Nel nome del padre, El ángel exterminador, La mala educación, The Devils, Priest, The Magdalene Sisters, Deliver Us from Evil, Doubt, Calvary... de canon met films over (machts)misbruik en hypocrisie binnen de katholieke kerk is onderhand zo lang dat je er een volledige advent mee kunt vullen. Aan dat bevlekte lijstje mag nu ook de Chileense uppercut El Club worden toegevoegd.
...

Nel nome del padre, El ángel exterminador, La mala educación, The Devils, Priest, The Magdalene Sisters, Deliver Us from Evil, Doubt, Calvary... de canon met films over (machts)misbruik en hypocrisie binnen de katholieke kerk is onderhand zo lang dat je er een volledige advent mee kunt vullen. Aan dat bevlekte lijstje mag nu ook de Chileense uppercut El Club worden toegevoegd. Pablo Larraín zoomt in op vier priesters die om verschillende redenen (homoseksualiteit, celibaatschending, een geloofscrisis...) verbannen werden uit hun parochie en sindsdien samenhokken in een opvanghuis in een afgelegen kustplaatsje. Daar houden ze zich, onder het toezicht van een benevolente non, onledig met hondenraces en een zo discreet mogelijk bestaan leiden. Of toch tot een van pedofilie beschuldigde priester komt binnengewaaid, met in zijn kielzog Sandokan, een van zijn slachtoffers. Lang duurt het niet vooraleer de confrontatie tussen die laatste twee uitdraait op een drama. De Kerk stuurt een afgevaardigde om de zaak te onderzoeken, waarna de poppen zowel binnen- als buitenshuis aan het dansen gaan. Belichtte Larraín eerder de schaduwkanten van zijn Chileense heimat en haar zondige verleden in zijn puike Pinochet-trilogie (Tony Manero - 2008, Post Mortem - 2010 en No, 2012) dan nagelt hij deze keer de morele corruptie binnen de katholieke kerk aan het kruis. Maar dan zonder Gods zonen te demoniseren of er een simplistisch antiklerikaal pamflet van te maken. Het verhaal vertoont dezelfde januskop als zijn dubieuze personages. Enerzijds is El Club een suspensevol maison clos waarin een verklikker moet gevonden worden, doorspekt met gitzwarte humor, alsof de Roman Polanski van Cul-de-sac (1966) vanuit de sacristie zat mee te grijnzen. Anderzijds is het een grimmige karakterstudie over gevallen mannen van God die naar de rand van de maatschappij werden verstoten. Alsof de Ingmar Bergman van De avondmaalsgasten (1963) even uit de doden was verrezen en op de kansel was gekropen. Lang uitgesponnen opnames tussen vier benepen muren en geschoten in tegenlicht, waardoor de personages tot silhouetten gereduceerd worden en zowel fysiek als moreel opgesloten lijken, worden afgewisseld met weidse, in grijstinten gedrenkte widescreentableaus van woeste kusten met de onwereldse koralen van Arvo Pärt op de klankband. Het is alsof Larraín het aardse en het hemelse, het groteske en het realistische, het lelijke en het schone constant tegen elkaar laat schuren. Tot het pijn doet, het masker valt en de pus van het doek drupt, met als rode draad: de tirades en jeremiades van Sandokan, die, met het fanatisme van een inquisiteur, op pijnlijk plastische wijze beschrijft hoe hij als kind seksueel werd misbruikt en vernederd. Goed voor de Zilveren Beer in Berlijn, én een welgemikte stomp op uw communiezieltje. EL CLUB **** Pablo Larraín met Alfredo Castro, Roberto Farías, Marcelo Alonso DAVE MESTDACH