Hier is wat ik denk is een twee uur durende, half grappig bedoelde scheldtirade van Deprez. Hij zag in Zuid-Afrika dat de mensen er ondanks hun armoede minder zuur in het leven staan dan wij, westerlingen. Dat zouden we geweten hebben! Zo zette hij een toneeljaar in met veel meningen over 'de wereld', die door Joost Vandecasteele (in het hilarische Sorry voor alles) als dement bestempeld werd.
...

Hier is wat ik denk is een twee uur durende, half grappig bedoelde scheldtirade van Deprez. Hij zag in Zuid-Afrika dat de mensen er ondanks hun armoede minder zuur in het leven staan dan wij, westerlingen. Dat zouden we geweten hebben! Zo zette hij een toneeljaar in met veel meningen over 'de wereld', die door Joost Vandecasteele (in het hilarische Sorry voor alles) als dement bestempeld werd. Zij die van hun mening intiem maar visueel verbluffend theater maakten, overtuigden het meest. Zoals Peter Verhelst met Africa en Valentijn Dhaenens, die uitgedost als een door oorlogsellende geharde verpleegster de ijzersterke solo De kleine oorlog speelde. Of de uit Hamburg aangemeerde Luk Perceval. Hij ensceneerde Tsjechovs Platonov vanuit de gedachte dat iemand wenend in de ogen kijken zelfs de grootste bullebak doet smelten. Et voilà. Zijn stil huilende acteurs die van op de rand van het podium het publiek aankeken, waren zowat de mooiste belichaming van de pijn van het zijn. Klassiekers waren in. Tsjechov werd ook door De Koe geëerd in het grappige en gelaagde Olga. En Shakespeares Romeo en Julia werd zelfs drie keer geënsceneerd. De jeugdige versie van Simon De Vos in HetPaleis was de beste. De Vos bewees dat theater tegelijkertijd een feest en maatschappijkritisch kan zijn. Ook Theater Zuidpool diepte een klassieker op: Phaedra straalde dankzij een gouden decor en dito spel van Sofie Decleir en Ariane Van Vliet. Even stralend waren Het Kips hilarische versie van Edward Albees Who's Afraid of Virginia Woolf enPeter Monsaerts tragikomische versie van Eugène O'Neills gezinsdrama Lange dagreis naar de nacht bij Theater Antigone. Terwijl Anne Teresa De Keersmaeker, Ugo Dehaes, Jan Martens en Kabinet K toonden dat er ondanks alles nog reden is om met frivole tederheid door het leven te dansen, waagden de jongste theatermakers zich aan een analyse van dat leven. Zo won het collectief Bogmet zijn filosofische tekst Bog de studentenversie van de Taalunie Toneelschrijfprijs. Zal dat troepje ooit dezelfde graad van genialiteit bereiken als dé plankenfilosoof? Maestro Wim Helsen werkte in Spijtig spijtig spijtig een toiletbezoek uit tot tragikomisch relaas van de goedbedoelende psychopaat in elk van ons. Dat hij er en passant ook nog de toestand in Syrië en andere wereldproblemen bij betrok, maakt zijn stuk tot een bitterzoete samenvatting van dit jaar. In 2014 moeten we het helaas zonder nieuw werk van Helsen doen. Tè wa ta tè. ELS VAN STEENBERGHE