GEORGE LUCAS
...

GEORGE LUCAS Met Hayden Christensen, Ewan McGregor, Natalie Portman, Ian McDiarmid en Samuel L. Jackson. 28 jaar na de release van Episode IV: A New Hope, de eerste, astronomisch succesvolle en technisch baanbrekende film uit de Star Wars-saga, blijft er van The Force niet echt veel meer over. Veel heeft deze zesde en laatste film dan ook niet om het lijf, tenzij u chaotisch georchestreerde digitale orgieën zou verwarren met opwindende spektakelscènes. Het beetje emotie dat deze ooit schaamteloos entertainende saga nog rest - dit keer opgehangen aan het innerlijke conflict van de Jedi-ridder Anakin Skywalker die zich tot de Dark Side bekeert en voortaan als Darth Vader door het leven gaat - biedt dan ook niet meer dan een schrale troost; een verre, van nostalgie doortrokken echo die herinnert aan de epische strijd van weleer tussen goed en kwaad, aan de heerlijke innuendo tussen de kleurrijke archetypes en aan het slavinnenpakje van prinses Leia. Heeft het met George Lucas' gebrek aan cinematografische visie te maken? Ligt het aan de zenuwslopende CGI-effecten? Zijn het de knullige dialogen die je het gevoel geven naar digitaal bordkarton te kijken? Of dienen we onze lichtsabels te mikken op de acteurs die hun personages tussen de green- en bluescreens met wisselend succes een ziel trachten in te blazen? En heeft het überhaupt nog zin daarover te piekeren? Het is al lichtjaren duidelijk dat de Star Wars-machinerie enkel nog oog heeft voor de box-office, ergo de formulaire opbouw, het vlakke videogame-stilisme, de actielawine voor de kids, de intergalactische promotiecampagne, de letale dosis Star Wars-gadgets en de krasloten van de Nationale Loterij. Het verhaaltje, vooraleer u ons van vergevorderd cultuurpessimisme verdenkt? Dat moet deze keer eindigen waar A New Hope begint. Dé dramatische crux waar het om draait is het verraad van Anakin (Christensen) aan het Jedi-ethos, de republiek en zijn leermeester Obi-Wan Kenobi (McGregor). Ondertussen wordt Chancellor Palpatine ontmaskerd als de Sith-lord die het Keizerrijk van de Dark Side wenst te installeren, terwijl Anakins liefje Padmé (Portman) een tweeling ter - euh - aarde brengt (Leia en Luke dus) en Anakin zelf gruwelijk wordt verminkt tijdens een lichtsabelduel met Obi-wan, om daarop in het zwarte pantser van Darth Vader gehesen te worden. Toegegeven. Dat laatste houdt de aandacht nog enigszins gaande. Hier zaten we tenslotte al jaren op te wachten. En ja: het donkere sfeertje weet de digitale drab af en toe te doorbreken, vooral in de al te schaarse scènes waarin naar de psychologie van de personages wordt gepeild. Met een beetje goede wil kan Episode III dan ook worden beschouwd als de beste aflevering uit de inferieure prequel-trilogie, al wordt Anakins innerlijke transformatie wel erg snel afgehaspeld - drie lijntjes twijfel, een diepe frons op het voorhoofd en hop: alweer het digitale slagveld in - en blijft zijn romance met Padmé een liefdeswals van twee marionetten tussen uit bits en bytes opgetrokken decors. Het leven is duidelijk hard, daar in a galaxy far away. We weten het. Geloofwaardigheid en dramatische ernst zijn nooit de grootste troeven van Star Wars geweest. Maar knappe visual effects, vlot verteld avontuur, ironische oneliners en vooral het evoceren van een fantasierijk universum waarin je twee uur lang met kinderlijke blijdschap vertoefde, waren dat wel. Ondanks de imposante batterij hightech en de verbluffende digitale projectie - Lucas Limited blijft technisch toonaangevend - schiet daar helaas nog maar weinig van over. En dat terwijl Han Solo ons in A New Hope nog zo had gewaarschuwd: always let the wookiee win. Dave Mestdach