Een martialartsfilm van Hou Hsiao-hsien? Het lijkt een even gek idee als een intimistische parabel van Michael Bay, maar sinds het recentste festival van Cannes weten we beter. De begenadigde chroniqueur van het dagelijkse leven in Taipei, die met zijn uitgepuurde, contemplatieve stijl talloze Aziatische auteurs beïnvloedde, heeft effectief een wuxia-film gedraaid. Een van de meest poëtische en geraffineerde ooit, zelfs. Al verraadt de titel, The Assassin, dat geenszins. 'Het is mijn eerste martial-artsfilm, maar daar zat ik niet mee', beweert Hou Hsiao-hsien. 'Voor mij is The Assassin géén verrassing. Ik kom...

Een martialartsfilm van Hou Hsiao-hsien? Het lijkt een even gek idee als een intimistische parabel van Michael Bay, maar sinds het recentste festival van Cannes weten we beter. De begenadigde chroniqueur van het dagelijkse leven in Taipei, die met zijn uitgepuurde, contemplatieve stijl talloze Aziatische auteurs beïnvloedde, heeft effectief een wuxia-film gedraaid. Een van de meest poëtische en geraffineerde ooit, zelfs. Al verraadt de titel, The Assassin, dat geenszins. 'Het is mijn eerste martial-artsfilm, maar daar zat ik niet mee', beweert Hou Hsiao-hsien. 'Voor mij is The Assassin géén verrassing. Ik kom niet onbeslagen op het ijs. Ik heb jaren leeservaring. Als student las ik veel verhalen over de Tang-dynastie. Ik heb altijd al een martialartsfilm over die periode willen draaien. Het probleem was dat ik er nooit de tijd voor vond.' De Tang-dynastie vormt vaak de achtergrond van Chinese zwaardvechtfilms zoals Curse of the Golden Flower (2006) en House of Flying Daggers (2004) van Zhang Yimou. 'De Tang-dynastie werd gekenmerkt door pracht en praal, grote vrijheid en een hoge levensstandaard. Dat is aanlokkelijk voor filmregisseurs. Maar er is meer. De verhalen over de Tang-dynastie behoren tot de gerenommeerdste in de Chinese geschiedenis. Vuistdikke romans hebben we aan de Tang-dynastie niet overgehouden, maar de novelles uit die periode zijn een genre op zich. Vooral de intrigerende verhalen van Pei Xing - de chuanqi - heb ik verslonden.' De regisseur van A Time to Live and a Time to Die (1985), The Puppet Master (1993) en Three Times (2005) streefde een grote authenticiteit na. 'Dat bezorgde me wel veel kopzorgen. Zo weten we dat de architecten zelden muren voorzagen. De ruimten werden van elkaar gescheiden door doeken. Maar hoe zagen die eruit? Uit welke stof waren die gemaakt? Dat liet ik dan onderzoeken.' The Assassin verkopen als een martialartsfilm is gevaarlijk. Het is in de eerste plaats een film van Hou, een verfijnde estheet die prachtige tableaus schildert en meditatieve, poëtische momenten laat ontluiken uit lang aangehouden statische opnames. 'Ik heb op film gedraaid. Na acht jaar inactiviteit was ik niet vertrouwd met digitaal filmen. En ik twijfelde eraan of ik daarmee de kleuren, de textuur en de pracht en praal van de legendarische zijden stoffen uit de Tangperiode wel goed kon weergeven.' In Cannes werd de Taiwanese grootmeester dit jaar tot beste regisseur gekroond. 'Die prijs zet de mensen op het verkeerde been. Hij doet uitschijnen dat de film mijn werk is terwijl hij het werk van een groep mensen is. Af en toe drijf ik koppig mijn zin door, maar dat is enkel een weerspiegeling van mijn behoefte aan zelfexpressie. Het belangrijkste is de film, niet mijn persoon. Maar ik moet ook aan de investeerders denken. De prijs maakt het iets gemakkelijker om hun investering terug te winnen. Dus ik ben er wel blij mee.' THE ASSASSIN 15/10 om 20.30 uur, 16/10 om 17.30 uur, 19/10 om 21.45 uur en 22/10 om 17.30 uur. Vanaf 20/1 in de bioscoop. Hou Hsiao-hsien: 'IK HEB ALTIJD AL EEN MARTIALARTSFILM WILLEN DRAAIEN.'