DODENDANS. HET FILMTESTAMENT VAN INGMAR BERGMAN IS EEN KLASSIEK EN MEEDOGENLOOS DRAMA VAN EEN TIJDLOZE GRANDEUR.

INGMAR BERGMAN

MET LIV ULLMANN, Erland Josephson, Börje Ahlstedt, Julia Dufvenius, Gunnel Fred

Saraband ****

Een top shot van een tafel waarop een hele hoop foto’s ligt uitgespreid. De titels: ‘Proloog. Marianne toont haar foto’s.’ De camera zwenkt plots neerwaarts en kadreert frontaal een oudere vrouw (Liv Ullmann), die lachend plaatsneemt, in de lens kijkt en begint te vertellen, terwijl ze af en toe een foto uitkiest.

Mochten de titels niet op een film wijzen, een argeloze kijker zou denken dat hij naar een televisiespotje zit te kijken, waarin Ullmann als Unicef-ambassadrice een of andere goede zaak komt verdedigen. Maar neen, dit is Saraband, de film die vermoedelijk het definitieve einde inluidt van de carrière van Ingmar Bergman, de meest enigmatische en gekwelde der grote Europese filmmakers van weleer.

Bergman, die in 2000 nog met de idee van zelfmoord speelde maar met zijn scenario’s zijn zoveelste adem vond, draaide met Saraband op zijn 86e wellicht zijn testament. Gemaakt voor televisie, op digitale video, in 16: 9-formaat, is het een vervolg geworden op Scènes uit een huwelijksleven, de 5 uur durende televisieserie uit 1973 waarin de Zweed de liefde aan een pijnlijk onderzoek onderwierp, om tot de slotsom te komen dat ze nauwelijks mogelijk was. Meer dan 30 jaar later heeft hij niets van zijn somberheid verloren, want al wandelt Ullmann lachend in beeld, de slotscène is er een van immens verdriet. Deze Saraband – Van Dale: ‘oude Spaanse, langzame en deftige dans in driedelige maat, en de daarbij behorende muziek’ – is een superieur schouwtoneel geworden waarin de scheidende personages van destijds, Marianne en Johan, als koorstemmen commentaar geven op hun mislukte relatie en leven.

Bergman deelt zijn voortgezette kroniek op in 10 hoofdstukken vol flashbacks en innerlijke belevingen, in zwart-witte stills en haast surreëel uitgebeelde taferelen, die genadeloos inzoomen op de familiale miserie van het paar. De pijnlijke reis begint met het bezoek van Marianne aan Johan, die zich met de miljoenen van een erfenis heeft teruggetrokken in een afgelegen kasteel. De oude man is in een bittere strijd verwikkeld met zijn zoon Henrik uit zijn eerste huwelijk, die samen met zijn 19-jarige dochter een bijhuis van het kasteel betrekt, en zich sinds de dood van zijn vrouw Anna wanhopig aan haar vastklampt. De dochters die Johan met Marianne heeft brengen evenmin troost, want de ene woont in Australië, terwijl de andere wegdeemstert in een krankzinnigengesticht.

De hoofdstukken zijn telkens confrontaties tussen twee personages, in alle combinaties die tussen de vier mogelijk zijn. De dodendans eindigt in halve duisternis en in de mentale angst of ‘diarree’ van Johan, die hem heel even weer aan de zijde van zijn ex-vrouw doet belanden, wanneer ze bij hem blijft overnachten. Maar de epiloog – Marianne opnieuw aan de tafel met foto’s, in een ijzingwekkende flashback met haar geesteszieke dochter – maakt genadeloos komaf met die schijn van hoop.

Het is even wennen, maar op zijn gevorderde leeftijd heeft de pessimistische filosoof/regisseur Bergman nog niets van zijn slagkracht verloren. Met Bach en Bruckner op de soundtrack, is Saraband scherp gemonteerd en een meedogenloos drama van een klassieke en tijdloze grandeur. Bergman was niet tevreden over de digitale fotografie en wou de film niet in de bioscoop, maar laat dat u vooral een rotzorg wezen.

Piet Goethals

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content