In de keuken giet Katia deeg in papieren vormpjes. Haar moeder Régine staat erbij en vertelt dat zij dat als jong meisje nooit deed, taarten bakken. Wat ze dan wel deed? Ze haalt de schouders op. Andere dingen. En dan vertelt ze haar dochter hoe ze aan haar naam komt. Hoe die een eerbetoon is aan de nicht die ze tijdens de genocide verloor. Voor haar ogen werd ze neergeschoten, net als haar oom, haar tante, haar jongere broer. De lichamen vielen boven op haar. Zij overleefde. Omdat ze voor de moordenaars van haar familie tot de lijken behoorde.
...