FONDATION CARTIER
...

FONDATION CARTIER BOULEVARD RASPAIL 261 IN PARIJS, TOT 19 FEBRUARI. WWW.FONDATION.CARTIER.COM Een paar jaar geleden werd zijn gigantische Boy zowat het uithangbord van de Biënnale van Venetië. De vijf meter hoge jongen van de Australiër Ron Mueck (47) zat toen in elkaar gedoken onder het plafond, als een schuwe Gulliver in het land van de lilliputters. Fondation Cartier pakt nu uit met twee nieuwe reuzen - een verwilderde dakloze en een vrouw in bed - en een reeks minimensjes die erbij staan alsof ze elk moment kunnen wegwandelen. Mueck bekleedt zijn namaakmensen met siliconenrubber. Hij geeft ze poriën, nagels en haar, en soms dragen ze grauwe onderbroeken of kleren die betere tijden meemaakten. Hun gezichten ogen al eens iets karikaturaler, maar niet opvallend meer dan bij sommige echte stervelingen. De nieuwelingen die Mueck concipieerde voor Cartier zitten elk op de grens. Ze zijn niet wat je noemt aantrekkelijk, maar als kunstwerk zijn ze dat op een bijna ongehoorde manier. Ze zijn niet vereeuwigd in sensationele poses, maar door hun artificiële afmetingen en de ernst die ze uitstralen, kunnen ze zich meten met sculpturen van goden en profeten. Vrijwel altijd beschikken ze over een enorme fysieke présence, zoals de drie meter hoge Wild Man die verwilderd voor zich uit zit te kijken. Hij lijkt op een clochard die een medisch onderzoek moet ondergaan: spiernaakt op een kruk, niet op zijn gemak en hardhandig beroofd van zijn twintig lagen textiel. Met zijn luizenbaard en in elkaar gekoekte haar kan je moeilijk inschatten hoe oud hij is. Je zou hem met gemak menselijker kunnen vinden dan het publiek, maar omdat hij boven iedereen uittorent - en ondanks de suggestie geen vin verroert - heeft hij uiteindelijk nog meer weg van een sfinx. Fijn detail: zijn eveneens veel grotere penis zit ongeveer op ooghoogte, waardoor iedereen beleefd op een afstandje blijft. Tegenover Wild Man ligt een klein koppeltje te slapen in lepeltjeshouding. Zij (60 cm) draagt een petieterig slipje dat al een keer of honderd gewassen is. Hij (65 cm) ziet er net zoals zijn vriendin een beetje grieperig uit. Zoals ze daar samen liggen op een sokkel lijken ze op een doordeweeks stel dat slaapt na een doordeweekse dagtaak. Zo gewoon als een paar sokken, en toch staat men erop te kijken alsof zich een mirakel voltrekt. Dat ligt voor een deel aan de manier waarop Mueck huid namaakt. Zijn siliconenmateriaal lijkt een beetje vochtig en even elastisch als het echte werk, waardoor je er willens nillens een levend wezen bij denkt. Neem daarbij nog de schaal, de verpletterende afwerking en de tedere observatie, en je komt uit bij een resultaat dat maar zelden uit de doeken gaat. Twee jaar terug presenteerde Mueck in de National Gallery in Londen een zwangere en een pas bevallen vrouw. In Parijs is dezelfde vrouw opnieuw van de partij. Ze is zes meter lang, ligt in een kolossaal bed met smetteloos witte lakens en kijkt versuft de zaal in. In tegenstelling tot de talloze bevallige vrouwen die in de kunst in bed liggen, oogt dit exemplaar als een afgepeigerde sloor met zorgen. Een monumentale teleurstelling, maar laat dat nu net het ding zijn waarmee voltreffers geboren worden. Els Fiers