Marvels eerste blockbuster over een Amerikaans-Aziatische superheld is een feit, maar verwacht daarbij geen Black Panther. Een parkeerbediende uit San Francisco blijkt de in de oosterse krijgskunsten gespecialiseerde zoon van een eeuwenoude onderwereldkoning met tien ringen en een gesneuvelde krijgster uit e...

Marvels eerste blockbuster over een Amerikaans-Aziatische superheld is een feit, maar verwacht daarbij geen Black Panther. Een parkeerbediende uit San Francisco blijkt de in de oosterse krijgskunsten gespecialiseerde zoon van een eeuwenoude onderwereldkoning met tien ringen en een gesneuvelde krijgster uit een magisch rijk met draken en andere fantastische wezens. Schurkte de vorige Marvel, Black Widow, tegen het spionagegenre aan, dan flirt deze met geliefde Aziatische genres als wuxia of de kungfufilm. Zowel de kolder van Jackie Chan, de stijlvolle luchtgevechten van Zhang Yimou of het gangsterballet van John Woo passeren de revue. Helaas krijg je daar telkens de McDonald's-versie van. Regisseur Destin Daniel Cretton verteert de overstap van drama's op mensenmaat als Short Term 12 en Just Mercy naar de vereiste blockbusterbombast niet bijster goed. Zijn weinig overzichtelijke actiescènes verdrinken in een zee van opzichtige en zelfs wat gedateerde cgi en missen de soliditeit van de eerder op acrobatie en stuntwerk afgestemde gevechtschoreografieën die worden nagebootst. De afwezigheid van bloed, zweet, stof en spuug werkt de steriliteit nog meer in de hand. Flashbacks met overbodige achtergrondverhalen halen het tempo eruit. Sidekick Awkwafina moet met grapjes voorkomen dat het te serieus wordt. Het belet het Marvel Cinematic Universe allemaal niet om verder uit te dijen, en dat is een spektakel op zich.