Toen Brown Mvula's ambitieuze debuut Sing to the Moon (2013) in goede banen leidde, was het niet zozeer producen maar ensceneren wat hij deed. Haar songs werden pittoreske tableaus, ingekaderd met krullende strijkers, opgeblonken koper en koortjes, veel koortjes. De plaat leverde Mvula, naast lof, vele vergelijkingen met de grote Nina Simone op, zelf niet onbekend met de dramatiek van Broadway. Ook op deze tweede langspeler steekt de zangeres, van kinds af...

Toen Brown Mvula's ambitieuze debuut Sing to the Moon (2013) in goede banen leidde, was het niet zozeer producen maar ensceneren wat hij deed. Haar songs werden pittoreske tableaus, ingekaderd met krullende strijkers, opgeblonken koper en koortjes, veel koortjes. De plaat leverde Mvula, naast lof, vele vergelijkingen met de grote Nina Simone op, zelf niet onbekend met de dramatiek van Broadway. Ook op deze tweede langspeler steekt de zangeres, van kinds af aan talentvol op viool en klassiek opgeleid aan het conservatorium van Birmingham, haar respect voor de Hogepriesteres onder stoel noch bank, maar ook haar eigen persoonlijkheid en talent manifesteren zich explicieter. Twee singles namen de aanloop naar The Dreaming Room: de hectische, in fluorescerende regenboogtinten uiteenspattende grotemeisjeshymne Phenomenal Woman en Who I Am, hedendaagse afrodisco waar Nile Rodgers van Chic en jazzgitarist John Scofield aan meehielpen. Die singles duwen en trekken respectievelijk de tracklist, maar vooral wat zich tussendoor afspeelt getuigt van Mavula's klasse. 'It's hard to say which way we go fromhere', zingt ze in Bread. We doen toch een poging: analoge synths die tegen de af- en aanzwellende stroom van symfonische orkestraties drijven terwijl meerstemmige zangarrangementen als vlinders en andere zomerse fladderaars de oren strelen, te midden van een cycloon van soul, gospel en barokke pop. Zo moeilijk was dat niet, maar Nina Simone verwoordde het ooit beter. De diva had een hekel aan hokjes als jazz, soul en blues en noemde haar composities 'zwarte klassieke muziek'. Show Me Love is daar een knap voorbeeld van: orkest in de rug, Mvula's wendbare stem op de voorgrond, meer niet. Tijdens Angel dwaalt de gedachte in de richting van Brian Wilson, toen die zijn postsurfliedjes 'popsymfonieën' noemde. Wanneer stevigere ritmes de melodieën steunen, zoals in Let Me Fall, dwingt zich een vergelijking met Janelle Monáe op, en mocht Panda Bear ooit om een duetpartner verlegen zitten, dan luistert hij maar eens naar Lucky Man. 'Tell Laura I love her', croonde Ray Peterson in de gelijknamige smartlap uit 1960. Ga het haar zeggen, op 9 juli tijdens het Cactusfestival. Dat mag met mijn groeten. LAURA MVULA **** The Dreaming Roomsoul/pop RCA DOWNLOAD Bread Lucky Man AngelJONAS BOEL