Andrew Dominik met Casey Affleck, Brad Pitt, Sam Rockwell, Sam Shepard, Paul Schneider
...

Andrew Dominik met Casey Affleck, Brad Pitt, Sam Rockwell, Sam Shepard, Paul Schneider 'Enkele van mijn favoriete films zoals Pat Garrett & Billy the Kid, Days of Heaven en McCabe & Mrs. Miller werden pas na vijftien jaar naar waarde geschat', liet Brad Pitt hier vorige week nog optekenen. Als het van ons afhangt, hoeft het voor deze intens cinematografische en duidelijk naar bovengenoemde seventiesklassiekers gemodelleerde westernballade heus niet zo lang te duren. Nochtans is het risico op gegaap en gegeeuw reëel. Breezersletjes en tuningmacho's die met hun stalen ros richting bioscoop stuiven voor een Brad Pittwestern over de schietgrage James-gang komen bedrogen uit. Ze krijgen immers een introspectieve vertelling voorgeschoteld, waarover 160 minuten lang een existentieel misttapijt lijkt te hangen en waarin behalve tijdens de beloofde moordpartij uit de titel en die ene treinoverval in het begin amper een schot wordt gelost. Hoewel de film bijgevolg meer weg heeft van een kamerspel op de prairie dan van de gebruikelijke showdown met Colts, Stetsons en andere Far West-attributen, valt de psychologische spanning te snijden. De Australische regisseur Andrew Dominik - die in 2000 al sterk debuteerde met de gespierde misdaadbiopic Chopper - focust immers niet op de gewelddadige esbattementen van James en zijn posse, maar op zijn paranoïde, lichtelijk perverse relatie met zijn jonge handlanger en uiteindelijke beul Robert Ford. Die wordt hier alvast akelig innemend neergezet door Casey Affleck, terwijl ook Brad Pitt (tevens coproducer) eindelijk nog eens toont dat hij meer kan dan enkel met zichzelf pronken. Zo laat hij zijn bijna mythische celebrity-persona subtiel duelleren met die van Amerika's beroemdste outlaw. In Dominiks revisionistische visie (gebaseerd op de 'historisch correcte' James-biografie van Ron Hansen) blijkt die trouwens allesbehalve een Robin Hoodachtige vrijbuiter, wel een cynische, levensmoeë opportunist, die van het ene moment op het andere van brave huisvader tot koelbloedige killer muteert. Geen wonder dat de gluiperige Ford alleen een dwaze, gespeeld naïeve grijns opzet wanneer de luimige Jesse hem de hamvraag stelt: 'Do you want to be like me or do you want to be me?'. Je voelt de aanvankelijke, zelfs licht homo-erotische idolatrie van Ford gaandeweg wegebben en vervangen worden door wraaklust en jaloezie. Het zijn dan ook Bijbelse topics als verraad, fatalisme en broedermoord, die hier de CinemaScope-brede lucht bezwangeren, al heeft Dominik daar zelfs geen dialogen of acteurs voor nodig. Alleen al de manier waarop hij spanning en dramatiek uit de epische panorama's en de claustrofobische interieurs puurt, is grandioos. Ook de majestueuze composities van cameratovenaar Roger Deakins, het hopperiaanse lichtspel, het gebruik van anamorfiserende lenzen - alsof er, net als in de daguerrotypes van weleer, honing van het kader druipt - en de spaarzame countryblues van Warren Ellis en Nick Cave, die als bard een klein bijrolletje krijgt, getuigen van het nodige meesterschap. Kortom: een weidse, ambitieuze en vooral heerlijk anachronistische moordballade over laffe helden en heldhaftige lafaards. Dave Mestdach