Het New Forest aan de Britse zuidkust heeft iets magisch. Met zijn pittoreske landschappen, diepgroene bossen en wilde pony's lijkt het alsof je in een sprookje beland bent. De perfecte plaats dus om een filmlegende als Roger Moore te ontmoeten. Na hoofdrollen in tv-hits The Saint en The Persuaders verving de Britse acteur Sean Connery als geheim agent 007. Met Live and Let Die (1973), The Man with the Golden Gun (1974), The Spy Who Loved Me (1977), Moonraker (1979), For Your Eyes Only (1981), Octopussy (1983) en A View to a Kill (1985) heeft hij zeven Bo...

Het New Forest aan de Britse zuidkust heeft iets magisch. Met zijn pittoreske landschappen, diepgroene bossen en wilde pony's lijkt het alsof je in een sprookje beland bent. De perfecte plaats dus om een filmlegende als Roger Moore te ontmoeten. Na hoofdrollen in tv-hits The Saint en The Persuaders verving de Britse acteur Sean Connery als geheim agent 007. Met Live and Let Die (1973), The Man with the Golden Gun (1974), The Spy Who Loved Me (1977), Moonraker (1979), For Your Eyes Only (1981), Octopussy (1983) en A View to a Kill (1985) heeft hij zeven Bondfilms op zijn naam staan. Meer dan al zijn collega's. Ook nadien zat Moore niet stil. Onder invloed van Audrey Hepburn werd hij voor Unicef goodwillambassadeur. Vier jaar geleden publiceerde hij zijn memoires: My Word Is My Bond, en net nog verscheen het fotoboek Bond on Bond, gebaseerd op Moores anekdotes. Moores echtgenote Kiki Tholstrup - zijn vierde, met wie hij in 2002 huwde - houdt zijn hand stevig vast tijdens ons gesprek. En al is zijn motoriek niet meer helemaal in orde ('vind je het erg dat ik blijf zitten als ik je de hand schud?'), komt Moore verbaal best vinnig uit de hoek ('ik hoorde dat jouw land geen lang leven meer beschoren is'). ROGER MOORE: Ben je gek?! Het is dankzij hem dat ik nog steeds gevraagd wordt voor interviews, rollen en actes de présence. Laten we er geen doekjes om winden: 007 brengt me nog aardig wat shillings op. (lacht)MOORE: Sean is een goede vriend van me, maar wat Bond betreft, vind ik hem een zuurpruim (Connery ligt al jaren overhoop met de producenten, nvdr.). 007 is toch een feestje waard? Er staan geweldige dingen op het programma: tv-shows, boeken, documentaires, veilingen, noem maar op. MOORE: Een kanjer van een understatement! (lacht) De producers wilden me al sinds On Her Majesty's Secret Service voor de rol, maar er kwam altijd wel iets tussen. Ofwel had ik het te druk met mijn tv-werk, ofwel waren er problemen in een van de exotische locaties, waardoor de shoot opgeschort werd. MOORE: Zo zou ik het niet stellen. Vlak voor de opnames kreeg ik te horen dat ik mijn haar moest laten knippen en ettelijke kilo's moest verliezen. (lacht) Maar ik gehoorzaamde braafjes. Ik had net een kast van een huis gekocht dat ik zonder Bond nooit had kunnen betalen. MOORE: Wat een zeurpieten! Je kunt 007 toch onmogelijk serieus nemen. Een geheim agent die overal ter wereld zijn martini shaken, not stirred bestelt: laat me niet lachen. Vandaar dat ik hem altijd met een knipoog heb gespeeld. MOORE: Dat is hun probleem. Kijk, de 007-franchise heeft altijd als een spiegel van de tijdgeest gefungeerd. Ik had het geluk Bond te spelen in voorspoediger dagen: de swinging sixties waren nog maar net voorbij, iedereen was nog onder de indruk van de minirok en van aids was bijlange nog geen sprake. Zelfs de Koude Oorlog voelde enigszins stabiel aan. MOORE: Zonder twijfel The Spy Who Loved Me. De shoot verliep vlekkeloos dankzij topregisseur Lewis Gilbert. De sets die Ken Adam ontwierp, oogden verbluffend. De grote Curd Jürgens was fantastisch als slechterik Stromberg. En de onlangs overleden Marvin Hamlisch schreef met Nobody Does It Better een van de beste Bondthema's aller tijden. MOORE:(fluistert) Ik ben haar niet vergeten, maar mijn vrouw zit naast me, so give me a break.MOORE: Dat spreekt vanzelf. Hij heeft de rol met een ongeziene geloofwaardigheid geïnjecteerd. Als je hem iemand ziet vermoorden op het witte doek, denk je dat hij in het echte leven ook best wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn. Gelukkig melden mijn bronnen me dat dat niet het geval is. (lacht) DOOR STEVEN TUFFIN