Dissociatieve identiteitsstoornis, zo heet de psychische aandoening waaraan Kevin Wendell Crumb (James McAvoy) lijdt in Split, de film die M. Night Shyamalan weer op de kaart zette.
...

Dissociatieve identiteitsstoornis, zo heet de psychische aandoening waaraan Kevin Wendell Crumb (James McAvoy) lijdt in Split, de film die M. Night Shyamalan weer op de kaart zette. Omdat hij in zijn jeugd door zijn moeder misbruikt werd, heeft Crumb als verdedigingsmechanisme maar liefst drieëntwintig persoonlijkheden ontwikkeld. Wanneer hij drie schoolmeisjes kidnapt en opsluit in zijn kelder, weten die nooit met welke versie van hun ontvoerder ze te maken hebben. Is het de controlefreak Barry, de historicus Orwell, de vroegrijpe negenjarige Hedwig of de flamboyante modeontwerper Jade? Of houdt de kille gouvernante Patricia of de methodische nerd Dennis de touwtjes in handen? Casey (Anya Taylor-Joy), een van de gekidnapte meisjes, denkt dat ze het vertrouwen van Hedwig kan winnen om te ontsnappen, maar dat is buiten 'The Beast' gerekend, een monster met een opgepompt lichaam dat op 'onzuivere' meisjes jaagt en dat langzaam maar zeker Kevins andere alter ego's naar de achtergrond duwt. Met het nare Split deed M. Night Shyamalan ( The Sixth Sense, The Village) zijn reputatie van meester van de plottwist opnieuw alle eer aan: niet alleen zit deze duivelse psychologische horrorfilm vol verrassende wendingen, de film zelf is ook een op zich staand vervolg op Unbreakable (2000) en dus het middenluik van een trilogie die vorig jaar met Glass is afgerond.