CHRISTOPHER KENNEDY LAWFORD
...

CHRISTOPHER KENNEDY LAWFORD WILLIAM MORROW, 416 BLZ., a 21,50 Acteur en kersvers auteur Christopher Kennedy Lawford is de zoon van acteur Peter Lawford en Patricia Kennedy, zus van de vermoorde broers John F. en Bobby. In het begin van de jaren '60 vormden zijn ouders een van de meest glamoureuze koppels in Hollywood. Lawford, lid van de Rat Pack (hij speelt samen met Dean Martin, Frank Sinatra, Sammy Davis Jr. en Joey Bishop in Lewis Milestones Ocean's Eleven), was een notoir rokkenjager, wat hem al snel de gunst van zijn schoonbroer verzekerde (naar verluidt zou Peter iets hebben gehad met Lana Turner, Ava Gardner, Kim Novak en vele andere sterren). Hij schuimde kroegen af met Cary Grant, ontving Sinatra thuis en zou met Robert F. Kennedy Marilyn Monroe nog hebben bezocht de dag dat ze overleed. Ook JFK en RBK lieten zich graag in huize Lawford zien - een gezelschap dat de kleine Christopher niet ontging. Toen JFK de 5-jarige vroeg of hij de president wou helpen bij het bestuur van het vaderland, vroeg de kleuter hem of dat ook tot morgen kon wachten. De Lawfords waren nooit 'Kennedy's', maar noch JFK noch RBK lieten er twijfel over bestaan dat ze 'one of the family' waren. In Christophers herinnering was het vooral Bobby die de talrijke kinderen die het huis Kennedy bevolkten als een kloekhen beschermde. Het was een instinct dat hem in zijn laatste seconden, toen Jack Ruby hem pardoes had neergeknald, nog dreef tot de vraag: 'Is iedereen ongedeerd?'Natuurlijk was niemand nadien ongedeerd. De dubbelmoord op Amerika's meest olympische zonen hulde het huis Kennedy in een diepe duisternis - het geslacht was vervloekt. Amerika was hen slecht gezind, zo wisten ze, er waren er 'who wanted to blow our fucking heads off'. Maar uiterlijk viel er geen traan, en het was alsof de moord op Bobby ook de grafsteen over 'The Big Why' heen had gerold. Iedereen zweeg als vermoord. Met de overblijvende mannen ging het steil bergaf. Vader Lawford werd een schim van een mens, een wandelende thermos van drugs en drank. Eén voor één vielen ook de jongsten ten prooi aan the good life. Christopher en Robert wedijverden in de verslaving, maar toen de laatste de hot shot ternauwernood ontsnapte, begon het de eerste te dagen. Hij ging steun zoeken bij de laatste der politieke Kennedy's, Ted, en zette de wederopstanding in. Vandaag is Lawford geen bekend acteur (hij duikt even op in Thirteen Days), maar wel een man met poten- tieel (hij richtte een kliniek voor opiatenverslaafden op en gaf les psychiatrie in Harvard). Dat bewijzen ook deze memoires, geschreven alsof ze in een film noir van zijn tong rolden. Rauw, direct, alsof ze nu moesten worden vastgelegd. Dit boek is dan ook het boek dat de Kennedy's niet hadden willen zien verschijnen. Hoewel je er geen breinkronkel verder mee komt als politieke analyse, is het met de tong op het hart geschreven en van begin tot einde boeiend, ook als er in de verste verten geen players te bespeuren zijn. Hans Comijn