In dit uit de kluiten gewassen zelfportret als tennisheld staat Rinus Van de Velde op het punt neer te kwakken op een matras. Hij hangt in de lucht om een bal te vangen die nergens op het doek te vinden is. Een jongensdroom, zo verklaart Van de Velde in een onmogelijk lange titel, die door allerlei omstandigheden nooit uitgekomen is. Vrij vertaald en drastisch ingekort luidt de titel ongeveer zo: 'Zelfportret als de tennisheld die ik had kunnen zijn maar niet geworden ben omdat ik andere wegen ...

In dit uit de kluiten gewassen zelfportret als tennisheld staat Rinus Van de Velde op het punt neer te kwakken op een matras. Hij hangt in de lucht om een bal te vangen die nergens op het doek te vinden is. Een jongensdroom, zo verklaart Van de Velde in een onmogelijk lange titel, die door allerlei omstandigheden nooit uitgekomen is. Vrij vertaald en drastisch ingekort luidt de titel ongeveer zo: 'Zelfportret als de tennisheld die ik had kunnen zijn maar niet geworden ben omdat ik andere wegen gekozen heb; toch word ik nog steeds wat ik wil: in mijn atelier, waar ik de props gebruik die voorhanden zijn, zoals deze vieze matras waar ik nooit op slaap.' Dit zelfportret steunt op twee pijlers. Enerzijds gaat het werk over identiteit en het idee dat je misschien nooit echt helemaal bent wie je bent: er is altijd ruimte voor alternatieven, of voor een diepere ik, die wat voor held dan ook kan zijn. Een leuke gedachte, maar ook compositorisch is dit zelfportret een hoogvlieger. Geloofwaardig iemand tekenen die horizontaal in de lucht hangt, is niet iedereen gegeven. Je moet een lichaam optisch verkorten. Benen bijvoorbeeld worden tot hele korte dingetjes teruggebracht, zij het op een manier die toch een behoorlijke lichaamslengte suggereert. Van De Velde werkt meestal met foto's uit een omvangrijke beeldenbank. Dat principe zorgt voor een gevoel van herkenning: je hebt het beeld al eerder gezien. Toch gaat de déjà vu gepaard met een verrassingseffect: aan de typische tenniskampioenenhouding zit een hoofd dat er niet als vanzelf bij past. Tot nog toe tekende Van De Velde meestal situaties of personages uit zelfbedachte verhalen. Een zelfportret is nieuw en niet onbelangrijk: zodra kunstenaars fysiek deel uitmaken van hun werk ontstaat een ander soort oeuvre. Echt overtuigen doet de houtskooltekening echter door de enorme vitaliteit: het zelfportret als tenniskampioen barst van energie en steelt daardoor zonder meer de show. Being Here is een groepstentoonstelling met werk van negen kunstenaars uit de galerie. Je vindt ook het collectief Gelitin met een pluche olifant die zijn slurf door een geschilderd landschapje steekt (Bimbobild), of een curieus schilderij van een man met een paar handen ter hoogte van zijn maag (Sturmtrio Teil Drei van Kati Heck). Vrijwel alle bijdragen zien er rebels en ruig uit. Op de Van de Velde na: die laat ondanks de energie net een erg beheerste indruk na. GEZIEN OP BEING HERE, TIM VAN LAERE GALLERY, ANTWERPEN, TOT 26/1. ELS FIERS