'Mijn grootste angst en de oorsprong van al mijn vreugde en leed is al sinds mijn jeugd de onophoudelijke, meedogenloze strijd tussen de geest en het vlees.'
...

'Mijn grootste angst en de oorsprong van al mijn vreugde en leed is al sinds mijn jeugd de onophoudelijke, meedogenloze strijd tussen de geest en het vlees.' De woorden waarmee Martin Scorsese in 1988 zijn 'blasfemische' Bijbelfilm The Last Temptation of Christ opende zijn van de Griekse schrijver Nikos Kazantzakis, op wiens onorthodoxe Jezusverhaal de film was gebaseerd. Al hadden ze net zo goed van de 74-jarige New Yorker zelf kunnen komen. Want ook in zijn filmografie wisselt Scorsese visceraal geweld (Goodfellas, Casino of Gangs of New York) af met spiritualiteit (de dalai lama-biopic Kundun,The Last Temptation of Christ). Scorsese stelde de vraag naar de ultieme betekenis van geloof en christelijk mededogen nog nooit zo scherp als in zijn adaptatie van Silence, de historische roman van Shusaku Endo die de aartsbisschop van New York hem bijna dertig jaar geleden, te midden van de controverse rond zijn Jezusfilm, in de handen duwde. Daarin gaan twee jonge Portugese jezuïeten (Andrew Garfield en Adam Driver) in het 17e-eeuwse Japan op zoek naar hun afvallige mentor. Hun onderneming is niet zonder risico want het Tokugawa-shogunaat heeft de christelijke geloofsbelijdenis verboden en onderwerpt christenen aan een bloederige vervolging. Zo moeten kakure kirishitan - verborgen christenen - aan hun geloof verzaken door op een afbeelding van Jezus of Maria te trappen of worden ze dagenlang met kokend water besprenkeld tot ze kraken. Ook de beelden van gelovigen die boven een put leegbloeden of gekruisigd de verdrinkingsdood sterven zijn ongenadig, hoe sober Scorsese ze ook in beeld brengt. Het is moeilijk om Scorsese's films over de geest en die over het vlees strikt van elkaar te scheiden. In het oeuvre van de katholiek opgevoede filmmaker, die zelf even twijfelde tussen de camera en de kazuifel, staan de films waarin even kwistig met fucks,shits en kogels gestrooid wordt vaak heel dicht bij die waarin geloof centraal staat. Sommige van zijn op het eerste gezicht areligieuze films stellen de zoektocht naar verlossing centraal en flirten openlijk met religieuze iconografie. Zo twijfelt de jonge maffioso Charlie (Harvey Keitel) in Mean Streets voortdurend tussen zijn leven als gangster en het katholieke geloof dat hem opdraagt zijn broeders hoeder te zijn. De Niro speelt in Taxi Driver een wraakengel die uit Vietnam is teruggekeerd met geheel eigen ideeën over onschuld en hoe die te beschermen. En de buurt waarin bokser Jake LaMotta opgroeit in Raging Bull is de door Italiaanse katholieken bevolkte Bronx, waar ook Scorsese zijn jeugd tussen biechtstoel en buurtcinema doorbracht. Uiteindelijk gaat zelfs Scorsese's beurssatire The Wolf of Wall Street over geloof, namelijk een blind geloof in een neoliberale markt waarin devotie wordt uitgedrukt in de hoeveelheid dollars die je uit je losse pols kunt schudden. Hoe ver de barokke exuberantie en het uitgesproken commerciële karakter van The Wolf of Wall Street ook lijken te staan van de ingetogen soberheid van Silence, Scorsese's nieuwe film had onmogelijk gemaakt kunnen worden zonder het succes van zijn voorganger. Net zoals hij The Last Temptation of Christ pas kon maken nadat hij met de biljartfilm The Color of Money (met Tom Cruise en Paul Newman in de hoofdrollen) had bewezen dat hij nog steeds de bioscoopkassa's kon doen rinkelen, moest de regisseur eerst 392 miljoen dollar ophalen met een film waarin Leonardo DiCaprio kreupel van de quaaludes achter het stuur van zijn Lamborghini kruipt alvorens hij aan zijn verhaal over de ware aard van het christelijke geloof kon beginnen. Aan het filmvakblad Sight & Sound vertelde Scorsese dat hij met de verfilming van Endo's roman gewacht had tot hij oud en wijs genoeg was om te begrijpen hoe hij het verhaal moest interpreteren. 'Ik moest een manier vinden om alles te visualiseren want ik begreep het simpelweg niet. Uiteindelijk bleek ik gewoon meer levenservaring nodig te hebben', klinkt het. De filmmaker bedoelde daarmee allicht dat niemand gek genoeg was om hem geld te geven voor een historisch epos over een paar priesters die in het Japan van de 17e eeuw urenlang zitten na te denken over de betekenis van hun geloof. En al helemaal niet nadat Hugo, Scorsese's peperdure 3D-hommage aan de pioniers van de cinema, in 2011 compleet was geflopt. Het klopt overigens niet dat niemand wilde investeren in Silence want de lijst met gewone, uitvoerende en gedelegeerde producenten en coproducenten telt maar liefst 32 namen, waaronder die van de Italiaan Vittorio Cecchi Gori. Zijn inmiddels failliete filmproductiemaatschappij Cecchi Gori Pictures legde al in 1990 geld op tafel om Marty en coscenarist Jay Cocks (die ook de Scorseseklassieker The Age of Innocence pende) tijd te geven om aan het script te werken. Voor de voormalige Italiaanse senator was het heel duidelijk waarom de productie zo gruwelijk lang aansleepte. In de rechtszaak die hij in 2012 tegen Scorsese aanspande wegens 'opzettelijke misleiding en nalatigheid' eiste hij anderhalf miljoen dollar omdat de regisseur voorrang zou hebben gegeven aan films als The Departed, Shutter Island, Hugo en The Wolf of Wall Street. De zaak werd met een schikking geregeld. Een andere opvallende naam in de lange lijst geldschieters en mederechthebbenden is Paul Breuls, die in België in opspraak kwam met zijn productiehuis Corsan Pictures. Op welke manier de productie van Silence al dan niet heeft bijgedragen aan het failliet van Corsan is niet duidelijk, maar het staat vast dat tegen de tijd dat Scorsese zichzelf rijp genoeg achtte om eindelijk aan zijn droomproject te beginnen het een onontwarbaar juridisch kluwen was geworden. Of zoals Scorsese zelf zei in Film Comment: 'Ik denk dat de film uiteindelijk 46,5 miljoen dollar heeft gekost. Hetgeen eigenlijk 22 miljoen betekent want de rest van het geld is naar advocaten en rechtszaken gegaan.' Dat bedrag werd gespendeerd aan de door intens vasten erg vermagerde acteurs Andrew Garfield, Adam Driver en Liam Neeson en Japans acteertalent als Shinya Tsukamoto (tevens de cultregisseur van Tetsuo II: Body Hammer) en komiek Issei Ogata, en aan de opnames, die geplaagd werden door ongevallen (een bouwvakker sneuvelde en twee anderen raakten zwaargewond), moessonregens en andere verschrikkelijke weersomstandigheden, en moeilijk bereikbare locaties in Taiwan. Zoals het lijden en de calvarietocht van Jezus Christus tot zijn verrijzenis leidde, leidde de passie van Martin Scorsese tot een hoogstpersoonlijke film waarin hij de vragen over geloof, spiritualiteit en onbaatzuchtigheid waar hij - als ooit devote katholiek in het decadente filmwereldje - al een leven lang mee worstelt cinematografisch kon verwerken. In 2013 al vertelde Scorsese aan Total Film dat het onderwerp van Silence hem na aan het hart ligt: 'Dat gaat terug tot mijn jeugdjaren in New York, waar ik dagelijks met geweld en religie geconfronteerd werd. Silence lijkt in zekere zin op Mean Streets omdat beide films over geestelijke zaken in een concrete, fysieke wereld gaan. Een wereld waarin steevast de slechtste aspecten van de menselijke natuur geopenbaard worden.' Het resultaat van die persoonlijke passie is een filmisch kunstwerk dat de meeste critici omverblaast met zijn intelligente mise-en-scène en verfijnde stilering. Al zullen promojongens en -meisjes er danig op vloeken. Hun wacht immers de loodzware taak om kijkers te lokken naar een 160 minuten durende meditatie over geestelijk en lichamelijk lijden. Volgens de eerste berichten uit de VS - de film verzamelde er in zijn eerste drie weken amper 7 miljoen dollar in het offerblok - kunnen ze alle goddelijke inspiratie gebruiken. Wie uitgerust is met enig cynisme zou bijna hopen dat het religieuze onderwerp, zoals dat van The Last Temptation of Christ destijds, nog voor controverse en dus bijbehorende publiciteit kan zorgen, maar zelfs dat lijkt Marty niet gegund. Hij toonde de film in Vaticaanstad al aan een publiek van vierhonderd jezuïeten, en die raakten naar verluidt net niet in extase. Ook paus Franciscus heeft de film al zo goed als heilig verklaard. Dat kan niet gezegd worden van de leden van de Academy. Met amper één Oscarnominatie (een meer dan verdiende voor het camerawerk van Rodrigo Prieto) is Silence fel ondergewaardeerd. Het lijkt er zelfs op dat Scorsese al enigszins voorvoelde dat hij met dit passieproject maar weinig zieltjes of dollars zou winnen want voor zijn volgende project kiest de onvermoeibare cineast na een film over de geest opnieuw de weg van het vlees. The Irishman - met Robert De Niro als maffiahuurmoordenaar - belooft vertrouwd en lucratiever misdaadmateriaal te worden. SILENCE Vanaf 15/2 in de bioscoop. door Sam De WildeEen weifelende Scorsese, juridisch getouwtrek, moessonregen, een dode op de set: Silence werd niet van Bijbels onheil gespaard. Een controverse zit er dit keer niet in. Paus Franciscus heeft Silence zo goed als heilig verklaard.