ALAIN CORNEAU
...

ALAIN CORNEAU FR 1979, MET PATRICK DEWAERE, MYRIAM BOYER, MARIE TRINTIGNANT. MAANDAG 7 FEBRUARI 23.35 û FR3 Het meesterschap van Alain Corneau ( Police Python 357, La menace, Le choix des armes) bereikte een hoogtepunt in Série Noire, een ronduit briljante adaptatie van Jim Thompsons roman A Hell of a Woman. De titel verwijst naar de legendarische pocketreeks waarin het kruim van de Amerikaanse roman noir-schrijvers met een Franse vertaling van de vergetelheid werd gered. De film is even Frans als rode wijn met stokbrood en boursin. Patrick Dewaere speelt de rol van zijn leven als Frank Poupart, een eersteklas- loser die als straatventer de kost verdient, en in een vervallen burgerhuis een oude teef ontmoet die hem in ruil voor wat prullen haar tienernichtje aanbiedt. Poupart gaat op het aanbod in en valt als een bloemzak voor de weinig waarschijnlijke femme fatale - in Thompsons boek is ze niet eens mooi, in de film geeft een piepjonge Marie Trintignant prima gestalte aan de verderfelijke onschuld. Vandaar gaat het steil bergafwaarts met onze held, die zich van het oudje en van zijn domme vrouwtje ontdoet en op die manier zijn ondergang tegemoet loopt. Zijn baas, een lepe opdonder die met pervers genoegen wordt gespeeld door Bernard Blier, doet zijn uiterste best om een en ander nog wat te versnellen. Ogenschijnlijk minder verontrustend dan Thompsons Hell of a Woman, en afgerond met een open, bijna happy end, is Corneaus film een monument van minimaal gootsteenrealisme, geserveerd met een gemene grijns, maar ook met grote empathie tegen-over Poupart. Thompsons hoofdpersonage Dolly - Poupart, in het Frans - tuimelde regelrecht de schizofrenie in: op de laatste pagina's van het boek wordt elke zin van de 'normale' Dolly afgewisseld met een zin van zijn alter ego. In de film vertaalt Corneau dat literair procédé door Dewaeres tic (snel praten) maximaal in de verf te zetten. Poupart lijkt aan logorrhee te lijden, een soort woordendiarree die het gevolg is van een mentale desintegratie. Dewaere, die zichzelf in 1982 een kogel door de kop zou jagen, is verbijsterend. Jo Smets Jo Smets