Sam Raimi, met Tobey Maguire, Kirsten Dunst, Willem Dafoe, James Franco, Cliff Robertson
...

Sam Raimi, met Tobey Maguire, Kirsten Dunst, Willem Dafoe, James Franco, Cliff Robertson ' Who am I? You sure you wanna know?' Met die vraag opent Spider-Man, en als we even eerlijk zijn en onze afkeer voor Tobey Maguires horlepiepstemmetje laten zegevieren, dan is het antwoord ' neen'. Maar kom, dit is Sam Raimi's film, de maker van de Evil Dead-trilogie, de man die met Darkman de definitieve live action-versie bracht van een comic strip die niet eens bestond! Raimi tapt echter al enige tijd uit een ander vaatje (briljant in A Simple Plan en The Gift, zwak in For the Love of the Game). Zelfs voor deze hem op het lijf geschreven prent heeft hij zijn vroeger talent gestript: weg onvoorspelbaar, zwartkomisch vernuft, weg knettergek, visueel getover. In ruil daarvoor - de keuze valt af en toe te verdedigen - komt understatement in stijl, de uitbeelding van een doodgewone werkelijkheid met een wonderlijk kantje, en veel erger: kleffe romantiek. Want, zo piept Maguire in het begin verder, ' This, like any story worth telling, is about a girl'. Inderdaad: Peter Parker is een oen van formaat die een boontje heeft voor zijn buurmeisje, maar het lef mist om met haar rijke vrijers te wedijveren. Tijdens een wetenschappelijk uitstapje wordt hij gebeten door een genetisch gemodificeerde spin, waarna hij als een nieuwe, flink uit de kluiten gewassen puber ontwaakt en ontdekt dat hij tegen muren kan opklimmen. ' With great power comes great responsibility', zegt Uncle Ben nog net voor hij mag inslapen, en Spider-Man is geboren. Als zich ook nog een booswicht met karakter aanmeldt (The Goblin, een gifgroene, metalen duivel die zich van Willem Dafoes expressionistische figuur bedient), kan de titanenstrijd beginnen. De langverwachte adaptatie van Stan Lee's comic strip (zie Focus 21) is heel even opwindend en aandoenlijk, maar eindigt rammelend (met de voeten van elke gretige kijker). De aanloop naar de geboorte van een superheld is precies door zijn bewust gekozen banaliteit en franjeloze stijl van een ouderwetse charme, maar dit wordt snel een excuus voor onmacht. Veel heeft te maken met David Koepps script, dat wel héél gewoontjes is, als het al niet gewoon belachelijk is. De computergestuurde spinnenman swingt weliswaar imposant door de straatvalleien van New York, maar de terreur van peperdure CGI zet een domper op inventiviteit en verbeelding. Als bijna een acuut post-11-september-syndroom de kop opsteekt en de hele New Yorkse goegemeente vanop een brug de Goblin staat te bekogelen, wordt het zelfs gênant. Met Spider-Man hangt Raimi's geloofwaardigheid vaak aan een zijden draadje, maar zo'n banale gedachte hoeft uiteraard uw pret niet te drukken. J.S. **