De sexy sigaret

Dat roken de kans op longkanker en hartkwalen verhoogt, dat het de huid sneller doet verschrompelen én dat je kleren er naar een omgekieperde asbak van gaan ruiken: zelfs verstokte rokers zullen het niet ontkennen. Maar wat evenmin te loochenen valt, is dat een sigaret opsteken verdomd sexy kan zijn of voelen, zeker wanneer je het een spetter (m/v) hebt zien voordoen op het witte doek. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Hollywood van bij het prille begin door de tabaksindustrie werd omarmd als gedroomd reclamemedium, met als iconische uithangborden: Humphrey Bogart, Gary Cooper (die in de Michael Curtiz-klassieker Bright Leaf zelfs een tabakskoning speelde) en Clark Gable, terminaal coole kettingrokers die je in geen fortiesfilm zult betrappen zonder Marlboro, Kent of Lucky Strike tussen de lippen.
...

Dat roken de kans op longkanker en hartkwalen verhoogt, dat het de huid sneller doet verschrompelen én dat je kleren er naar een omgekieperde asbak van gaan ruiken: zelfs verstokte rokers zullen het niet ontkennen. Maar wat evenmin te loochenen valt, is dat een sigaret opsteken verdomd sexy kan zijn of voelen, zeker wanneer je het een spetter (m/v) hebt zien voordoen op het witte doek. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Hollywood van bij het prille begin door de tabaksindustrie werd omarmd als gedroomd reclamemedium, met als iconische uithangborden: Humphrey Bogart, Gary Cooper (die in de Michael Curtiz-klassieker Bright Leaf zelfs een tabakskoning speelde) en Clark Gable, terminaal coole kettingrokers die je in geen fortiesfilm zult betrappen zonder Marlboro, Kent of Lucky Strike tussen de lippen. Maar het waren zeker niet alleen de mannelijke sterren die indertijd wel eens een saffie durfden op te steken. Toen bleek dat 85 procent van de Amerikaanse mannen Bogeys voorbeeld volgden, begon de tabaksindustrie zich steeds nadrukkelijker op de vrouwenmarkt te richten, met als resultaat: de intrede van de sensueel rokende vamp in films als To Have and to Have Not (1944), Double Indemnity (1944) en Gilda (1946). Ook voor de vrouw zou de sigaret spoedig symbool gaan staan voor vrijheid en zelfstandigheid, het fallusvormige attribuut waarmee diva's als Lauren Bacall en Rita Hayworth hun mannelijke prooien hypnotiseerden. Aldus stonden zij op hun beurt aan de wieg van een lange traditie van uitdagend rokende femmes fatales, met Sharon Stone in Basic Instinct, Uma Thurman in Pulp Fiction en de lesbische killers uit Bound als enkele recente voorbeelden. Wanneer de GI's Europa bevrijden, is de sigaret dan ook een van de meest gebezigde filmtools: een telegeniek object dat zowel subtiel als expliciet kan alluderen op de meest uiteenlopende dingen: op de bekroning van een stevig potje rampetampen, een passageritueel op weg naar de volwassenheid, een middel om de vijand te intimideren. In tal van evergreens uit de jaren 40 wordt er zo stevig gepaft dat het anno 2007 bijna iets surrealistisch krijgt. Duw maar eens een thriller met Bogart - die zo'n vijf pakjes per dag door zijn longen joeg - in de dvd-speler en vergelijk die vervolgens met een thriller van vandaag: je vraagt je af of er in zo'n oude filmstudio nog te ademen viel. In 1953 worden de tabaksboeren voor het eerst opgeschrikt door een wetenschappelijke studie die bewijst dat 94 procent van alle longkankers te wijten is aan roken. Het gevolg is een doofpotoperatie en een onophoudelijke stroom aan desinformatie die uiteindelijk veertig jaar zal duren, opdat de tabaksconsument er toch maar geen lucht van zou krijgen dat zijn sigaretje lang niet zo onschuldig is als de spotjes met bijvoorbeeld de Marlboro Man of Steve McQueen doen vermoeden. Voor de filmindustrie is er echter geen vuiltje aan de lucht. Als Bogart in 1957 bezwijkt aan keelkanker is er bijna niemand die de link legt met zijn onafscheidelijke sigaret. En bovendien is er alweer een nieuwe cultheld opgestaan (en verongelukt voor hij kanker kon krijgen): de rebelse James Dean, die zich met East of Eden en Rebel Without a Cause tot het gekwelde symbool van zijn generatie kroont, de sigaret nonchalant in de mondhoek gedrukt. Dat de hele wereld, en zeker Tinseltown, blijft roken als turken lijkt de logica zelve, ook al verliest de sigaret veel van zijn glamour en wordt ze in de jaren 50 en 60 steeds vaker gecast als ordinair, volledig aanvaard consumptieartikel. Geen wonder dat - wanneer de materialistische jaren 80 aanbreken en fitness en gezondheid de nieuwe Amerikaanse obsessies worden - het sexy en sprankelende imago van de sigaret steeds meer nicotinevlekken begint te vertonen en de verkoopcijfers spectaculair dalen, al blijven de filmhelden zelfs dan hun pakje trouw. Zo steekt bokskampioen Rocky Balboa nog altijd graag een sigaretje op, net als tekenfilmkonijn Roger Rabbit, de Beverly Hills Cops en actieheld John McClane die in Die Hard zelfs sigaretten schooit van zijn slachtoffers. In de jaren 90 is roken in de ogen van de meeste Amerikanen maar een vieze gewoonte meer en dat is de filmbobo's duidelijk niet ontgaan. Zo is de sigaret die Uma Thurman in haar handen houdt op de Amerikaanse affiche van Pulp Fiction allicht een van de eerste om met PhotoShop te worden uitgewist, terwijl roken in Hollywoodfilms steeds vaker het weinig benijdenswaardige privilege wordt van buitenlanders, met de aan Gauloises verslingerde Fransen (zie: Kevin Kline in French Kiss, Gerard Depardieu in Green Card) voorop. Andere minderheden die vaak een peuk in de mond geduwd krijgen, zijn neuroten als Russell Crowe in A Beautiful Mind en Jim Carrey in Me, Myself & Irene; psychopaten als Oliver Stones Natural Born Killers; adrenalinejunks zoals de vechtersbazen uit Fight Club; werklozen of gekwelde schrijvers als Capote. Roken is duidelijk niet langer sexy maar een probleem, een afwijking waarmee je jezelf aan de rand van de maatschappij plaatst. Sinds 1973 voegt sigarettengigant Philip Morris ammoniak toe aan zijn Marlboro's om de afhankelijkheidsgraad van de consument artificieel te verhogen. Jeffrey Wigand onthulde het schandaal in 1996 tijdens zijn controversiële biecht voor de camera's van CBS News, en inspireerde Michael Mann tot zijn zenuwslopende docu-thriller The Insider. Daarin wordt Big Tobacco - het koosnaampje voor de Amerikaanse tabaksreuzen Philip Morris, RJ Reynolds en British American Tobacco - neergezet als een maffioze organisatie en komen zoveel onwelriekende feiten aan het licht dat Mann en scenarist Eric Roth onmiddellijk stopten met roken. Toch zou de film uniek blijven in zijn soort. Hoewel de antitabakslobby machtiger lijkt dan ooit en de openbare opinie zich definitief tegen het roken lijkt te hebben gekeerd, blijft Hollywood merkwaardig tolerant ten aanzien van de verguisde peuk. Niet alleen worden tot op vandaag rokende personages opgevoerd in bijna 80 procent van alle (ook voor kinderen toegankelijke) films - zoals een onderzoek van de Universiteit van Californië vorig jaar reveleerde. Films als Smoke en Blue in the Face zijn zelfs onvervalste hommages, terwijl ook indiegoeroe Jim Jarmusch in zijn kortfilmcompilatie Coffee and Cigarettes zijn twee favoriete verslavingen schaamteloos bezingt. Bovendien is er buiten Hollywood nog veel meer werk aan de winkel, en dan zeker in Azië, waar elk personage er per film nog altijd minstens één pakje doorjaagt. Enkele frappante voorbeelden: de Hongkongthriller Infernal Affairs en zowat alles van rookfetisjist Wong Kar-wai. Met 38 procent rokers onder zijn bevolking is Frankrijk nog steeds Europees koploper (in België schommelt het rond de 25 procent), ook al verbiedt de wet-Evin er sinds 1991 het afsluiten van financiële contracten tussen film- en tabaksmaatschappijen. Dat heeft de lokale zevende kunst echter niet kunnen inspireren om de rookvrije toer op te gaan, zoals bleek uit een studie uit 2003 van de Wereldgezondheidsorganisatie. Uit statistieken blijkt zelfs dat de kans dat het hoofdpersonage rookt met 22 procent stijgt als het om een vrouw gaat, en met bijna honderd procent als het om een vertegenwoordiger van de wet gaat. Néé, op het witte doek geven de flikken, anders dan in België, niet het goede voorbeeld. Bovendien blijkt de Franse film nog altijd zeer teer-gevoelig, zoals Kristine Gallopel-Morvan - professor aan de universiteit van Rennes en voorzitster van het nationale antitabakscomité - tot haar afgrijzen vaststelde toen ze 21 recente Franse succesfilms analyseerde. Daaruit bleek dat filmpersonages veel meer en veel vaker roken dan de reële gemiddeldes, terwijl van de veertig dialogen die expliciet over tabak gingen slechts vier daarvan de sigaret in een negatief daglicht stelden. In één film lag een pas bevallen vrouw zelfs te roken in de materniteit. Maar wat wil je ook in een land waar filmgod Alain Delon ooit nog zijn eigen sigarettenmerk had. Na het ontraden en het verfoeien van de sigaret lijkt de tijd eindelijk rijp om er ook eens mee te lachen. Dat bewees de recente komedie Thank You for Smoking (Jason Reitman, 2006) waarin een satirische blik wordt geworpen op de tabakslobby en waarin Aaron Eckhart een welbespraakte dandy neerzet die in talkshows en op congressen de dubieuze zaak van de tabaksindustrie bepleit. Producent David O. Sacks legt uit: 'In gelijk welke film die over roken gaat, worden de vertegenwoordigers van de tabaksindustrie opgevoerd als de slechteriken en zij die ertegen strijden als de helden. In deze film hebben we die klassieke moraal omgedraaid, wat meteen de nodige vragen oproept en de kijker bij het debat betrekt.' Voor wie deze overigens volledig nicotinevrije film in de bioscoop heeft gemist: op 3 april komt hij uit op dvd. Humphrey Bogart die met een cowboylucifer een sigaret opsteekt, hem tussen duim en wijsvinger houdt en de rook tot diep in zijn longen trekt: het heeft ontegensprekelijk iets stijlvols en aantrekkelijks. Hetzelfde kon wellicht niet worden beweerd van 's mans door kanker aangevreten keel toen hij in 1957 op 57-jarige leeftijd de pijp aan Maarten gaf. Opvallend trouwens hoeveel kettingrokende filmhelden aan de sigaret zijn bezweken: Steve McQueen (50, longkanker), Yul Brunner (65, longkanker), Cary Cooper (65, longkanker), Sammy Davis Junior (64, keelkanker), Walt Disney (65, longkanker), Errol Flynn (50, hartaanval), Clark Gable (59, hartaanval), Lee Marvin (67, hartaanval), John Wayne (72, longkanker), Spencer Tracy (66, hartaanval), Robert Mitchum (79, longkanker) én - o bittere ironie - zelfs de heren David Millar, Wayne McLaren en Graeme Dawson, drie van de mythische Marlboro Men die indertijd in de beroemde reclamespots van tabaksgigant Philip Morris als stoere cowboys werden opgevoerd en later alle drie stierven aan longkanker. En hoe zit het in Vlaanderen? Hier gelden nog altijd geen specifieke bepalingen en volstaat het om de bestaande wetgeving inzake tabaksreclame te volgen. In principe komt het er dus op neer dat filmpersonages naar hartenlust mogen paffen, zolang het merk maar niet expliciet in beeld komt en er geen contracten worden gesloten met de fabrikanten. Toch bestaan er hier en daar specifieke gedragscodes, zoals bij de VRT, die productiehuizen aanmaant om géén rokers op te voeren, en MMG, het productiehuis achter Flikken, De Zaak Alzheimer en Windkracht 10. 'Ik ben zelf roker', legt zaakvoeder en Vlaams topproducer Erwin Provoost uit, 'maar je zult in mijn films of tv-series géén sigaretten zien. Daar ben ik principieel in. Ik wil jongeren niet op slechte ideeën brengen en acteurs moeten bij mij ook niet komen zagen dat roken bij hun personage past. Eén keer heb ik een rokende visser opgevoerd in een aflevering van Windkracht 10. Daarin wordt zijn arm geamputeerd wanneer hij zijn sigaret tracht op te rapen. Om maar te zeggen dat ik het méén.' Hoffelijker ten aanzien van rokers op het witte doek is Jan Verheyen. 'Ik heb ooit een voorstel gekregen van een sigarettenmerk en ik heb dat toen ernstig overwogen, maar juridisch zagen we gewoon geen mogelijkheden. Dat betekent niet dat ik de argumenten van de tegenstanders niet begrijp, maar als ik een cheque krijg waardoor ik twee extra dagen kan filmen: dan is zelfs voor mij de verleiding te groot.' Door Yves Le Corre © Studio Magazine - Vertaling en bewerking: Dave Mestdach