'Belgian ale. Man, those monks got it right. I don't know about the whole celibacy thing, but when it comes to beer... Would you like one?'
...

'Belgian ale. Man, those monks got it right. I don't know about the whole celibacy thing, but when it comes to beer... Would you like one?' 'I'm more of a Corona man myself.' Normaal gezien klik je zo snel mogelijk op 'skip ad' wanneer je zulke reclamepraat hoort, maar in de bioscoop bestaat die optie niet. En gek genoeg blijkt ze voor de Fast & Furious-franchise ook helemaal niet nodig te zijn. Wanneer James Bond eens een biertje in plaats van een vodka martini bestelt, ontstaat er meteen een heuse Heineken-heisa, maar wanneer Vin Diesel en zijn vrienden film na film na film Corona slurpen alsof het limonade is (en échte bierliefhebbers weten dat het daar ook naar smaakt), dan kraait er geen haan naar. Dat er enige product placement zit in een filmreeks over wagens weten onder anderen de zich gretig in de handen wrijvende concessiehouders van Dodge- en Mitsubishigarages al sinds Diesel en de vooral in Furious 7 uitentreuren betreurde Paul Walker in Rob Cohens The Fast and the Furious voor het eerst het gaspedaal indrukten. Films over illegale straatraces zijn nu eenmaal ondenkbaar zonder auto's, maar je mag hopen dat Range Rover en de sjoemelsoftwarefabrikanten van Volkswagen er iets goedkoper afgekomen zijn, want hun producten worden doorgaans net iets vaker door de slechteriken gebezigd. Het probleem met reclame in films is dat het reeds voor zijn filmticket betalende publiek de product placement het liefst enigszins subtiel, of zelfs helemaal niet, ziet passeren. En laat subtiliteit nu niet bepaald de sterkste eigenschap van het Fast & Furious-universum zijn. Naast zowat elk bestaand automerk worden in de films ook gretig producten van elektronicagigant Panasonic, kledingmerk Von Dutch en ex-telefoonbouwer Nokia gesleten. Maar niets wordt met dezelfde schaamteloosheid gepromoot als het AB InBev-biertje Corona. Toch lijkt dat de franchise op geen enkele manier te schaden. Integendeel, kijkers zijn alleen maar meer gaan houden van Diesels Dominic Toretto sinds ze het personage kennen als 'een Corona-man'. En opzichtige publiciteit is lang niet het enige dat de actiefilms met heel veel succes fout lijken te doen. Hier is hoe dat begon: In 1998 las regisseur, producent en scenarist Rob Cohen in Quincy Jones' entertainmentmagazine Vibe een artikel over illegale straatraces met opgefokte Japanse importwagens. Vóór iemand 'Hier zit misschien wel een kleine actiefilm in' kon roepen kocht Cohen de rechten op het verhaal en trok hij ermee naar filmstudio Universal. En omdat ze daar nooit vies zijn geweest van goedkoop gemaakt entertainment mocht Cohen er voor 38 miljoen dollar een film van maken die verdacht veel op Kathryn Bigelows Point Break uit 1991 leek, maar dan met getunede wagens in plaats van surfplanken. Het verhaal over een undercoveragent die een groep bedreven overvallers onderzoekt, had toen eigenlijk al de weg van alle tweederangs actiefilms moeten gaan: een bescheiden succesje in de bioscopen en daarna een lang leven in de videotheken van Maaskantje en omstreken. Maar in de zomer van 2001 hadden mensen blijkbaar heimwee naar foute actie geïnjecteerd met een flinke dosis nitromethaan, want Cohens racefilm verdiende in zijn openingsweekend zijn budget al terug en werd een van de grootste hits van het jaar. Daar moest dus een sequel van komen, en amper twee jaar later stond John Singletons 2 Fast 2 Furious al klaar aan de start. Die moest het echter puur op de bling van de gepimpte carrosserie zien te doen, want onder de kap zat zo weinig inhoud dat Vin Diesel zelfs voor 20 miljoen dollar zijn kale knikker niet opnieuw wilde opblinken. De spierbundel bewees meteen dat hij wel degelijk kan lezen: hij liet fijntjes weten dat 'the script sucked' en zag zijn mening voor één keer in zijn carrière door filmcritici over de hele wereld gedeeld. Zelfs de positiefste recensies gebruikten woorden als hersenloos en schaamteloos. Met recensies vul je echter geen bankrekening, met verkochte bioscooptickets wel. En aangezien die overvloedig aan de man werden gebracht, dachten de producenten dat ze een derde film zelfs zonder Paul Walker konden riskeren. The Fast and the Furious: Tokyo Drift scheurde in 2006 met piepende banden en een cameo van The Diesel himself, maar zonder noemenswaardige hoofdrolspelers de bioscopen in, liet in filmrubrieken net als zijn voorganger een vies, naar rubber stinkend remspoor achter en vlamde met iets minder overtuiging naar de bank. Het geld wordt echter pas aan de meet geteld en daar stond toch nog een potje van 158 miljoen dollar te wachten. Opnieuw genoeg dus om de reeks geen euthanasie te gunnen, maar ook een signaal om back to basics te gaan en de crew van deel één weer uit de renstal te halen. Een geslaagd inhaalmanoeuvre overigens, want Justin Lins Fast & Furious bracht meer dan dubbel zoveel op als Tokyo Drift en zelfs furieuze haters konden niets meer doen dan aan de zijlijn toekijken hoe een zichzelf nagenoeg doodgereden franchise erin slaagde om dankzij de terugkeer van Vin Diesel een gigantisch succes te worden. Wie had ooit durven te denken dat Vin Diesel (toch niet echt de Marlon Brando van zijn generatie, hoewel hij zelf graag het tegendeel beweert) een kassaverschil van enkele tientallen miljoenen dollars zou kunnen maken? En toen moest het strafste nog komen. Want zelfs na het financiële succes van het vierde deel beseften de bazen bij Universal dat ze zo stilaan elke cent uit de zakken van raceliefhebbers en tuningadepten hadden geklopt en dat het dus hoog tijd werd om een breder publiek aan te trekken. Dat moest gebeuren met een genreswitch: studiohoofd Adam Fogelson gaf in interviews aan dat hij Fast Five zag als de overgangsfilm die de reeks van pure straatrace-actie naar klassieke misdaadfilms met spectaculaire achtervolgingen à la The French Connection, The Italian Job en Bullitt moest loodsen. Het grote verschil met die klassiekers is dat ze gemaakt werden door bekwame regisseurs als Peter Yates en William Friedkin, en dat ze het bij Universal sinds Tokyo Drift met Justin Lin en James Wan moesten doen. Ondanks het beperkte regietalent van Lin en Wan bracht de nieuwe formule nóg meer geld in het laatje, en voor het eerst ook enige kritische appreciatie. Onder het motto 'meer is beter' werden met Dwayne 'The Rock' Johnson en Jason Statham nog twee extra omzet genererende kaalkoppen aan de cast toegevoegd en sindsdien is elke nieuwe film uit de serie too big to fail geworden. Dat The Fast and the Furious het op die manier tot een van de grootste filmfranchises aller tijden schopte - de reeks staat op nummer negen, na het Marvel Extended Universe en Star Wars, maar voor Transformers, Jurassic Park en Mission: Impossible - is even (on)verklaarbaar als het succes van dat andere schreeuwerige Amerikaanse product: The Donald. Alles wat vandaag groot en Amerikaans is, aftoetsen aan de kersverse president begint een onhebbelijke gewoonte te worden, en F&F lijkt zich daar met zijn tot op de millimeter afgemeten diversiteitsplan - alle etnieën zijn evenredig vertegenwoordigd - op het eerste gezicht aan te onttrekken, maar de parallellen tussen de opkomst van The Donald en die van The Diesel zijn te groot om te negeren. Het is ietwat vreemd te moeten vaststellen dat bioscoopbezoekers in hun drang naar escapisme kiezen voor waar ze in de realiteit ook al op stemmen. Net als Donald Trump zijn de Fast & Furious-producten lelijk, luid, macho, dom, rechts, conservatief, anti regering en pro fossiele brandstoffen. En net als zijne Oranjeheid danken ze net daar hun succes aan. De wereld van de franchise is er een van chroom, spierballen en tieten waarin status ontleend wordt aan de snelheid van je wagen en waarin vrouwen dienen om bij de pussies gegrepen te worden. Het is een universum waarin money talks en bullshit niet walks maar in een dure wagen stapt om je in een donkere wolk van uitlaatgassen achter te laten. Let's make America fast and furious again!The Fate of the Furious Vanaf 12/4 in de bioscoop. door Sam De Wilde Dat The Fast and the Furious het tot een van de grootste filmfranchises aller tijden schopte, is even (on)verklaarbaar als het succes van dat andere schreeuwerige Amerikaanse product: The Donald.