SPARKS ****
...

SPARKS **** Kimono My House glampop Universal Engeland was omstreeks 1974 nog niet half bekomen van buitenissige muzikale verschijningsvormen zoals Ziggy Stardust en Roxy Music, of daar galoppeerde een extravagant Californisch broederpaar de hitparade binnen, pistoolschoten incluis. Sparks draaide om Ron (songs, Hitler-/ Chaplin-snorretje, verlammende blik) en Russell (hyperzang, lange krullen, podiumdier) Mael, twee anglofielen die hun sputterende carrière in Londen hoopten aan te zwengelen. Het werkte - toch minstens één plaat lang. Met de extravagante, hypergeladen single This Town Ain't Big Enough for Both of Us onderstreepten de Maels hoe kneedbaar pop wel kon zijn. Songs die de grens met aria's overstoken, flirtend met prog, glam, Weimarcabaret en bubblegum: ook de rest van hun eerste 'Engelse' lp, Kimono My House, tartte de verbeelding. Alles wat Ron Mael uit zijn pen liet vloeien, was erop gericht de clichés zo niet te vermijden, dan wel om te buigen. Van aparte maatsoorten tot abstracte songstructuren, van romantische satires en schalkse namedropping (Kant, Einstein, violist Yehudi Menuhin) tot allerlei woordspelingen (Barbecutie, heet een van de zeven - akoestische! - extra demosongs op deze dubbele vinylheruitgave). Niet moeilijk dat Sparks zowel bij pers als publiek het snoepje van het jaar werd. Omstreeks 1976 was het Engelse publiek uitgekauwd op de band, waarna de broers met de staart tussen de benen terug naar LA verhuisden. Maar nog altijd mogen we Kimono My House, samen met het even vlot in elkaar gezette, net zo bevlogen Propaganda (eveneens 1974), als het beste uur muziek van Sparks omschrijven. Want de Maels zijn platen blijven maken zoals niemand anders dat deed, soms niet terugdeinzend voor een flinke klad synthpop, techno of klassiek. Voor Angelsaksische artiesten die vooral in Frankrijk en Duitsland populariteit genieten, doet men doorgaans beter alsof men niet thuis is. Maar Sparks mag de uitzondering heten. De spetterende originaliteit waarmee Sparks in 1974 de goegemeente verraste, maakte diepe indruk op ene Stephen Patrick Morrissey: 'Op mijn veertiende wou ik met deze lieden samenleven, om - eindelijk! - te vertoeven in het gezelschap van wezens van mijn eigen soort.' Tijdens de Engelse tournee van dat jaar dweilde de puisterige Moz de hotels af waar de Maels verbleven. Op een keer ging hij er na het ontbijt zelfs met een half opgegeten pistolet van de broers vandoor. Verder in de tijd verklaarden Björk en Alex Kapranos (Franz Ferdinand) zich hevige fans van Kimono My House, en ook de falsetzang bij Wild Beasts is schatplichtig aan Sparks. KURT BLONDEEL