Ik voelde me niet zo goed dus keek ik een documentaire op Netflix. Die heette Minimalism: A Documentary About the Important Things en werd al in 2015 gemaakt, wat lang geleden is voor een documentaire over een nieuwe trend. Ook is de titel niet echt een voorbeeld van het credo dat hij wil uitdragen. Maar goed. Ik wil niet moeilijk doen.
...

Ik voelde me niet zo goed dus keek ik een documentaire op Netflix. Die heette Minimalism: A Documentary About the Important Things en werd al in 2015 gemaakt, wat lang geleden is voor een documentaire over een nieuwe trend. Ook is de titel niet echt een voorbeeld van het credo dat hij wil uitdragen. Maar goed. Ik wil niet moeilijk doen. Een vriend had me enkele weken eerder opgebeld en zei: ik zag een documentaire en ik wil nu minder gaan werken en in een bos gaan wonen en nooit meer douchen. Nee. Ik weet niet meer precies wat hij zei. Maar hij maakt hoe dan ook deel uit van een groep mensen die in een grote stad wonen en voor een firma werken die hen in ruil voor een loon vertelt hoe ze hun tijd moeten invullen. Die mensen verlangen uiteraard naar contact met natuur en zelfstandigheid. Het is ook een beetje wat de jongens uit de documentaire overkwam. Ze werkten best goed maar werden dat beu, gooiden weg wat ze niet nodig hadden en gingen er een levensstijl van maken. Ze schreven een boek over die levensstijl en gingen met dat boek op tournee. Toen ik een jaar of tien was, zat ik aan tafel bij mijn inmiddels overleden grootouders, in een huis aan de Gierledreef in Turnhout. Mijn grootvader vroeg me of ik mijn bord nog eens volgeschept wilde zien. Ik zei dat dat niet nodig was omdat ik kwaliteit verkoos boven kwantiteit. Behalve het pedantste wat een tienjarige ooit heeft gezegd was het wel iets waar ik vijfentwintig jaar later nog altijd helemaal achter sta. De reden is eenvoudig, namelijk dat kwantiteit waardeloos is als de kwaliteit niet primeert. Beeld je maar iets in waarvan je eigenlijk niet volledig overtuigd bent. Gelijk wat. Het mag een koersfiets zijn, maar ook tijd met iemand. En beeld je nu in dat je er heel veel van hebt. Voilà. Niet leuk. Toch doen we het, natuurlijk. Rommel kopen. Denk maar aan het historische stand-upnummer van George Carlin over stuff. Waarom? Om gelukkig te zijn, natuurlijk. Lukt dat? Nee. Ligt dat aan die producten? Niet echt. Er is namelijk niet bepaald een formule om gelukkig te worden, en toch proberen we het voortdurend. De fout ligt dus eerder bij ons dan bij de tegenvallende satisfactie na de aankoop van een 4K Samsung-tv. Het is opvallend hoe mensen een door anderen uitgetekend concept nodig hebben om voor de hand liggende zaken te aanvaarden. Het basisidee van dat minimalisme is namelijk te herleiden tot: koop niets dat je niet echt nodig hebt. De laatste woorden van de documentaire vormen een belangrijke oneliner: hou van mensen en gebruik spullen, want het omgekeerde werkt nooit. Meer dan hoeveel materiaal je al dan niet om je heen verzamelt, is dat iets waar niet alleen urbane hipsters die een coole uitleg zoeken voor het feit dat ze op een kleine studio wonen iets aan hebben, maar wel iedereen die ooit een echte kus of een wandeling met een geliefde gemist heeft voor iets met een batterij. Het is geen nieuws, maar het wordt daarom nooit minder waar. P.B. GRONDAHou van mensen en gebruik spullen, want het omgekeerde werkt nooit.