Ze kunnen er niet mee lachen, daar op het Belgische Instituut voor Verkeersveiligheid. Rob Vanoudenhoven die zonder handen rijdt, die meer oog heeft voor wat er zich achter hem in de auto afspeelt dan voor hem op de weg, die - oeps, sorry! - voetgangers in fluohesjes de pas afsnijdt. Een schande vinden ze het op het BIVV. Dan voeren ze eeuwenlang campagnes tegen dronken chauffeurs, tegen stickers met kindernamen op de achterruit, tegen te snel thuis zijn, tegen geurende dennenboompjes aan de spiegel en dan komt daar zo'n Rob aangevlogen die voor de camera bewijst dat het pas echt feest is als Rob rijdt. La...

Ze kunnen er niet mee lachen, daar op het Belgische Instituut voor Verkeersveiligheid. Rob Vanoudenhoven die zonder handen rijdt, die meer oog heeft voor wat er zich achter hem in de auto afspeelt dan voor hem op de weg, die - oeps, sorry! - voetgangers in fluohesjes de pas afsnijdt. Een schande vinden ze het op het BIVV. Dan voeren ze eeuwenlang campagnes tegen dronken chauffeurs, tegen stickers met kindernamen op de achterruit, tegen te snel thuis zijn, tegen geurende dennenboompjes aan de spiegel en dan komt daar zo'n Rob aangevlogen die voor de camera bewijst dat het pas echt feest is als Rob rijdt. Laat die suffe, saaie Bob vanaf nu maar thuis. De vraag is: wie heeft er precies een gebrek aan humor? Zij die het niet grappig vinden of hij die denkt dat hij grappig is? Kan humor - zoals kunst - zijn tijd vooruit zijn? Niet dat die bezinksels van de amateurfilosoof zo ineens door mijn hoofd schoten toen ik Rob Vanoudenhoven in zijn als taxi vermomde Chrysler Voyager zag stappen. Daar ging hij, op weg om onschuldige slachtoffers op te pikken. Eerst in Geraardsbergen en dan in Houthalen-Helchteren. Om eerlijk te zijn vond ik het een fractie van een seconde een gewaagd programma. Je moet het maar doen, in een land dat meer dan één slechte herinnering heeft aan ongure types in bestelwagens, een door het collectief geheugen vergeten man op pad sturen die onder het mom van een quiz mensen van de weg plukt om tien kilometer lang te gaan joyriden. Tegelijk bekroop me een vorm van plaatsvervangende schaamte toen ik Rob in zijn auto moeite zag doen om pretentieloos grappig te zijn. Is er werkelijk iemand die nog kan lachen met een man die doet alsof hij permanent over zijn eigen armen en benen struikelt? Het antwoord zat te schuddebuiken naast mij. Een zevenjarige die die rare meneer voor het eerst in zijn jonge leven zag, en prompt in een deuk lag. Een rode auto als wekker? Woehahaha! Over je pantoffels vallen? Hihihi. 'You talkin' to me', tegen de spiegel brallen? Huh, wat zegt die? Taxi Vanoudenhoven, dus. Het autoquizje had perfect dienst gedaan als rubriek, of als stopverf tussen twee programma's, maar om dat nu als een volwaardig programma te beschouwen? Dat is een beetje als denken dat humor kunst is. Eerst mocht een derde van de vrouwelijke voetbalploeg van Geraardsbergen samen met hun délégué de ene vraag-voor-alle-leeftijden na de andere beantwoorden, daarna laadde Vanoudenhoven een broer en een zus in zijn wagen. En kijk, dat leidde zowaar tot een splinter ontroerende televisie. Toen de zus vertelde dat de broer slechtziend was en ze daar prompt mee lachte door eraan toe te voegen dat ze hem vroeger altijd voor de wasmachine zetten omdat hij het verschil met de televisie toch niet zag. 'Ik vond het allebei even boeiend', monkelde hij. Zo had ik het zelf nog niet bekeken. Soms moet je slechtziend zijn om wat je ziet beter te begrijpen. Meer bedenkingen op www.knackfocus.be/testbeeld Elke zondag, éé, TINE HENS'KAN ER NOG IEMAND LACHEN MET EEN MAN DIE DOET ALSOF HIJ OVER ZIJN EIGEN ARMEN EN BENEN STRUIKELT?'