Ang Lee met Demetri Martin, Imelda Staunton, Liev Schreiber, Emile Hirsch
...

Ang Lee met Demetri Martin, Imelda Staunton, Liev Schreiber, Emile Hirsch De voorbije jaren verkeerde Ang Lee in haast Usain Boltachtige bloedvorm - denk aan zijn gestileerde meesterwerken as Brokeback Mountain (2005) en Lust, Caution (2007) - maar met zijn nieuwste prent Taking Woodstock klokt hij veeleer af in de buurt van Erik Wijmeersch. Voor deze futiele retrokomedie baseerden Lee en Brokeback Mountain-coscribent James Schamus zich op de memoires van Elliot Tiber, de enige zoon van twee Joods-Amerikaanse moteluitbaters uit een boerengat in het hinterland van New York. Dat dorpje - Woodstock, jawel - wordt heel even het brandpunt van de wereld en de hippiegeneratie. In de summer of '69 besluit Elliot, voorzitter van het lokale hof van commercie, naïef om er een driedaags popfestival te helpen organiseren. 'Een leuke manier om eindelijk ook eens de regionale pers te halen', meent Elliot. Tot het festival algauw groter en ambitieuzer uitvalt dan de bewoners van zijn vredige plaatsje hadden gedacht en gehoopt. Het gevolg is een fleurige backstagedramedy vol gerecycleerde sixtiesclichés over het organiseren van het legendarische Woodstockfestival. De film wordt wel volledig opgehangen aan de coming of age - en out of the closet - van Elliot, een brave, stiekem homoseksuele twentysomething die droomt van een kunstenaarscarrière in San Francisco, maar nog steeds bij pa en ma woont. Veel heeft deze hippiefeelgoodfilm dus niet om het lijf, hoewel Lees classicistische regie er gelukkig nog net voor zorgt dat tenminste niet alle sitcomscènes of kleenexmomenten even snel verdampen als de rook van een vette joint. Ook voor de kleurrijke personages hoef je het niet te doen. Protagonist Elliot mag nog een beetje interessant zijn door het summiere homo-subplotje en de aardige vertolking van tv-komiek Demetri Martin, maar de karikaturale bijrollen - met Liev Schreiber als travestiete veiligheidsagent en Imelda Staunton als mesjogge moederkloek - maken het erg lastig om enige sympathie te kweken voor dat langharige, werkschuwe en chronisch blowende tuig. Een getrouwe reconstructie van all things Woodstock hoef je zeker niet te verwachten. Muziek van Janis Joplin, The Who, Jimi Hendrix en Grateful Dead valt er nauwelijks te horen, beelden van het echte festival mocht Lee om copyrightredenen niet bezigen en Elliot - die in het echt geen 24, maar 34 was toen hij naar schatting een half miljoen hippies collectief tot het nirvana bracht - bereikt in de film zelfs nooit het festivalterrein. ' A Generation began in his backyard', zo klinkt de promoslogan, en achteraf bekeken was die daar beter ook gebleven. Peace! Dave Mestdach