Tennessee Williams A Streetcar Named Desire (1951) / Cat on a Hot Tin Roof (1958) / Sweet Bird of Youth (1962) / The Night of the Iguana (1964) / The Roman Spring of Mrs. Stone (1961)

FILMS: * TOT **** EXTRA'S: * TOT ***

WARNER

Films. In zijn voorwoord op Sweet Bird of Youth schrijft Tennessee Williams (geboren als Thomas Lanier Williams) dat hij op zijn veertiende begon met schrijven om aan de realiteit te ontsnappen. Hij ging gebukt onder een manklopende relatie met zijn vader, en tussen zijn ouders was het ook geen rozengeur en maneschijn. Vader Williams, een handelsreiziger en beroepsalcoholicus, noemde zijn zoon 'Miss Nancy' omdat hij zich liever opsloot in de ruime bibliotheek van zijn grootmoeder dan dat hij baseball speelde met zijn leeftijdsgenoten, die hem ook al voor sissy versleten.

Tennessee Williams snijdt in zijn toneelstukken agressie, stukgelopen huwelijken, alcoholisme, hysterie, emotionele chantage, hebzucht, verdrongen gevoelens en seksuele frustraties aan. Ook sociale wantoestanden borrelen hier en daar op, maar Williams profileert zich eerder als een chroniqueur van de donkere zielenroerselen van zijn medemens dan als een criticus van maatschappij en staat.

Toen Williams anno 1944 doorbrak met The Glass Menagerie sleepte hij zich reeds van de ene naar de andere depressie, goot hij de alcohol met sloten door zijn keel en ontdekte hij de herenliefde. De jaren 50 waren in Amerika de periode van de communistenjacht, maar homoseksualiteit was niet veel minder staatsgevaarlijk. De toneelstukken van Tennessee Williams waren gewaagd en controversieel. Het was niet zozeer de latente homoseksualiteit van zijn (zowel mannelijke als vrouwelijke) personages die de goegemeente tegen de borst stuitte, maar wel de krasse uitspraken en hevig geëmotioneerde dialogen waarin vrij over seks en verlangens werd gedebatteerd. Ook het drugs- en alcoholmisbruik van sommige personages werd door de moral majority met argwaan bekeken.

Elia Kazan, die verschillende stukken van Williams op de planken bracht, verfilmde A Streetcar Named Desire en Baby Doll (dat hij Williams liet schrijven naar aanleiding van twee van diens eenakters). A Streetcar Named Desire blijft, ondanks zijn nadrukkelijke theatraliteit, een magistrale filmadaptatie. De expressionistisch getinte zwart-witfotografie van Harry Stradling en de zwoele, bij vlagen melancholische score van Alex North zetten van bij de openingsbeelden de juiste toon. Marlon Brando en Vivien Leigh zijn onvergetelijk.

De versie van Streetcar in deze Tennessee Williams-box is de integrale versie. Aanvankelijk zou Fox de film produceren, maar de studio haakte af wegens de te grote controverse. Bij Warner werd naar compromissen gezocht: de verkrachtingsscène en de zelfmoord van Blanches homoseksuele echtgenoot moesten 'aangepast' worden. Uiteindelijk was het de puriteinse drukkingsgroep Legion of Decency die Kazans versie censureerde. Om de 'C'-classificatie ( 'Condemned', zowat de huidige X-rating) te vermijden, diende er op verschillende plaatsen de schaar in gezet. Vooral de zwaar suggestieve dialoogscènes moesten eraan geloven en voor de scène waarin Stella van de trap komt (eveneens ingekort) moest Alex North zelfs zijn score 'aanpassen' vanwege 'het opwekken van lustgevoelens'.

Cat on a Hot Tin Roof had zeven jaar later minder last met de censuurcommissies. De expliciete dialoogscènes over seks en begeerte plus het verhaal over leugens, hebzucht en alcoholisme provoceerden, maar dat stond het megasucces van de film niet in de weg. Richard Brooks verfilmde tevens Williams' Sweet Bird of Youth. John Hustons The Night of the Iguana is leuk om Richard Burton, Deborah Kerr en bovenal Ava Gardner over de schreef te zien gaan.

Extra's. Alle films bevatten featurettes. Streetcar spant de kroon met een uitgebreide (zuiver informatieve) documentaire over Elia Kazans oeuvre, screentests van Brando, een lading interviews en een vergelijking tussen de gerestaureerde versie en de bioscoopversie uit 1951. Zowel Cat als Streetcar hebben een commentaartrack.

Piet Goethals