Er zijn van die plaatjes waarbij men al na de eerste minuten door de aan zekerheid grenzende hoop bevangen wordt dat er van alles op te ontdekken zal zijn. Vaak valt he...

Er zijn van die plaatjes waarbij men al na de eerste minuten door de aan zekerheid grenzende hoop bevangen wordt dat er van alles op te ontdekken zal zijn. Vaak valt het dan alsnog tegen, maar niet zo bij deze vierde plaat van de Engelse Rozi Plain. Door haar bij indie- of freakfolk onder te brengen zegt men in wezen niets verkeerd. Toch doen die termen haar tekort. Plain laveert op een sobere, impressionistische manier om de clichés heen. Ze evoceert bucolische, glooiende plattelanden met tokkelgitaren, ijle en twinkelende elektronica, haar strelende zang en gedempte ritmes. Het wuift meermaals in de richting van jazz en blues, ruraler dan u die bedenken kan. Het effect is magnetiserend en biedt - zeker met de koptelefoon op - vele wonderlijke doorkijkjes.