Robberderobberderob. Na kabouter Plop is het nu de beurt aan zelfverklaarde koning Rob om een eigen land te stichten. Robsaland. Maar waar kabouter Plop het de mensheid niet te lastig maakte en gewoon een oud en roestig pretpark aan de kust inpalmde, ziet koning Rob het een pak gigantischer en ambitieuzer: zijn eigen privéstaat. Pas op, dat heeft niets te maken met grootheidswaanzin of vtm-isering van zijn hersencellen. Het is Rob enkel te doen om het welzijn en de liefde van zijn eigen zoon, onzen Dries. ' Wat wilde gij later worden?' vroeg geheel in Waarvan Akte-stijl een stem buiten beeld aan het kind dat zowat verdween achter zijn verjaardagstaart. 'Koning', piepte het ventje. Precies het antwoord dat zijn vader hem even daarvoor onder vier priemende ogen had ingefluisterd. 'En verpest nu niet mijn show of je moet vanavond naar de volledige reeks van De Thuisploeg kijken!' 'Nee papa, toe papa, ik zal doen wat je vraagt.' We willen er niet aan denken wat er was gebeurd als Driesje het in zijn hoofd had gekregen te antwoorden dat hij astronaut wilde worden, of paus, of televisiepresentator. Welk programma hadden we dan voorgeschoteld gekregen? Het is een gedachte die ik verkies te vermijden, kwestie van het leven hier in huis aangenaam te houden. Want om eerlijk te zijn, het liefst was ik halverwege Robland gestopt met kijken om mijn schaarse zondagavonden in ieder geval iets of wat zinvoller te besteden. Met de verzamelde werken van Jos Vandeloo, bijvoorbeeld. Maar om niet weer het striemende verwijt te krijgen dat ik mijn oordeel baseer op stukken en flarden, heb ik het programma netjes uitgezeten. Inclusief de reclameblokken waarin Vanoudenhoven zich alvast tot koning van de lucratieve bijverdienste kroonde.

Niet alles is nochtans kommer en kwel aan Robland. Het uitgangspunt, de vraag of een individu een eigen staat kan oprichten en hoe je dat dan moet doen, boeide ons mateloos. Iedereen heeft wel eens behoefte aan het creëren van zijn eigen wetten en idealen, maar dat uitgangspunt was dan ook het enige dat niet van Rob of van zijn ploeg kwam. Rob had het al gezegd. Hij zou het originele format naar zijn hand zetten. Een spijtige beslissing. Want het originele format was interessant en wat Robsa vanachter zijn bureau in de studio in de Medialaan produceerde, was oudbakken brood, beschimmelde confituur in blinkende bokalen, belegen wijn in nieuwe zakken en zo kunnen we nog wel wat geschikte metaforen bedenken. Zoals steeds zag Rob het spectaculair en massahysterisch. Willy Declercq stond ervoor op uit zijn graf; Louis Tobback en Jean-Luc Dehaene daalden vanuit hun eigen stadstaten af om acht weken lang toe te kijken of Rob er al dan niet in slaagt om hun eigen stoutste droom te realiseren. ' Da gaadu nie lukken', trompetterde Tobback zelfverzekerd en ongetwijfeld vanuit eigen ervaring. ' Da zullen we nog wel es zien. Das hier gene zever, zenne', snoefde Rob op gelijke voet met deze heren van stand. Want het moge duidelijk zijn: koning, keizer, admiraal, in Robland praten ze de tussentaal. En om te bewijzen dat dat daar allemaal gene zever was, betaalde Rob zijn oude legermaten onder de tafel royaal opdat ze hem loyaal zouden blijven. Met de makkers van toen zou hij een Vlaamse gemeente veroveren en uitroepen tot Robsaland. Om wapens te vinden, trok hij de fichebak van Jambers open. Onder de L van Legeridioten vond hij wat hij zocht: ziekelijke verzamelaars van oud en aftands militair materieel. 'Eis op wat niet van u is', had een goeroe in New York gepredikt en Rob marcheerde met rechte rug de studio uit om zijn missie te volbrengen. En dat was dat. Uit pure miserie zapten wij naar één, alwaar een jongere Rob net onder de vleugels van Guy Mortier en Mark Uytterhoeven kwam piepen in Alles Kan Beter. En plots sloeg de existentiële vertwijfeling ons als een vochtige handdoek in het gezicht. Als alles beter kan, waarom Rob dan niet?

Door Tine Hens