkt naakt en ongeschoren films, Hughes heeft melkfles- sen met pis rond zich verzameld, enzovoort), is hij opvallend fatsoenlijk als het gaat over de seksuele smaken, menselijke uitbuiting of onverbeterlijke drugsverslaving van de zakenman, vliegenier en filmregisseur/producent (om een gefictionaliseerde, meer waarheidsgetrouwe versie te krijgen, leest u beter het werk van James Ellroy, die Hughes in verschillende van zijn romans opvoert). Het had nog een giftig schouwspel kunnen opleveren, maar tot overmaat van ramp, en ondanks de occasionele set pieces (Hughes' spectaculaire crash in Beverly Hills), blijft de regie erg vlak, toch naar Scorseses normen: hij kleurt netjes binnen de lijnen van zijn obsessie voor filmgeschiedenis en bootst voor elke fase in Hughes' leven de cinematografische procédés van toen na. En DiCaprio? Hoe goed hij ook weet te acteren, hij slaagt er niet in de fysieke, angst inboezemende indruk weer te geven die Hughes volgens heel wat bronnen op mensen maakte. De film overspant vooral een overgangsperiode in het Amerikaanse industriële leven, van 1927 tot 1947. Daarin lag waarschijnlijk ook de aantrekkingskracht van het project, dat voor het overige eigenlijk niets boeiends te zeggen heeft over zijn hoofdpersonage. Twee parallelle ontwikkelingen zijn van belang, maar worden enkel via fragmentarische scènes opgeroepen: de overgang in de filmindustrie van stille naar sprekende cinema, en de hoge militaire en commerciële vlucht van de luchtvaart. Die twee assen leveren een aantal mooie momenten op, zoals de relatie tussen Hughes en Katherine Hepburn (perfect vertolkt door Cate Blanchett - Kate Beckinsale daarentegen is schabouwelijk als Ava Gardner) en de clash van Hughes met de baas van Pan Am (Alec Baldwin, die het personage alles van een reptiel geeft) en diens politieke bondgenoot (een even gluiperige Alan Alda). Slotsom: The Aviator is een 170 minuten lange, selectieve en voor de oscarshow opgesmukte anti-hommage aan een Amerikaanse pionier. De enige Howard die indruk maakt is opnieuw Howard Shore. Zijn typische minimale score (in Leuven met het Vlaams Radio Orkest opgenomen) mijdt slim de romantiserende heroïek en breekt genadeloos elk crescendo van het thema af. Jo Smets Jo Smets