Roy Hargrove ***

NOTHING SERIOUS

(VERVE/UNIVERSAL)

RH Factor ***

DISTRACTIONS

(VERVE/UNIVERSAL)

Roy Hargrove is naar de kapper geweest. Het was zijn beste beslissing in jaren. De onhandelbare rastaman op speed en wiet sprong vorige zomer op de late night jams van Jazz Middelheim kortgeknipt én met stropdas op het podium en soleerde er naast Robin Verheyen met een verloren gewaande gretigheid. Rechtdoor, zonder compromissen. Hargrove houdt namelijk niet van mengvormen en koppeltekenstijlen. 'Man, als je jazz wil spelen, moet het swingen als de beesten. Als je da fonk wil spelen, speel dan da fonk. Maar zit er niet een beetje mee te friemelen', bezwoer hij ons een tijdje geleden. En kijk, vandaag presenteert hij twee nieuwe platen, één voor elke doorblowde long, of voor elke kant van zijn persoonlijkheid.

Nothing Serious, zijn eerste kwintetplaat in tien jaar, klinkt als een sissende snelkookpan. Hargrove, Justin Robinson (alt, fluit), Ronnie Matthews (piano), Dwayne Bruno (bas) en Willie Jones III (drums) willen zwieren, schommelen en gas geven om de opgestapelde inspiratie van vier jaar on the road eindelijk de vrije loop te laten in de studio. Camaraderie is harige swingblues met een weerborstel, Hargrove slingert sierlijk boven het stotterende ritme van The Gift, en in het titelnummer van Leo Quintero bijten trompet, alt en drums elkaar bijna de strot door van het speelplezier. De - veelal zelfgeschreven - thema's zijn niet altijd memorabel, maar de performances van deze band én van gast Slide Hampton zijn klasse.

Over naar de funk-o-rama van Distractions. Een kleine drie jaar na HardGroove filtert Hargrove grotendeels de hiphop uit zijn septet, en kiest hij voor da fonk. De plaat is een mixed tape van de soundtracks bij zijn jeugd, vol echo's van Earth, Wind & Fire, James Brown, en veel, veel Prince. Het titelthema loopt in vier episodes door de plaat heen en is veruit het spannendste wat buiten Minneapolis te beleven valt. Hargrove spart met saxofonist Keith Anderson, incasseert orgeljabs op de jukbeenderen, en denkt intussen aan de livejams van Prince met bassist Larry Graham. Het geile Can't Stop had net zo goed op The Black Album kunnen staan. Met Crazy Race, On The One en Family lijkt de band in een banale hiphopgroove à la The Fugees te verglijden, inclusief het obligate handgeklap, maar Hargrove creëert gelukkig ook ruimte voor kwiek contrapunt. Bullshit is dan weer geproducet en bekreund door R&B-koning D'Angelo en (dus) ongevaarlijk. Laat het de pret niet vergallen: Distractions is de plaat die Prince tussen Sign o' the Times en 3121 vergat te maken.

Bart Cornand