Tennisqueen Serena Williams die een nieuwe fotostudio lanceert, bokslegende Mike Tyson die een documentaire over zichzelf promoot én voetbalgod Diego Maradona die de wereldpremière bijwoont van Emir Kusturica's aan hem gewijde portret. Tijdens het voorbije festival van Cannes vielen de internationale sportvedettes amper van de Croisette te weren en wisten ze bij pers en publiek zelfs meer deining te veroorzaken dan Brad, Angelina, Clint en co.

Daarmee wordt benadrukt dat de kalklijn tussen de filmwereld en de sportjetset steeds maar dunner wordt. En dat is eigenlijk niet zo verbazend. Zowel sport als film zijn van oudsher gecodeerde en op catharsis mikkende uitingen van eenzelfde eeuwenoude spektakeltraditie ter verstrooiing van de beaat bewonderende massa. Brood en spelen, weet u wel.

Dat het antieke Griekse theater in een arena werd georganiseerd, of dat de Romeinen weinig onderscheid zagen tussen een toneelopvoering en een gladiatorengevecht hoeft niet te verrassen. Ook nu nog bevatten spannende sportwedstrijden precies dezelfde ingrediënten als elke goeie Hollywoodfilm, namelijk spannende wendingen, onverwachtse comebacks, fysieke schoonheid, eeuwige roem of diep tragische ontgoochelingen.

Geen wonder dat Tinseltown - die droomfabriek van glamour, schmalz en heroïek - altijd de tot de collectieve verbeelding sprekende sporthelden heeft gefêteerd. Van olympisch zwemkampioen Johnny Weismuller die met plastic krokodillen worstelde in de ouwe Tarzan-films, over footballster O.J. Simpson die zich in HollywoodsB-team binnen beukte tot ex-karateka Jean-Claude Van Damme die in tal van knokprenten zijn fysieke capriolendemonstreerde. Bovendien is het lijstje aan sportfilms en -biopics nog nauwelijks bij te houden, om van de honderden cameo's voor voetbal-, tennis- en andere sportsterren nog maar te zwijgen.

Dat de filmsterren hun exclusieve statuut van rolmodel en glamouricoon verliezen, is het logische gevolg. Zo lijken Brad Pitt en de Engelse voetbalboy David Beckham in deze gemediatiseerde celebritycultuur zelfs onderling inwisselbare figuren. Beiden worden buiten hun werkuren voortdurend opgevoerd in roddelrubrieken, reclamespots en modecampagnes, incarneren het ideaalbeeld van de metroseksuele man en worden geflankeerd door trofee-echtgenotes voor wie de helft van de mannelijke wereldbevolking in zwijm valt.

Bovendien hebben vetbetaalde en weggeflitste sportkampioenen verschillende troeven waarover hun acterende glamourgenoten níet meer beschikken. Zo heeft film binnen het entertainmentwereldje almaar hardere concurrentie gekregen van tv, muziek, sport, internet, games en god weet wat, waardoor de Clooneys en Kidmans dezer wereld nog maar een schijntje van het aanzien hebben van de Bogarts en Hepburns van weleer. Daarnaast spreken sportwedstrijden van oudsher de meest primaire patriottische gevoelens aan, wat het in deze tijden van oprukkend provincialisme beslist een streepje voor geeft op filmiconen die het veeleer van hun universele appeal moeten hebben. En nog een pluspunt: sporters hoeven ook niet per se over ' moviestarlooks' te beschikken - let's face it: Ronaldinho zal niet zo gauw in natte meisjesdromen opduiken. Het zwiert hun toegankelijkheid en sympathie opwekkende from-rags-to-riches-factor alleen maar de hoogte in.

Anders gesteld: waarom nog tegen betaling meeleven met James Bond wanneer die voor de elfendertigste keer de wereld van een megalomane slechterik verlost, als het leven van bijvoorbeeld getroebleerd voetbalgenie Diego Maradona veel dramatischer en in elk geval een stuk onvoorspelbaarder lijkt? Of zou Bond in zijn nieuwe film plots ook zo rond zijn als een voetbal, zichzelf een backlijn coke door de neusvleugels jagen en met de 'hand van God' zijn nemesis het nakijken geven? Fat chance!

Door Dave Mestdach