Careful what you wish for
...

Careful what you wish for Uit op 20/10 (Mercury/Universal)Extra op www.focusknack.be Sharleen Spiteri over 'the greatest hits'Nadat ze in 2000 een Greatest Hits-album had uitgebracht, liet Sharleen Spiteri meermaals uitschijnen dat ze naar haar biologische klok wou luisteren en haar carrière op het tweede plan zou komen. Dat Texas misschien zelfs definitief plaats zou moeten maken voor het gezinsleven. We zijn nu drie jaar later, Sharleen heeft intussen een dochter van een jaar, Misty Kyd, maar van een stap opzij is geen sprake. Careful What You Wish For, het nieuwe album van Texas, is zonder twijfel hun meest avontuurlijke, en misschien zelfs hun beste. Vrees niet, Texas blijft Texas, maar de variëteit is enorm. Dat blijkt ook uit de gasten: eighties-producer Trevor Horn, het Britse reggaecollectief Suncycle, de Canadese rapper Kardinal Offishal en gewezen songleverancier voor Robbie Williams, Guy Chambers. De vorige keer dat ik haar ontmoette, drie jaar geleden, oogde Sharleen slonzig en vermoeid, nu is dat anders. Ze is piekfijn in het zwart gekleed en ze stráált. Sharleen Spiteri: Ja, vreemd hé. Ik heb al meermaals gezegd dat het een punkplaat is. Niet in de zin dat het klinkt als punkmuziek, maar wel punk qua attitude. Geen regels. Als buitenstaanders zeggen: je kunt die twee dingen niet combineren, dan vegen we daar onze voeten aan. Alles kan. Zo mengen we elementen uit punk met dancehall, soul, techno en eighties-muziek. We hebben liedje per liedje gezocht naar de juiste klankkleur. A la tête du client, dus. Dat er toch een eenheid in de plaat zit, is te danken aan de volgorde van de liedjes. Daar hebben we urenlang aan gepuzzeld. Spiteri: Als iemand al dacht dat hij ons door en door kent, dan zal deze plaat ook hém in de war brengen. Van dat idee houd ik wel. Plagen vind ik het niet, wel de luisteraar verrassen en opwinden. Na onze Greatest Hits dacht ik een tijdje dat dat het eindpunt was. Maar bij deze plaat kan ik niet anders dan zeggen: dit is pas het begin! Spiteri: Toen ik het nummer met Johnny (McElhone, eh) geschreven had, vonden we het allebei best wel mooi, maar het riep te veel het beeld op van een meisje dat voor de spiegel staat vooraleer ze op zaterdagavond uitgaat. Een beetje puberaal, bijna kinderlijk, en dat beviel me niet. Het was sexy, maar voor mij mocht het wat smeriger en schunniger zijn. Niet alleen die rapflarden maken het wat scherper, ik heb ook mijn zangstijl aangepast. Ik zing het niet als een jong fris naïef meisje, maar wel als een sterke, rijpe, bitchy vrouw. Dat maakt een enorm verschil. Nu is het bijna een seksueel agressief nummer. Spiteri: Dat vind ik wel, ja. Mensen denken in het begin dat ik een lief braaf meisje met een leuk snoetje ben. Maar als ze mij wat beter leren kennen, merken ze dat ik een taaie tante ben. Dat is ook de teneur van dit album. Spiteri: Ik heb altijd mijn gedacht gezegd, mijn hart ligt op mijn tong, ook nu nog. Zo ben ik gewoon opgevoed. Zeg altijd de waarheid! Ook al is die hard. Wat niet wil zeggen dat ik een bulldozer zonder tact ben. Als ik weet dat de waarheid iemand kan kwetsen, zal ik die toch vertellen, maar op een heel gevoelige, voorzichtige manier. Ik was ook een heel fysiek kind: in bomen klimmen, racen met de fiets, voetballen, dat soort van dingen. Ook mijn muzikale interesse was groter dan die van een doorsneemeisje. Mijn vriendinnen kochten platen om de jongens te charmeren, niet omdat ze die platen goed vonden. Zo was ik dus niet. Ik kocht de platen die ik zelf goed vond. Daardoor kwam ik helemaal niet in de gunst van de jongens. Ze vonden mij geen meisje, ze vonden mij een vent. Jongens zochten alleen maar toenadering als ze een vriendin van mij aan de haak wilden slaan, maar nooit voor mij zelf. Ik heb me dan ook vaak moedeloos afgevraagd wat er in godsnaam mis was met mij. Mijn tienerjaren waren bepaald niet goed voor mijn ego. Ik had geen vriendjes. Ik was ieders maat, maar nooit iemands lief. Spiteri: Ik was zot van Siouxsie & The Banshees en van Echo & The Bunnymen. Van Siouxsie hing er een grote poster op mijn slaapkamer en Ian McCulloch (zanger van Echo & The Bunnymen, eh) was God. Spiteri: Precies (lacht). En dat vindt hij nog altijd. Ik denk er nu niet zo meer over en ik heb hem dat ook verteld. Maar Ian is een bijzonder geestig man. Spiteri: O ja! Ik ben gek van Blondie. Zij had destijds ook het lef om de New York-punkscene waar ze vandaan kwam, een schok te bezorgen door gehate disco in haar muziek te verwerken. Prachtig vond ik dat. Op een manier doen wij hetzelfde op Careful What You Wish For. Spiteri: The White Stripes vind ik overroepen, maar The Strokes zijn subliem. Het verschil tussen de twee is dat The Strokes ervoor uitkomen door wie ze beïnvloed zijn. Ze spelen hun grote voorbeelden na, maar maken er iets moderns van. Terwijl The White Stripes doen alsof zij het warme water hebben uitgevonden. Aan zulke pretentie heb ik een hekel. Nothing belongs to anybody. Fuck off!Spiteri: Ja en nee. Een vriendin van me kende Johnny heel goed, en zij vertelde me dat hij een zangeres zocht voor zijn nieuwe groep. Ze zei me waar ik wanneer moest zijn, maar eerlijk gezegd dacht ik dat ze me wilde belazeren, dus ik ben helemaal niet gegaan. Toen kreeg ik telefoon met de vraag waar ik bleef, en ik ben diezelfde avond nog, na mijn werk, langs geweest om twee nummers te zingen. Klaar. Toen vroeg hij langs zijn neus weg of ik ook nummers schreef. 'Ja', zei ik heel luid en zelfzeker. 'Ja, ik kan schrijven, ja, ik kan zingen, ja, ik kan gitaar spelen!' Ik was 17, ik had geen schrik, ik kon de wereld aan. Al besefte ik goed genoeg dat ik een grote mond had. Mijn motto is altijd geweest: je mag gerust vol eigendunk zitten. Uiteindelijk is het Johnny geweest die me heeft aangemoedigd bij het songschrijven, en die het beste uit mij gehaald heeft. Vreemd hoe het gelopen is, want ik had er nooit over gedacht om in een groep te zitten, ook al kon ik schrijven, zingen en musiceren. Voor mij waren die talenten de normaalste zaak ter wereld. Spiteri: Absoluut. Wij bepalen de regels. Iedereen in de band en de entourage weet wat die regels zijn en wat hun plaats is. De andere groepsleden zijn maar wat blij dat ze bij Texas zitten. Dit is een droomjob, hé! We zijn succesvol, we reizen de wereld rond, we worden rijkelijk betaald. Daar willen velen voor tekenen. Dus respecteren ze de regels maar al te graag. En geef nu toe: weet jij hoe de drummer van Coldplay heet? Ik ken alleen Chris Martin. Vraag me niet wie er allemaal bij Blur zit, ik weet het zelfs niet eens van Radiohead. De meeste mensen weten dat niet, het kan hun geen barst schelen. Maar dat is toch normaal?! Op straat hoor ik soms mensen 'Texas' naar mij roepen. Ik heet niet zo. Ik heet Sharleen. Maar ze kennen mijn naam niet. That's the way it goes. Niemand bij ons heeft er een probleem mee. En indien wel, dáár is de deur. Spiteri: Het is moeilijker om risico's te nemen als je naam al gevestigd is. Maar wij moeten risico's nemen. Toen wij succes kregen, hebben andere platenfirma's groepen gelanceerd die net zoals Texas klonken, om een graantje mee te pikken. Dat vonden wij verschrikkelijk. Dus gingen wij andere dingen doen, om uniek in onze soort te blijven, en de rest een stap voor te zijn. Als je aan de top wilt blijven, moet je een leider zijn in plaats van een volger. Wij slagen daarin, net zoals U2, Radiohead en PJ Harvey. Spiteri: Die druk werd vooraf op ons gelegd, ja. Maar White On Blonde heeft ons geen doorbraak bezorgd. Onze twee laatste platen zijn zelfs niet eens in Amerika uitgebracht. Dus zo'n vaart loopt het ook weer niet. Als de plaat het in Europa goed doet, dan zit je goed. Spiteri: Zeker, ik ben nog harder geworden! Tijd is nu bijzonder belangrijk voor me. Mijn vrije tijd wil ik aan mijn kind besteden. Ik engageer mij om interviews en promotie te doen, dat is mijn job. Maar als ik merk dat een journalist niet de moeite en de tijd genomen heeft om zich voor te bereiden, dan trap ik het af. Dan neem ik de trein naar Londen om bij mijn dochter te zijn. Ik heb geen zin om mijn tijd te verliezen aan één of andere klojo. Spiteri: Nee. Ik heb geen idee wat ik over twee jaar zal doen. Ook al heb ik een langetermijnplan in mijn hoofd wat Texas betreft, toch kan ik niet garanderen dat het ooit werkelijkheid wordt. Spiteri: Sinds 1989 krijg ik elke week twee aanbiedingen. We zijn nu 2003, en ik heb nog geen enkele keer geacteerd. Dus zó geïnteresseerd ben ik. Eén keer heb ik toegezegd, omdat de producenten maar bleven jagen en omdat ze het script ook echt op mijn maat hadden geschreven: het leek wel een misdaad om te blijven weigeren (dat was voor '3 Blind Mice' van Mathias Ledoux met Edward Furlong in de hoofdrol, eh). Maar het is er niet van gekomen door 11 september. Ik had alles al doorgenomen en gerepeteerd, maar door de aanslagen werd de film uitgesteld, en toen de draad weer werd opgepikt, was ik hoogzwanger. Ik heb wel veel geleerd, maar acteren laat me nog altijd tamelijk koud. Spiteri: Ik had een plaat te maken. Punt uit. Ik vind Moulin Rouge een schitterende film, en Baz Luhrman een geweldige regisseur, maar het kwam niet uit: Texas gaat voor. Spiteri: Ik ben niet koppig, denk ik. Ik ben wel sterk en rechtlijnig als ik ergens in geloof, maar koppigheid vind ik een weinig heilzame karaktertrek. Dan klamp je je te hardnekkig vast aan bepaalde zaken en ideeën. Ik maak ook fouten, en ik ben de eerste om dat toe te geven, en mij te verontschuldigen. Spiteri: God nee! Ik bescherm mijn 'normale leven' obsessioneel. Ik heb geen assistenten, ik heb geen staf, ik heb zelfs geen nanny; alleen twee managers en een boekhouder. De rest is ballast. Je hebt er geen idee van hoe akelig normaal mijn leven is. Door Eddy Hendrix'Als buitenstaanders zeggen: je kunt die twee dingen niet combineren, dan vegen we daar onze voeten aan.'