Twintig minuten. Zo lang duurde Stevie Ray Vaughans zwanenzang Sweet Home Chicago. Eric Clapton, Buddy Guy, Robert Cray én Jimmie Vaughan speelden een solootje mee, die 26e augustus 1990: kortom, de perfecte afsluiter van de concertavond in het Alpine Valley Music Theater. Vaughan en zijn band Double Trouble waren extreem in vorm en recensenten spraken unaniem over een begeesterende set. De slaande regen, mist en felle wind speelden de bluesgitaristen nochtans parten. Even vreesde de organisatie zelfs voor elektrocutie op het podium, maar uiteindelijk ve...

Twintig minuten. Zo lang duurde Stevie Ray Vaughans zwanenzang Sweet Home Chicago. Eric Clapton, Buddy Guy, Robert Cray én Jimmie Vaughan speelden een solootje mee, die 26e augustus 1990: kortom, de perfecte afsluiter van de concertavond in het Alpine Valley Music Theater. Vaughan en zijn band Double Trouble waren extreem in vorm en recensenten spraken unaniem over een begeesterende set. De slaande regen, mist en felle wind speelden de bluesgitaristen nochtans parten. Even vreesde de organisatie zelfs voor elektrocutie op het podium, maar uiteindelijk verliep alles vlekkeloos. Althans tijdens het concert. Vaughan wilde nadien snel naar huis. Een vlaag van zelfbescherming wellicht, want als hij bleef plakken, dan lagen zijn oude verlokkingen op de loer: drank, drugs en vrouwen. 'Sinds vier jaar was hij clean', zei een vriend. 'Hij dronk zelfs geen thee met cafeïne in.' Vaughans originele plan was om na zijn optreden zelf naar het Four Seasons Hotel in 'Sweet Home' Chicago te rijden, samen met zijn broer Jimmie en schoonzus Connie. Maar Clapton had in vier helikopters voorzien en bood hem een lift aan. Een geluk vóór een ongeluk: er bleek nog net één plekje over in de laatste Bell 206B Jet Ranger. 'Vind je het erg als ik dat zitje neem? Ik moet echt snel terug in mijn hotel raken,' excuseerde Stevie zich nog bij Jimmie en Connie. Hij zwaaide hen uit door het vliegtuigraam en zag hen nooit meer terug. Twintig minuten. Zo lang hing de helikopter in de lucht, toen hij plots in dichte mist terechtkwam. Seconden later crashten Vaughan, Nigel Browne (Claptons lijfwacht), Colin Smythe (Claptons tourmanager) en Bobby Brooks (Claptons agent) tegen een bergwand. Niemand overleefde de klap. Door het slechte weer werden hun stoffelijke overschotten pas de volgende ochtend om 7 uur teruggevonden. Het werd een helse puzzel, want de stukken lagen over de hele bergwand verspreid. Het parket belde Eric Clapton en Jimmie Vaughan uit hun bed om de lijken stante pede te identificeren. Martha en Jimmie Vaughan, Stevies moeder en broer, sleepten nadien helikopterfirma Omniflight voor de rechter, omdat die hun ongekwalificeerde piloot Jeff Brown in zo'n slecht weer hadden laten vliegen. De Vaughans wonnen het pleit, maar voor Jimmie was het een magere troost: hij was net bij de Fabulous Thunderbirds gestopt om zich volledig op de Family Style-tournee te storten. Het bijbehorende album had hij in maart 1990 samen met zijn broer Stevie opgenomen. 'Deze plaat heeft ons closer gebracht dan we als kind waren. Ik moet eerlijk zeggen: dit is wat ik nodig had', had Stevie toen gezegd. En wat heeft Stevie Ray Vaughans crash de popgeschiedenis nu geleerd? Eén: beslis niet last minute het vliegtuig te nemen - vraag maar aan Buddy Holly, Aaliyah en Otis Redding. Twee: God dagboekgewijs bedanken dat je afgekickt bent én nog leeft dankzij hem, is zinloos. THIJS DEMEULEMEESTER