* Op welke muziek dans je zelf graag?

Op vanalles. Ik heb ooit nog als gogo- danser gewerkt in discotheken. Niet dat ik de muziek mooi vond, maar om een centje bij te verdienen, kroop ik graag op die danspodia. Vóór mijn 20e heb ik ook veel tv-opdrachten gedaan. Ik was achtergronddanser bij Tien om te Zien en bij Margriet. Ik schaam me daar niet voor. Ik heb al in de meest uiteenlopende omgevingen opgetreden. Mijn cv is bijna een klucht. Maar die verscheidenheid maakt me juist gelukkig.
...

Op vanalles. Ik heb ooit nog als gogo- danser gewerkt in discotheken. Niet dat ik de muziek mooi vond, maar om een centje bij te verdienen, kroop ik graag op die danspodia. Vóór mijn 20e heb ik ook veel tv-opdrachten gedaan. Ik was achtergronddanser bij Tien om te Zien en bij Margriet. Ik schaam me daar niet voor. Ik heb al in de meest uiteenlopende omgevingen opgetreden. Mijn cv is bijna een klucht. Maar die verscheidenheid maakt me juist gelukkig. Ik trok naar New York om streetdance te volgen, helemaal in de stijl van Janet Jackson. Ik was ervan overtuigd dat tv-dans mijn roeping was. Pas toen ik de legendarische Pina Bausch aan het werk zag, besefte ik dat ik ook hedendaagse dans wou doen. Wat mentaal al lang sluimerde, kon ik toen eindelijk in lichaamstaal omzetten. Ik zet soms wel eens MTV op om een vinger aan de pols te houden. Maar meestal ben ik zo verdiept in een dansvoorstelling dat ik helemaal geen tijd neem om muzikaal up-to-date te blijven. Het werk van filmmakers als David Lynch en Lars von Trier raakt me, omdat ze net als ik heel intuïtief werken. Ze hebben wel een soort van skelet waarrond ze hun films opbouwen, maar ze laten vrijwel alles over aan het toeval, aan ontmoetingen en aan de acteurs. Vooral Dogville en Manderlay van Lars von Trier waren voor mij oogopeners. Ze vertellen veel over hoe groepsdruk mensen tot erge dingen kan pushen. Als dansfilm ligt die wat dichter bij mijn beroep, dat klopt. Ik hou zeker van de danspassages en ook de filmmuziek en de acteerprestatie van Björk zijn fenomenaal. Wat me stoorde, was de passiviteit in de film: het noodlot was onvermijdelijk, er was geen uitweg. Dat maakt me machteloos en kwaad. Nee, maar een collega-danser heeft er al serieus mee geboft, dus ik ben het wel van plan. Nu ben ik ter voorbereiding van Myth al maanden enkel en alleen bezig met middeleeuwse dans en muziek. Dat hangt ervan af op welke knop ik druk in mijn hoofd (lacht). R.E.M. vind ik heel straf, omdat de thema's die ze aansnijden altijd zo pertinent zijn. Nitin Sawhney is ook heel sterk. Een echte gevoelsmens: hij wil zijn muziek intens beleven, hij componeert bijna met een film in zijn hoofd. Het is heel bizar: in muziek hou ik wél van structuur. Ik kan er echt van genieten als een nummer op exact dezelfde manier gereproduceerd kan worden. Het biedt je een soort vangnet, omdat je weet waar het naartoe gaat. Impulsieve muziek zoals jazz vergelijk ik graag met de zee: je weet nooit van waar de golven gaan komen, maar het water blijft continu in beweging. Absoluut. Als kind was ik een verwoed tekenaar. De voorstelling Tempus Fugit was bijvoorbeeld geïnspireerd op het werk van Escher. Hij maakte surrealistische tekeningen met optische illusies. Ik hou door mijn Marokkaanse roots ook van Arabische kalligrafie, maar evengoed van Belgische schilders. Rubens bijvoorbeeld: de manier waarop hij lijden tot schoonheid verheft, blijft mij enorm raken. 'Myth' van Sidi Larbi Cherkaoui speelt in première op 20, 21, 22, 23, 26 en 27 juni in deSingel. www.desingel.be. Thijs Demeulemeester