Op zichzelf is het al tekenend voor de faam van Moebius, de naam die Blueberry-tekenaar Jean Giraud voor zijn vrijere werk gebruikte, dat acht jaar na zijn dood nog een mooie verzameling korte verhalen v...

Op zichzelf is het al tekenend voor de faam van Moebius, de naam die Blueberry-tekenaar Jean Giraud voor zijn vrijere werk gebruikte, dat acht jaar na zijn dood nog een mooie verzameling korte verhalen verschijnt die hij, veelal op vraag van tijdschriftredacties, in de seventies maakte. Menige pagina imponeert door zijn vernieuwende tekenstijl met veel witte ruimte en stippeltjes en ook aan de weidse ruimtelandschappen kun je het werk van de meester al herkennen. Maar vooral de vrijheden die Moebius zich in de verhaalonderwerpen en -opbouw veroorlooft, geven vier decennia later nog blijk van een bewonderenswaardige experimenteerijver: het zijn schijnbaar geïmproviseerde pagina's die op hun slechtst onsamenhangend zijn en op hun best onvermoede werelden openen. In het wat langere 'Verlof op Pharagonescia' combineert Moebius bijvoorbeeld ruimtereizen, vreemde ziektes, maar ook kafkaiaanse bureaucratie en niet te vergeten: tekenplezier.