Een overzichtstentoonstelling 102 jaar na iemands geboorte? Het is niet alledaags, al past de timing wonderwel bij het tijdloze oeuvre van Jacques Tati - né Jacques Tatischeff. Ten slotte leek de droogkomische grootmeester in zijn films zelf ook steeds dat tikje te laat te komen, niet in staat om de jachtige maatschappij bij te benen en nostalgisch hunkerend naar eenvoudigere tijden.
...

Een overzichtstentoonstelling 102 jaar na iemands geboorte? Het is niet alledaags, al past de timing wonderwel bij het tijdloze oeuvre van Jacques Tati - né Jacques Tatischeff. Ten slotte leek de droogkomische grootmeester in zijn films zelf ook steeds dat tikje te laat te komen, niet in staat om de jachtige maatschappij bij te benen en nostalgisch hunkerend naar eenvoudigere tijden. Uit die clash tussen oud en nieuw, realisme en abstractie en individu en maatschappij - Tati's stokpaardjes - vloeiden alvast enkele meesterlijke, strak uitgepuurde en stilistisch innoverende komedies voort. Les Vacances de Monsieur Hulot (1953) bijvoorbeeld, waarin Tati zijn iconische typetje met regenjas, pijp en deukhoed introduceert. Of Mon Oncle (1958), waarin de heerlijk onaangepaste Monsieur Hulot weer eens frontaal op allerlei hightechspullen uit de onmenselijk cleane consumptiemaatschappij botst. Als vanzelfsprekend worden alle Tatiklassiekers door de Cinemathèque opnieuw op de affiche geplaatst, samen met een reeks lezingen én prenten van regisseurs van Godard over Woody Allen tot David Lynch, waarin zijn cinematografische stempel overduidelijk merkbaar is. Wat die precies inhoudt, wordt geïllustreerd aan de hand van honderden foto's, maquettes, kostuums, kunstwerken en accessoires, goed voor 650 vierkante meter expositieruime waarin ' Tativille' zowel visueel als auditief wordt gereconstrueerd. Rode draad? Zijn obsessieve fascinatie voor én scepsis tegenover de modernistische cultuur die dan ook in al zijn verschillende facetten de revue passeert - inclusief referentiewerken van onder meer Jean Tinguely, Henri Cartier-Bresson en César. Waar Tati zijn inspiratie haalde voor de modernistische, uit glas en staal opgetrokken architectuur uit Mon Oncle? Of voor de sonore experimenten uit zijn commercieel geflopte magnum opus Playtime (1967)? En voor de futuristische auto's en gadgets uit Monsieur Hulots laatste avontuur Trafic (1971)? Ontdek het slenterend, strompelend en struikelend à la Hulot in de Parijse Cinemathèque. Jacques Tati, deux temps, trois mouvements 8/4-3/8, Cinemathèque Française, Parijs.Door Dave Mestdach