'Een ruwe inborst in een ruwe natuur', zo omschreef Pascale Naessens Hugo Camps in Een uur tijdverlies. Kijk, zo zou die man nog een slechte naam krijgen. Overigens moet je wel een beetje een slecht karakter hebben om van Alloo's talkshows te genieten. Nu ja, talkshow... Als je de Bluff Daddy van TV6 mag geloven, is dat een hopeloos verouderde term. Mediatainment is de nieuwe noemer van Een uurtijdverlies. De bron van vermaak ? BV's die de afgelopen week in de actualiteit stonden. 'Of net erbuiten', zoals Alloo zelf eraan toevoegde. Ja kijk, zo heb je natuurlijk altijd prijs. Uit die gasten wordt dan gehaald ' wat er normaal niet inzit'. Dat klinkt behoorlijk verontrustend, maar in de praktijk komt het erop neer dat Mark Deme...

'Een ruwe inborst in een ruwe natuur', zo omschreef Pascale Naessens Hugo Camps in Een uur tijdverlies. Kijk, zo zou die man nog een slechte naam krijgen. Overigens moet je wel een beetje een slecht karakter hebben om van Alloo's talkshows te genieten. Nu ja, talkshow... Als je de Bluff Daddy van TV6 mag geloven, is dat een hopeloos verouderde term. Mediatainment is de nieuwe noemer van Een uurtijdverlies. De bron van vermaak ? BV's die de afgelopen week in de actualiteit stonden. 'Of net erbuiten', zoals Alloo zelf eraan toevoegde. Ja kijk, zo heb je natuurlijk altijd prijs. Uit die gasten wordt dan gehaald ' wat er normaal niet inzit'. Dat klinkt behoorlijk verontrustend, maar in de praktijk komt het erop neer dat Mark Demesmaeker wordt omgeschoold tot goochelaar, om 'wat meer hiphop in zijn carrière te brengen'. Demesmaeker met meer hiphop, dat is zoiets als Mr. Proper met nóg meer enzymen. Maar zoefzoef, daar wordt de volgende gast al aangevoerd. In een teletijdmachine, zo lijkt het wel, en het liefst vanuit een rare hoek gefilmd, zodat je als kijker een halsverrekking riskeert. Maar dat is modern; wat heet trouwens tijdverlies in een programma waarin BV's omgezet worden alsof er aanstonds een wereldwijde schaarste gaat optreden. Het decor met de vele kamers doet nog het meest denken aan het soort doolhof waarin witte muizen op hun vindingrijkheid worden getest; Alloo is een wat malicieuze professor Unradt die enigszins wantrouwige mediacoryfeeën nog meer op hun ongemak probeert te stellen. Het publiek kijkt op het gebeuren neer, als een auditorium vol gesjochte psychologiestudenten. ' Ben je nu niet een beetje gespannen?', fleemde Alloo, zich indecent dicht tegen voetballer Yves Vanderhaeghen aanschurkend. Jaja, die truc kennen we al van bij Uytterhoeven in Morgen Maandag. Vanderhaeghen keek inderdaad behoorlijk ongemakkelijk, alsof hij elk moment een emmer stront in zijn nek verwachtte. Maar hij mag dan al de 'Jerom van de grasmat' zijn, hij kreeg toch maar moeiteloos uit zijn strot dat hij Alloo was tegengekomen op een concert van Jamiroquai, een staaltje van eloquentie dat de puppetmaster zichtbaar tegenviel. Nadat twee Missen uitvoerig de Anderlecht-spieren hadden mogen betasten en naar de conditie van 'het vrouwtje' geïnformeerd hadden - voetballers en wielrenners zijn om mij onbekende redenen altijd met vrouwtjes getrouwd -, kreeg de snelheidsduivel in Alloo ineens af te rekenen met een gewetensprobleem. Omdat zulks het voorstellingsvermogen van de modale kijker ver te boven gaat, werd het probleem plastisch voorgesteld: boven Alloo's rechterschouder wiekte engelbewaarder Luc Beaucourt, twee druppels water de geest van opoe Tzeitel uit Fiddler on the roof. Links zweefde duivel Jean-Pierre Van Rossem, twee druppels water zijn eigen lelijke zelf. Geen wonder dat ' de hengel' (dixit Van Rossem) uiteindelijk het onderspit moest delven, vooral omdat Jiepie voortdurend meldde dat hij moest kotsen. Een duidelijk geval van auto-intoxicatie. Maar er zijn van die BV's die je nog met geen Israëlische mortieraanval uit hun evenwicht zou kunnen krijgen. Willy Sommers, bijvoorbeeld, die zijn nieuwste luisterlied bracht in een kamer vol krijsende baby's en kleuters. Zonder een spier te vertrekken. Koelbloedigheid of een facelift, wie zal het zeggen. Vervolgens dook ook Jean-Marie De Decker op, meer dan nét buiten de actualiteit mocht ik hopen. Helaas, daar sloop hij al samen met Alloo de 'intieme kamer' in, een schemerig vertrek dat verdacht veel weg had van de kleedkamer van een herensauna. Dat het toch een kaakslag was dat hij op maandagmorgen niet meer naar de partijvergadering mocht gaan, pookte Alloo. ' Ha nee', zo snoefde de senator als een overmoedige snotneus, nu kon hij zaterdag- én zondagavond uitgaan. Toch mocht Alloo Jean-Marie graag een held noemen. Een held die waarschijnlijk niets liever zou doen dan zijn eigen partij te stichten, suggereerde hij zalvend. Maar nee, zo gek kreeg hij het politiek zwaargewicht niet. Die was immers donkerblauw in hart en nieren. En was hij ook niet voor de ideeën van de revolutie bij de VLD gegaan? Op dat moment begon ik vurig te hopen dat Demesmaeker in zoverre tot de Vlaamse David Copperfield omgeschoold was dat hij Jean-Marie in een donkerblauwe geschelpte zou veranderen. Want het leven is kort en er zijn grenzen aan de tijd die een mens te verbeuzelen heeft.