'Gaat dat echt, een konijn highfiven?'
...

'Gaat dat echt, een konijn highfiven?' 'Wel, ik heb geprobeerd om het konijn van mijn dochter, Konny met een K, af te richten. Na een week training deed het iets met zijn pootje dat vaag op een high five leek. Maar ik vermoed dat het eerder een reflex was.' 'Het coverbeeld lijkt ook niet geweldig realistisch.' 'Dat was inderdaad geen goed voorteken.' Enige context: op de salontafel ligt High five met je konijn, een opvoedingsboek voor konijnen van ene Bernice Muntz. Op het voorplat duwt ze haar vlakke hand tegen het pootje van een hangoor. Een en ander ziet eruit alsof er gefotoshopt is. Bernice Muntz heeft overigens een driekwartsbroek aan. Voorspelt sowieso weinig goeds. WE ZITTEN IN DE LIVING VAN ZIJN HUIS IN SINT-NIKLAAS, ZIJN geboortestad. Stijn Van de Voorde, net terug van een eerste try-out, pakt de Curverbox met boeken uit die hij sinds kort van cultureel centrum naar cultureel centrum zeult. Mijn leven van Jo Vally, waarover ooit twee pagina's in Dag Allemaal stonden toen Erik Van Looy géén plannen voor de verfilming bleek te hebben. How to Live with a Huge Penis van Richard Jacob, een titel die voor zich spreekt. How to Poo on a Date: The Lovers' Guide to Toilet Etiquette - blijkt geweldig gedetailleerd over hoe u op de Eiffeltoren uw gevoeg kunt doen zonder dat uw date het opmerkt. Schaduw van de illusie, de biografie van Hans Kazan, is dan weer memorabel om andere redenen: om de ondertitel De alles onthullende biografie metaforisch kracht bij te zetten leek het Kazan een puik plan om naakt op een scherpe rots te gaan zitten met zijn boekcover voor zijn kruis. Een en ander ziet eruit alsof er gefotoshopt is. De scherpe rots onder zijn scrotum evenwel niet. Volksverheffend is het niet, maar het is wel een goed idee. In Spijtig van de bomen duikt Stijn Van de Voorde in de wereld van de bizarre boeken, het soort schrijfsels waarvan een mens zich afvraagt waarom ze ooit gedrukt zijn. Een spreekbeurt over zijn literaire rariteitenkabinet, in de lijn van het belpopprogramma waar Jan Delvaux en Jimmy Dewit mee rondtoeren. Na zijn lijstjesboek Listomania en de theatertournee Music Was My First Love - met Otto-Jan Ham - zet Van de Voorde opnieuw een fijn zijstapje. 'Deze is ook een mooie.' Van de Voorde haalt een biografie van David Hasselhoff boven en laat de opdracht zien. 'To Peter. Thanks for the grass.:) David Hasselhoff.''Ik had het boek voor twee dollar tweedehands gekocht op het internet. Toen het toekwam, zag ik die inscriptie. Ik heb de verkoper gecontacteerd: het bleek van de voormalige tuinman van David Hasselhoff te zijn, die als bedankje ooit een gesigneerde biografie heeft gekregen.' 'Zeker dat het niet Hasselhoffs dealer was?' 'Niet helemaal. Maar niettemin: ik heb dus het persoonlijke exemplaar van de David Hasselhoffbiografie van diens tuinman óf dealer in huis.' STIJN VAN DE VOORDE: Op vakantie, of dat nu in Bangkok of New York was, vond ik het altijd fijn om de lokale boekenwinkel binnen te stappen en te kijken wat voor boeken er marcheren. Ook al snap je de titels niet, je kunt altijd wel van de cover afleiden waar het over gaat. In Stockholm ben ik zo een biografie tegengekomen van La Camilla, de zangeres van Army of Lovers. Ik weet niet of je die nog kent: dat was een Zweeds one-hit wonder uit de jaren negentig met een voorliefde voor camp en kitsch. Het Leugenpaleis durfde Crucified al eens op te zetten als ze een flamboyante sfeer nodig hadden. Ik heb dat boek dan gekocht, ook al was het in het Zweeds geschreven en spreek ik geen woord Zweeds, puur omdat ik me afvroeg waarom de zangeres van een one-hit wonder een biografie uitbrengt. En ik merkte dat ik de reflex had om daar tegen iedereen over te vertellen. Sommige mensen vonden dat interessant, anderen minder, maar ik dacht wel: dat soort boeken ga ik bijhouden. De ietwat poëtische term die ik ervoor bedacht heb, is 'vergeten boeken om nooit te vergeten'. De ietwat minder poëtische term is 'crap waarvan je je afvraagt waarom hij in godsnaam ooit geschreven is'. Dat is ook wat me er het meest aan fascineert. Dat die boeken ooit in de winkel hebben gelegen. Dat een uitgeverij ooit gezegd heeft: 'Puik idee, doe dat maar.' Dat mensen ooit daadwerkelijk de moeite hebben gedaan om daar maanden aan te schrijven. Neem nu How Green Were the Nazis?, een wetenschappelijk boek dat onderzoekt hoe ecologisch de nazi's waren. Dat je van alle vragen die je je over het Derde Rijk kunt stellen net gaat kijken hoe het nu eigenlijk met hun bebossingspolitiek zat, dat intrigeert mij. VAN DE VOORDE: Het is zelfs mijn duurste boek - ik geloof dat ik op het internet 120 dollar heb betaald voor de luxe-uitgave. Op de cover staat een groen bos, met daarin een reeks gele bomen die een hakenkruis voorstellen: dat moest ik wel hebben. Het is ook wel een klassieker binnen de rare boekenwereld - je hebt aardig wat sites die zich met dat soort boeken bezighouden. Je hebt ontzettend veel van dat soort boeken. How to Sharpen Pencils van David Rees, een filosofische benadering van de potloodscherper. Anybody Can Be Cool... but Awesome Takes Practice, een christelijk geïnspireerd boek over hoe je de speelplaats kunt overleven. The Big Book of Lesbian Horse Stories, een groot boek over lesbische paardenverhalen. Of in eigen land: Hoe kom ik van de grond? van Jean-Pierre Van Rossem, een persoonlijke Guide Michelin van de Belgische hoerenkoten. Iedereen kent de grote klassiekers van de literatuur, maar dát zijn de boeken die niemand kent. En vaak kun je daar meer over vertellen dan over de grote literatuur - die moet je vooral lezen. Ik bedoel: Learning to Play with a Lion's Testicles: je wilt toch weten waar dat over gaat? VAN DE VOORDE: Het blijkt een Afrikaans spreekwoord te zijn. Het boek gaat vooral over de avonturen van de schrijfster in Afrika. De verwachtingen die de titel creëert, worden niet helemaal ingelost, nee. Maar goed, dat is ook waar het om gaat: een goede cover, een intrigerende titel en het verhaaltje erachter. VAN DE VOORDE: Zo ver zou ik niet gaan. Het is geen pleidooi voor of tegen iets. Maar ik heb wel gemerkt dat het sérieux dat rond boeken hangt opvallend is. Ik neem boeken ook serieus. Ik lees graag. Maar ik kan het ook wel relativeren. Mensen vragen me soms of de voorstelling een uitloper is van Man over boek, het boekenprogramma dat ik voor Canvas heb gemaakt. Dat is het niet - de twee hebben niets met elkaar te maken - maar ik weet wel dat de mensen die toen kritiek hadden op het programma hier hetzelfde over gaan zeggen. Waarom probeer je mensen iets bij te brengen over hoe fascinerend de biografie van Jo Vally is als je hen ook iets kunt vertellen over Ulysses van James Joyce? Waarom tijd spenderen aan de onzin als je het ook over de grote klassiekers kunt hebben? VAN DE VOORDE: Dat vind ik dus ook. Het is maar een theorie, maar volgens mij is Ulysses om te lachen geschreven. Een gecanoniseerde omschrijving van het boek is het niet, maar als Joyce de twintig pagina's herleest waarin hij beschrijft hoe het water door de buizen stroomt, dan moet hij toch ook denken: 'Jezus, James, waar hou jij je toch mee bezig?' Voor alle duidelijkheid: dat is ook niet erg. The Beatles is mijn favoriete band aller tijden. Ik koop al hun verzamelboxen opnieuw en opnieuw. Maar als ik Revolution 9 hoor, negen minuten feedback en wat geschreeuw op The White Album, dan ben ik ervan overtuigd dat ze er ook maar gewoon mee aan het lachen waren. Je moet alles kunnen relativeren. Ook de grote klassiekers. Ik ken iets van literatuur - ik ben regent Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde van opleiding; voor mijn tijd bij Studio Brussel heb ik nog twee jaar voltijds les gegeven. Ik heb dus boeken van Dostojevski gelezen, maar achteraf dacht ik ook: het zal zijn tijd en zijn belang wel gehad hebben, maar echt plezant is het niet. Net zoals je van Bob Dylan moet kunnen zeggen dat zijn laatste twee Belgische concerten objectief slecht waren. Ik was erbij: zijn backing band was goed, maar hij kan niet meer zingen en spelen. VAN DE VOORDE: Ik heb niets tegen Bob Dylan-fans. Sommige van mijn beste vrienden zijn Bob Dylan-fans. Maar Bob Dylan is daar echt het perfecte voorbeeld van. Hij heeft ontzettend veel goede dingen gedaan, maar ook slechte. Die gospelplaten, de kerstnummers, zijn reclame voor Chrysler waarin hij als oude hippie een 4X4 aanprijst: je moet niet alles serieus nemen wat hij doet omdat hij zo belangrijk geweest is. Je mag dat relativeren. Hij doet dat zelf ook: zo'n Chrysler-reclame is volgens mij een soort 'kust mijn kloten'. Hij lacht zelf met zijn mythe. VAN DE VOORDE: Hoge cultuur zou ik niet zeggen. Waar ik het moeilijk mee heb, is credibiliteit. Het mechanisme dat maakt dat je gaat liegen over de eerste plaat die je ooit gekocht heb. Dat maakt dat je zegt dat je True Detective de beste reeks van het jaar vond, terwijl je eigenlijk alleen maar Modern Family gezien hebt. Dat maakt dat je je schaamt als je zegt dat je op je vakantie in Egypte alleen De Da Vincicode gelezen hebt en er meteen aan toevoegt dat je ook iets van Herman Koch bij had. Ik heb het meer voor eerlijkheid: dat is een stuk interessanter - en een stuk minder voorspelbaar. VAN DE VOORDE: Hoezo? VAN DE VOORDE: Hoe heb je dat gevonden? VAN DE VOORDE: Het klopt wel. Toen ik een jaar of zeventien was, schreef ik gedichten - grappige gedichten, geen serieuze poëzie - en bracht die live op een podium, hier in het jeugdhuis. We maakten er altijd een hele show van, met confettikanonnen, binnenhuisvuurwerk en een zandvloer die normaal alleen voor beachparty's gebruikt werd. Het moest allemaal heel arty lijken, maar tegelijk wilden we vooral met poëzie lachen. Het werkte wel: het jeugdhuis zat op die avonden altijd helemaal vol. Dat is trouwens hoe ik bij Studio Brussel terecht ben gekomen. Na een interview in Republica vroeg Lieven Vandenhaute me om wekelijks een gedicht voor te lezen op het einde van de uitzending: In de diepte. Nu, heel erg diep ging het meestal niet. Soit, dat was wel het soort dingen waar ik me in mijn jonge jaren mee bezighield. In het Museumtheater hier hebben we ook eens een parodie op kunst gemaakt. Een vriend van ons werkte in een diepvriesafdeling en had vier metersgrote ijslolly's gemaakt, gevuld met verf en behangerslijm. Die hadden we opgehangen, met daaronder een spiegel waarop de smeltende vuiligheid van de lolly's drupte, en daar stond dan een spot op, die alles projecteerde op de muur. Zag er fantastisch uit, het had zo in deSingel kunnen hangen, zij het dat de tekst die erbij stond op niks sloeg. VAN DE VOORDE:(lacht) Toch niet. Het is ook totaal geen haat. Ik vind het vooral plezant om die mensen op stang te jagen, denk ik. Het is een goede groep om te pesten. Het is veel fijner om met zulke mensen te lachen dan met mensen die zeggen dat ze fan zijn van Clouseau. Daar is niets aan. Dat is niet spannend. Maar met Bob Dylan lacht niemand. Ik vrees ook dat ik een natuurlijke reflex heb om tegengas te geven. Als schrijvers me, in de aanloop naar Man over boek, vroegen of ik überhaupt wel iets met literatuur had, dan antwoordde ik ja. 'En wat is uw favoriete boek?' 'De Da Vincicode.' Ik heb dat nooit gelezen, ik denk niet dat ik het bijster goed zou vinden, maar ik schep er soms wel een heimelijk genoegen in om mensen op hun paard te krijgen. Zeker mensen die makkelijk op hun paard te krijgen zijn. VAN DE VOORDE: Uitstekend. Ik vermoed dat je naar mijn afspraak mijn Otto-Jan Ham verwijst? VAN DE VOORDE: Otto-Jan heeft me er recent nog eens kritisch over aangesproken. Nu, toen we die afspraak maakten, meenden we dat ook. De enige vergoelijking die ik nu kan maken, is: mocht ik nog altijd op festivals op een camping met zestienjarigen staan praten over hoe het in de tent is of nog steeds een dubstepshow verslaan, dan zou dat wat krampachtig zijn. Maar dat doe ik dus niet. VAN DE VOORDE: Normaal zou ik al twee jaar niet meer op de radio te horen zijn. De bedoeling was dat ik als eindredacteur mijn ervaring zou gebruiken om jonge mensen te begeleiden. Het was niet de bedoeling dat ik zelf nog zou presenteren. Voor alle duidelijkheid: ik doe mijn werk bij Studio Brussel nog graag. Maar de laatste twee jaar had ik me er ook op ingesteld dat als er zich iets anders aandiende ik het serieus zou overwegen. Dringend is het niet, maar ik ben deze zomer wel met mensen gaan praten. VAN DE VOORDE: Mensen. VAN DE VOORDE: Otto-Jan Ham is een goede vriend van mij. De tofste dingen die ik op de radio gemaakt heb - De Eburonen en De Eburonen in Amerika - waren met hem. Als ik dus ooit met iemand anders een programma moet maken, dan heb ik het liefst dat het met hem is. VAN DE VOORDE: Niet gevraagd. En niet specifiek voor dat programma. Maar we hebben het daar wel over gehad. Nu, Otto-Jan heeft een heel ander profiel dan ik. Hij is de leuke, vlotte presentator met een hoek af. In de rol die ik zou kunnen spelen, had ik meer kansen in wat ik nu doe. Het zijn ook rare tijden in de media: een beetje zekerheid kan momenteel geen kwaad. VAN DE VOORDE: En wat is dat dan, de grote vlucht vooruit? Ik denk dat dat gewoon niet in mij zit. Een ochtendblok presenteren op de radio: ik kan dat niet. Een grote tv-show presenteren: daar ben ik niet voor gemaakt. Maar zet mij ergens bij als sidekick en ik lever je een goed stuk af. Ik doe en ik bedenk liever dan dat ik een show moet dragen. Waarom zou ik dan ineens de grote man moeten zijn? Nee, het voelt heel comfortabel zoals het nu is. Je moet weten wat je kunt en waar je goed in bent. En ik ben vooral goed om iets gemiddeld goeds te maken. Ik kan het beste eruit halen. En dat doe ik liever langs een zijweg. VAN DE VOORDE: Voilà.SPIJTIG VAN DE BOMEN Vanaf 15/1 op tournee. Alle info: spijtigvandebomen.be BART & SISKA Vanaf 12/1 om 22 uur op één.DOOR GEERT ZAGERS - FOTO'S JEF BOESStijn Van de Voorde 'DAT JE VAN ALLE VRAGEN DIE JE JE OVER HET DERDE RIJK KUNT STELLEN NET GAAT KIJKEN HOE HET NU EIGENLIJK MET HUN BEBOSSINGSPOLITIEK ZAT, DAT INTRIGEERT MIJ.' Stijn Van de Voorde 'WAAR IK HET MOEILIJK MEE HEB, IS CREDIBILITEIT: HET MECHANISME DAT MAAKT DAT JE GAAT LIEGEN OVER DE EERSTE PLAAT DIE JE OOIT GEKOCHT HEB.'