29
...

29 (LOST HIGHWAY) Ryan Adams is gevoelig voor verslavingen. Toen hij de alt. countrybende Whiskeytown voorzat, deden al cowboyverhalen de ronde over zijn overmatige drankgebruik. Hij vocht robbertjes uit op café en noemde Jack van The White Stripes 'een klein meisje'. Berucht zijn stilaan ook zijn beschonken concerten: ofwel wil hij op de vuist met wie om Summer of 69 van Bryan Adams vraagt ofwel breekt hij abrupt een show af omdat hij inziet dat hij toch maar wat aanmoddert. Rock-'n-roll? Aanstellerij is een beter woord. Gelukkig is hij naast een alcoholic ook nog een workaholic. Adams heeft een onstuitbare drang tot zelfexpressie, die zijn platenlabel Lost Highway stilaan tot wanhoop moet drijven. Twee jaar geleden was er al de discussie rond Love Is Hell: de platenfirma besloot het dubbelalbum dat Adams in gedachten had in twee te kappen. Uit weerbarstigheid maakte de singer-songwriter Rock 'N' Roll. Lost Highway beseft intussen dat het geen zin heeft zijn enfant terrible af te remmen en liet dan ook betijen toen Adams in 2005 maar liefst drie releases aankondigde. Eerder dit jaar verschenen de ambitieuze dubbelaar Cold Roses en het pure countryalbum Jacksonville City Nights. In tegenstelling tot deze cd's is het laatste deel van de trilogie, 29, zonder zijn groep The Cardinals opgenomen. De Amerikaan neemt opnieuw producer Ethan Johns bij de arm, de man die op z'n eerste twee platen over de sound waakte. Dat betekent dat de zanger terugkeert naar de sfeer van zijn door Elton John bewierookte solodebuut Heartbreaker en naar het soort ballads dat op Love Is Hell stond. We horen een even hopeloze als rusteloze romanticus die zijn zielensmart te grabbel gooit. De opsmuk is daarbij duidelijk van ondergeschikt belang: het draait om de verhalen en hoe ze verteld worden. In Strawberry Wind doet Adams muzikaal weinig meer dan wat akkoorden aanslaan op zijn akoestische gitaar. Toch is het resultaat innemend, omdat zijn stem het verschil maakt. In Voices zijn het ook enkel de vocals die grote sier maken: nooit iemand zo verkillend mooi naar de maan horen huilen. De songs op 29 zijn als blote zenuwen. Als er al sprake is van orkestratie, dan is die bewust minimalistisch gehouden. De diepe pianotonen van het verstilde Starlite Diner zijn omgeven door gospelgezoem, Nightbirds krijgt naar het einde toe wat echoënde noise mee, en in het wondermooie Blue Sky Blues munt op de achtergrond een orkest uit in subtiliteit. Slechts twee keer mogen de gitaren een beetje ronken. In de rafelige bluesrocker 29 hebben ze heimwee naar de vetkuif van Elvis en in The Sadness roepen ze, met een flamencosmaakje à la Calexico, beelden van de woestijn op. Het is een van de weinige keren dat Adams van woede zijn stem verheft. ' The sadness is mine', bijt hij ons toe, terwijl mariachi-trompetten hem wat proberen te sussen. Van het drieluik dat de artiest in 2005 op ons losliet, maakt dit sluitstuk de meest spontane en rauwe indruk. Zijn productiviteit en zijn vele gezichten maken van Ryan Adams een nog enigmatischer figuur dan hij al was. En al is het al even geleden dat hij nog een onevenwichtige plaat uitbracht (we denken aan Demolition en Rock 'N' Roll), je kan je afvragen welke wereldplaat verloren is gegaan door niét de strafste nummers van Cold Roses, Jacksonville City Nights en 29 op één cd te zetten. Peter Van Dyck