Waarom? Omdat, bijvoorbeeld, oude podiumrotten Jan Decleir en Josse De Pauw de scène besprongen als was ze een jonge maagd. Decleir schitterde in Faust ofte krakeling op de Louteringsberg, waarvoor Pjeroo Roobjee een prachttekst vol 'uitstinkende' neologismen leverde. In Onvoltooid verleden (naar Hugo Claus) vertolkte Decleir de commissaris die een moordenaar (een magistrale Tom Dewispelaere) ondervraagt. Onvoltooid verleden was hét meesterwerk van 2012. Het is ook het voorbeeld bij uitstek ...

Waarom? Omdat, bijvoorbeeld, oude podiumrotten Jan Decleir en Josse De Pauw de scène besprongen als was ze een jonge maagd. Decleir schitterde in Faust ofte krakeling op de Louteringsberg, waarvoor Pjeroo Roobjee een prachttekst vol 'uitstinkende' neologismen leverde. In Onvoltooid verleden (naar Hugo Claus) vertolkte Decleir de commissaris die een moordenaar (een magistrale Tom Dewispelaere) ondervraagt. Onvoltooid verleden was hét meesterwerk van 2012. Het is ook het voorbeeld bij uitstek van de 'crimitheatertrend' (waarin het criminele brein geanalyseerd wordt). Ook Mens en vlees (BILT) en Hooggras (LOD) waagden zich aan zulk onderzoek. Die andere podiumrot, Josse De Pauw, onderwierp zichzelf en de pientere geest van voetballegende Raymond Goethals aan een theatraal onderzoek. Het jazzy An Old Monk en het met voetbaltermen doorspekte Raymond waren wervelende monologen waarin hij het leven huldigde als een langgerekte dans- of voetbalpas. Alle bovenvermelde stukken vertegenwoordigen nóg een trend: het florerende teksttheater, meer bepaald het 'crisistheater', waarin maatschappelijke ellende tegen het theaterlicht gehouden wordt. Want niet zozeer klassiekers scoren, wel de pennenvruchten van doe-het-zelvers die hun eigen tekst schrijven, regisseren en vaak zelf spelen. Zo nam Jan Lauwers ons in Marketplace 76 mee naar een dorp waar er nog solidariteit heerst en Arne Sierens kaartte in Lacrima het 'strontleven' aan dat de bewoners van sociale woonwijken ('reservaten') leiden. Pieter De Buysser schreef er met Book Burning een filosofische fabel over die hij in Hans Op de Beecks poëtische setting vertelde. Meer visuele pracht zagen we bij Alain Platel. Hij ensceneerde C(h)oeurs op een goudgeel belichte parketvloer. Lisbeth Gruwez koos in It's Going to Get Worse and Worse and Worse My Friend voor eenvoud. Op een grijs tapijtje en omringd door een uitgekiend klank- en lichtspel leverde ze een uitmuntende ode aan de retoriek. Ook Ghost Road was een visueel pareltje, waarin Viviane De Muynck als eenzame vrouw opging in een filmisch decor van Fabrice Murgia. Even eenzaam was Stef Aerts op het mistroostige haventerrein waar De Terminatortrilogie neerstreek. En Duikvlucht bood fantasievol kijkplezier vol 'Scheldebraakballenmachines'. Dé fantasten van 2012 zijn de bendeleden van Eisbär. Met hun nachtclubachtige It's All about Me Me Me creëerden zeeen theaterorgie die amusant én snedig was. Dit smaakte naar véél meer. In 2013! ELS VAN STEENBERGHE